• Wie is aansprakelijk voor een ongeval op het schoolplein buiten schooltijd?

    Een speelplaats bij een school heeft meestal 2 functies: als openbare ruimte en als schoolplein. Onder schooltijd is het plein in gebruik onder verantwoordelijkheid van het schoolbestuur. Daarna en daarvoor valt het plein feitelijk onder de openbare ruimte en draagt de gemeente (mede) verantwoordelijkheid. In verband hiermee is het wenselijk met de gemeente een convenant te sluiten waarin is opgenomen dat beide functies voorkomen en welke partij in welke situatie verantwoordelijk is indien zich op dit terrein een ongeluk voordoet. Als alles goed is onderhouden en een spelend kind het been breekt zijn in beginsel het schoolbestuur en de gemeente hiervoor niet aansprakelijk. Maar als het kind door nalatigheid van een van de partijen struikelt over een opgebroken toegangspad of omhoog gelegen tegels, dan wel ongelukkig valt of schade aan de kleding ontstaat doordat de kwaliteit van de schommel niet in orde is, een paar treden van de glijbaan zijn doorgeroest, het klimrek niet veilig is, et cetera, dient terdege rekening te worden gehouden met een aansprakelijkheidsstelling.

    Om vermelde aansprakelijkheid te voorkomen wordt steeds vaker de speelplaats na schooltijd afgesloten en zelfs na overleg met de politie, verboden toegangbordjes geplaatst. Hierdoor ontstaat voor de politie de mogelijkheid eventueel verbaliserend op te treden en zal ongetwijfeld regelmatiger door hen toezicht worden uitgeoefend. Voor de kinderen uit de buurt betekent dit echter een inperking van speelvoorzieningen, met alle mogelijke gevolgen voor de beweging van kinderen van dien. Alvorens een dergelijk bordje te plaatsen verdient het daarom aanbeveling overleg te voeren met de gemeente om te bezien of dit wel de gewenste oplossing is, respectievelijk het probleem niet alsnog anderszins kan worden ondervangen, bijvoorbeeld door een bordje te plaatsen dat het gebruik van de speelplaats na schooltijd voor eigen risico is, hetgeen minder dreigend naar de buurt overkomt.

  • Moeten schoolpleinen buiten schooltijd toegankelijk zijn?

    Een speelplaats bij een school heeft meestal 2 functies: als openbare ruimte en als schoolplein. Onder schooltijd is het plein in gebruik onder verantwoordelijkheid van het schoolbestuur. Daarna en daarvoor valt het plein feitelijk onder de openbare ruimte en draagt de gemeente (mede) verantwoordelijkheid. In verband hiermee is het wenselijk met de gemeente een convenant te sluiten waarin is opgenomen dat beide functies voorkomen en welke partij in welke situatie verantwoordelijk is indien zich op dit terrein een ongeluk voordoet. Als alles goed is onderhouden en een spelend kind het been breekt zijn in beginsel het schoolbestuur en de gemeente hiervoor niet aansprakelijk. Maar als het kind door nalatigheid van een van de partijen struikelt over een opgebroken toegangspad of omhoog gelegen tegels, dan wel ongelukkig valt of schade aan de kleding ontstaat doordat de kwaliteit van de schommel niet in orde is, een paar treden van de glijbaan zijn doorgeroest, het klimrek niet veilig is, et cetera, dient terdege rekening te worden gehouden met een aansprakelijkheidsstelling.

    Om vermelde aansprakelijkheid te voorkomen wordt steeds vaker de speelplaats na schooltijd afgesloten en zelfs na overleg met de politie, verboden toegangbordjes geplaatst. Hierdoor ontstaat voor de politie de mogelijkheid eventueel verbaliserend op te treden en zal ongetwijfeld regelmatiger door hen toezicht worden uitgeoefend. Voor de kinderen uit de buurt betekent dit echter een inperking van speelvoorzieningen, met alle mogelijke gevolgen voor de beweging van kinderen van dien. Alvorens een dergelijk bordje te plaatsen verdient het daarom aanbeveling overleg te voeren met de gemeente om te bezien of dit wel de gewenste oplossing is, respectievelijk het probleem niet alsnog anderszins kan worden ondervangen, bijvoorbeeld door een bordje te plaatsen dat het gebruik van de speelplaats na schooltijd voor eigen risico is, hetgeen minder dreigend naar de buurt overkomt.

  • Als schoolbesturen worden uitgesloten van de wet die de positie van opdrachtgevers tot aannemers moet verbeteren, dan zal dit uiteindelijk ten koste gaan van de kwaliteit van schoolgebouwen. De PO-Raad stuurde samen met onder andere de VO-Raad en brancheorganisaties uit de zorg en de woningbouw een brief aan de Tweede Kamer met de oproep om dit voorstel van het CDA niet te steunen. 

  • Het Openbaar Ministerie wil drie docenten van een basisschool en twee badmeesters vervolgen voor de verdrinking van het Syrische meisje dat vorig jaar na de zwemles dood gevonden werd in een zwembad in Rhenen. Dat meldde de NOS eerder deze maand. De PO-Raad spreekt op nos.nl van een unieke en bijzondere zaak en zal een eventuele vervolging met arendsogen volgen.

  • Zijn wij 15 minuten voor- en na schooltijd nog verantwoordelijk voor overstekende kinderen op de openbare weg bij de school?

    De aansprakelijkheid van scholen en leraren voor schade van hun leerlingen is een zgn. toezichthouderaansprakelijkheid. Op de school (de toezichthouder) rust een verhoogde zorgplicht in verband met de bijzondere relatie tussen school en leerlingen. Wettelijk gezien berust die toezichthoudersaansprakelijkheid zich op de onrechtmatige daad (artikel 6:162 BW). De vraag wanneer zich aansprakelijkheid van de school voordoet, is sterk afhankelijk van de omstandigheden van het geval.

    Mogelijke oorzaken van directe aansprakelijkheid kunnen zijn: Wegens geen of slecht toezicht houden, wegens risicoscheppende opdrachten (vanuit school i.c. de leraar) en wegens niet naleven van veiligheidsvoorschriften.

    Het toezicht betreft niet alleen de lesperioden, maar ook de periodes buiten de lessen (vlak voor en na schooltijd, tijdens pauzes en tussenuren; voor het gemak worden die 15 minuten voor en na schooltijd aangehaald, maar dat is arbitrair) waarin de leerling zich op of rond de school bevindt en er van de school kan worden verwacht dat ze toezicht houdt. Buiten de school is de school verplicht toezicht te houden tijdens bijvoorbeeld excursies, werkweken en buitenschoolse activiteiten.

    De Arbowet en het Arbobesluit geven de werkgever een groot aantal verplichtingen ten opzichte van de werknemer. De school is verplicht haar beleid ten behoeve van de veiligheid en gezondheid van haar medewerkers en de leerlingen te evalueren, te inventariseren en te verbeteren door middel van het opstellen van een schoolveiligheidsplan.

    Hoe beter de school de medewerkers en leerlingen informeert over en houdt aan de wettelijke regels omtrent de veiligheid en de gezondheid in en om school, hoe kleiner de kans dat er schade ontstaat waaruit aansprakelijkheid kan voortvloeien. Bovendien zal, in het geval er schade ontstaat, de kans dat het aansprakelijk stellen van de school of haar medewerkers mogelijk is, kleiner zijn, naarmate de veiligheidsvoorschriften beter in acht zijn genomen. Dan is de kans kleiner dat de onrechtmatig daad toerekenbaar is omdat er aantoonbaar alles aan gedaan is om te voorkomen dat de schade zou ontstaan.

    Kortom, het wel of niet aansprakelijk stellen is sterk afhankelijk van de omstandigheden van het geval en als de school zich aantoonbaar heeft ingespannen om ouders en leerlingen te wijzen op gevaarlijke omstandigheden in en om de school, is de kans kleiner dat de school op een onrechtmatige daad wordt aangesproken.