Hieronder vind je een korte uitleg van de verschillende verlofregelingen voor medewerkers. De volledige regels zijn te vinden in de geldende cao en in de Wet arbeid en zorg, waarin een groot deel van de regelingen is vastgelegd. Voor meer informatie over de verlofregelingen, kunt u ook contact opnemen met de Juridische Helpdesk van de PO-Raad (alleen voor leden van de PO-Raad).

We onderscheiden de volgende verlofregelingen:

Vakantieverlof

De werknemer heeft recht op 428 klokuren vakantieverlof. Dit verlof wordt in de schoolvakantie verleend.

De algemeen erkende feestdagen zoals genoemd in artikel 1.1 CAO PO maken onderdeel uit van het vakantieverlof. Dit betekent dat bijvoorbeeld Tweede Kerstdag en Tweede Paasdag van het verlof worden afgeschreven, als deze vallen op een werkdag van de werknemer. 

Het kan voorkomen dat een medewerker bij einde dienstverband nog vakantie-uren over heeft. Deze vakantieuren moeten dan nog worden uitbetaald. Welke looncomponenten bij het uitbetalen van vakantie-uren precies wel en niet moeten worden doorbetaald staat niet in de cao, maar is bepaald door het Europese Hof en wordt nader ingevuld door Nederlandse rechters. In dit advies is aan de hand van die jurisprudentie opgenomen welke looncomponenten wel en niet moeten worden doorbetaald. Jurisprudentie kan hier nog wijzigingen in aanbrengen. Indien dat het geval is, zal dit advies worden bijgesteld. 

Lees hier: Advies PO-Raad uitbetalen vakantiedagen
 

Zwangerschaps- en bevallingsverlof

De vrouwelijke werknemer heeft in verband met haar bevalling volgens de Wet arbeid en zorg recht op zwangerschaps- en bevallingsverlof. 

Het recht op zwangerschapsverlof bestaat vanaf 6 weken voor de dag na de vermoedelijke datum van bevalling. De medewerker gaat uiterlijk 4 weken voor de dag van de uitgerekende bevallingsdatum met zwangerschapsverlof. Wat de werknemer minder aan 6 weken zwangerschapsverlof opneemt, wordt opgeteld bij het bevallingsverlof. Indien het een zwangerschap van meer dan één kind betreft, bestaat het recht op verlof vanaf 10 weken voor de dag na de vermoedelijke datum van bevalling.

Het bevallingsverlof gaat in op de dag na de bevalling en bedraagt 10 aaneengesloten weken. 

Vrouwen die zwanger zijn van een meerling krijgen in totaal minimaal 20 weken verlof. Het bevallingsverlof voor deze vrouwen duurt 10 weken plus het aantal weken dat het zwangerschapsverlof minder dan 10 weken heeft bedragen.

Een werknemer die is bevallen, mag er voor kiezen het bevallingsverlof gespreid op te nemen. Dat kan vanaf de 7de week na de bevalling. Vanaf het moment dat het verlof wordt opgedeeld, mag het verlof in een periode van 30 weken worden opgenomen. Het verzoek wordt gedaan uiterlijk drie weken nadat het verlof is ingegaan. Als werkgever ben je verplicht binnen twee weken in te stemmen met een dergelijk verzoek, tenzij zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen zich daartegen verzetten. Dit is een erg strenge toets, van zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen is niet snel sprake.

De omvang van het bevallingsverlof dat is opgedeeld en dat later wordt opgenomen is gelijk aan de arbeidsduur per week ten tijde van het bevallingsverlof dat volgt na de werkelijke datum van de bevalling.

Zie: Wet arbeid en zorg 

Adoptieverlof

De werknemer heeft in verband met de adoptie van een kind recht op verlof zonder behoud van loon. 

Medewerkers die een kind adopteren hebben recht op vier weken adoptieverlof, die vier weken voor opname van het kind in het gezin start. Het verlof wordt in beginsel aaneengesloten opgenomen, maar de medewerker mag er ook voor kiezen het verlof in de periode van 26 weken gespreid op te nemen. Alleen indien sprake is van zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen kan een dergelijk verzoek worden geweigerd door de werkgever.

Zie: Wet arbeid en zorg 

Geboorte- kraam- of partnerverlof

Sinds 1 december 2001 hebben werknemers die echtgeno(ot(e) of geregistreerde partner van de moeder zijn, ongehuwd met haar samenwonen of haar kind hebben erkend, recht op 2 dagen betaald kraamverlof op grond van de Wet arbeid en zorg (WAZO artikel 4:2). In 2014 werden 3 dagen ouderschapsverlof aan het geboorteverlof toegevoegd en vanaf 1 januari 2019 krijgen partners 1 werkweek geboorteverlof. Vanaf 1 juli 2020 is het geboorteverlof verder verruimd.  

Een partner heeft recht op aanvullend geboorteverlof als het kind na 1 juli 2020 geboren is. Vanaf dat moment heeft een werknemer recht op eenmaal de wekelijkse arbeidsduur (met loondoorbetaling) en aanvullend vijfmaal de wekelijkse arbeidsduur verlof, op te nemen binnen 6 maanden na de geboorte van het kind. Voor het aanvullend geboorteverlof bestaat recht op een uitkering van het UWV ter hoogte van 70% van het dagloon (tot 70% van het maximum dagloon) voor ten hoogste 5 weken.

Voor meer informatie: Aanvullend geboorteverlof vanaf 1 juli 2020; Wet invoering extra geboorteverlofWet arbeid en zorg en: Minister wil traditionele rolpatronen doorbreken

Ouderschapsverlof

Er is recht op ouderschapsverlof van maximaal 26 keer het aantal uren dat iemand per week werkt. In de cao voor primair onderwijs is vastgelegd dat een werknemer recht heeft op 1040 uur in totaal waarvan 415 uur per kind als betaald ouderschapsverlof aangemerkt kan worden. Over die uren behoud de werknemer 55% van zijn salaris. In augustus 2022 zal het betaald ouderschapsverlof verlengd worden naar negen weken.

Werknemers bepalen zelf hoe zij dit verlof willen inzetten en op welke momenten. Als werkgever kun je alleen indien er sprake is van zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen de invulling van het verlof in overleg met de medewerker wijzigen. Het recht op ouderschapsverlof blijft bestaan totdat het kind 8 jaar is geworden.

Als medewerkers hun ouderschapsverlof nog niet geheel hebben genoten op het moment dat hun dienstverband eindigt, mogen zij het resterende deel meenemen naar de volgende werkgever. Als werkgever ben je verplicht om bij te houden op hoeveel uur ouderschapsverlof een medewerker nog recht heeft en een verklaring daaromtrent op verzoek van de medewerker te verstrekken.

Zie ook de actuele cao voor primair onderwijs.

Kort buitengewoon verlof (met behoud van salaris)

In artikel 8.6 en 8.7 van de cao voor primair onderwijs wordt een aantal concrete gevallen genoemd waarin de werkgever de werknemer onder alle omstandigheden kort buitengewoon verlof dient te verlenen. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om spoedeisende onvoorziene omstandigheden, zeer bijzondere persoonlijke omstandigheden of door de overheid opgelegde verplichtingen.

Aanvullend bepaalt het derde lid dat de werkgever op grond van goed werkgeverschap eveneens verlof dient te verlenen in andere situaties waar de werknemer (buitenwettelijke) verplichtingen moet nakomen die slechts in werktijd kunnen worden vervuld. Gedacht dient dan te worden aan het ophalen van documenten, het bezichtigen van een woning, het bijwonen van een doopplechtigheid in de gevallen waarin dat niet op zondag gebeurt en het begeleiden van een ziek kind naar het ziekenhuis. Kenmerk van dit verlof is dat het altijd om situaties gaat waarin de werknemer slechts een deel van de werkdag verzuimt.

Indien de werknemer als gevolg van de omstandigheden genoemd in artikel 8.6, derde lid CAO PO, een hele dag verzuimt wordt deze dag geacht onderdeel uit te maken van de dagen waarop hij op grond van artikel 8.7 CAO PO recht heeft.

Artikel 8.7 CAO PO geldt ook voor gevallen waarin de werknemer aanwezig wenst te zijn bij het huwelijk of de promotie van een goede vriend(in).

Zie ook: Artikel 8.6 en 8.7 CAO PO 2019-2020

Langdurend zorgverlof (zonder behoud van salaris)

De werknemer heeft recht op verlof zonder behoud van salaris voor de noodzakelijke verzorging van een verwante die ziek of hulpbehoevend is. Het aantal uren verlof per week bedraagt in principe ten hoogste de helft van de arbeidsduur per week.

De werkgever kan aan de werknemer op diens verzoek ook vanwege andere redenen voor het geheel of een deel van zijn werkzaamheden lang buitengewoon verlof verlenen. Dit verlof wordt verleend zonder behoud van salaris. 

Als het verlof wordt opgenomen in persoonlijk belang, dan kan het verlof voor ten hoogste 6 maanden worden verleend en kan ten hoogste tweemaal voor ten hoogste 6 maanden worden verlengd.   

Als het gaat om een algemeen belang, dan kan het verlof worden verleend voor ten hoogste één jaar en kan ten hoogste tweemaal met maximaal één jaar kan worden verlengd. Hierbij gaat het om studieverlof ten behoeve van het vervullen van een andere functie die naar het oordeel van de werkgever mede het algemeen belang dient. 

Langdurig verlof kan ook worden verleend als dit in overwegende mate het algemeen belang dient en de werknemer in staat stelt anders dan in dienstverband voor onbepaalde tijd een functie te vervullen. Bijvoorbeeld in het kader van internationale hulpverlening aan ontwikkelingslanden. Dit verlof wordt verleend voor ten hoogste drie jaar. 

Aan deze verloven kan de werkgever voorwaarden verbinden. Artikel 8.13 CAO PO gaat hierop in. 

Tevens kan een werkgever lang buitengewoon verlof verlenen aan de medewerker die een politieke functie gaat bekleden. Denk hierbij aan een functie als wethouder, het lidmaatschap van de Tweede Kamer der Staten Generaal of de functie van lid van Gedeputeerde Staten van een provincie. Dit verlof wordt verleend voor ten hoogste vier jaar. 

Zie ook: CAO PO 2019-2020, paragraaf 8.8 t/m 8.14

Bestanden bij deze pagina