• Onlangs zijn de definitieve regeling bekostiging personeel 2020-2021 en de 2e regeling bekostiging personeel 2021-2022 gepubliceerd. De ophoging van de bedragen in deze regelingen is voornamelijk het gevolg van de indexatie van de personele bekostiging op grond van de referentiesystematiek. De indexatie is bedoeld om stijgingen van personele kosten in 2021 te dekken.

  • Het ministerie van OCW heeft de definitieve regeling personele bekostiging gepubliceerd voor het schooljaar 2020-2021. Uit de regeling blijkt dat de personele bekostiging in het primair onderwijs met 3,156% is  toegenomen ten opzichte van de definitieve regeling bekostiging personeel 2019-2020. 

  • De definitieve regeling personele bekostiging over schooljaar 2020-2021 is onlangs door OCW gepubliceerd. Deze regeling laat zien hoeveel geld schoolbesturen krijgen voor de personele lumpsum. De belangrijkste wijziging in deze 3e regeling is dat hierin de indexering van de personele bekostiging voor het kalenderjaar 2021 is verwerkt. Hoe werkt die indexering?

  • Het ministerie van OCW heeft de eerste regeling bekostiging personeel 2021-2022 gepubliceerd. De belangrijkste wijziging is dat prestatieboxmiddelen per 1 augustus 2021 op een andere wijze worden verstrekt: deels via de lumpsum en deels via een specifieke regeling voor professionalisering en begeleiding starters en schoolleiding.

  • Sociale partners in het primair onderwijs roepen politieke partijen op om ervoor zorg te dragen dat de loonkloof tussen primair en voortgezet onderwijs kan worden gedicht in de komende regeerperiode. Dat is – zeker nu – belangrijk! De PO-Raad en de onderwijsvakbonden zijn verheugd dat de loonkloof in de verkiezingsprogramma’s erkend wordt als een probleem. Want alleen samen kunnen het kabinet en de sector dit oplossen.

  • Vanuit de Financiële Staat van het Onderwijs 2019 die onlangs is gepubliceerd kan het beeld ontstaan dat het primair onderwijs eerder rijk dan arm genoemd kan worden. Er zijn schoolbesturen in de sector met een bovenmatige reservepositie en dat is ook wat de PO-Raad betreft onwenselijk. Maar dit geldt zeer zeker niet voor de hele sector primair onderwijs. Als scherper op de cijfers wordt ingezoomd, dan is er volgens de PO-Raad zelfs reden voor bezorgdheid.

  • Een goede overgang naar een andere wijze van verwerken van het groot onderhoud in de jaarcijfers is alleen mogelijk als de adviezen van de werkgroep 'Verslaglegging groot onderhoud schoolgebouwen' geleidelijk en zorgvuldig worden uitgevoerd. De PO-Raad heeft nog altijd vragen rondom de discussie over de voorziening groot onderhoud, maar met deze adviezen kan worden voorkomen dat er een te grote verschuiving van eigen vermogen naar het vreemd vermogen plaatsvindt.

  • Door het wetsvoorstel vereenvoudiging van de bekostiging in het primair onderwijs vervalt een jaarlijkse vordering op OCW. Dit heeft geen effect op de bekostiging van schoolbesturen. Ze krijgen hierdoor niet minder geld. Deze aanpassing leidt wel tot een lagere vermogenspositie bij schoolbesturen.

  • Hoe hoog is de overhead in het primair onderwijs?

    Dat hangt af van wat je onder overhead verstaat. Veel mensen denken bij overhead aan bestuurders, managers en stafmedewerkers in bovenschoolse bestuurskantoren. Maar verschillende definities en onderzoeken kijken bijvoorbeeld ook naar het aantal schoolleiders/schooldirecteuren. Omdat het primair onderwijs kleinschalig georganiseerd is en bijna iedere school een schoolleider heeft, kan dat de hoogte van de overhead in sommige definities stevig beïnvloeden. Goed om hierbij te beseffen, is dat de schoolleider in het primair onderwijs veel directer bij het primair proces betrokken is, dan het management in andere onderwijssectoren. Veel schoolleiders staan zelf voor de klas. Ook zetten ze het vuilnis buiten of vegen het schoolplein.

    Twee voorbeelden: Adviesorganisatie Berenschot hanteerde in een onderzoek in 2016 als definitie voor de overhead, het aantal uren dat alle medewerkers binnen een schoolbestuur hebben ingezet aan managementtaken. Ze kwam daarmee uit op 7,8 procent overhead voor het primair onderwijs. Hierbij vormden de schoolleiders verreweg de grootste groep managers in het primair onderwijs. Onderzoeksinstituut ITS concludeerde in 2011 dat gemiddeld 3,7 procent van de totale begroting van een schoolbestuur naar het bestuursbureau gaat.

    De PO-Raad werkt aan een sectorale benchmark waarin ook informatie te vinden is over overhead in het primair onderwijs.

  • Waarom zijn werkgeverslasten in het primair onderwijs hoger dan in het voortgezet onderwijs?

    Het verschil in werkgeverslasten voor het primair onderwijs (po) vergeleken met voortgezet onderwijs (vo) heeft onder meer te maken met een verschil in berekenen. Zo worden binnen het po de emolumenten (beloningen die niet behoren tot het normale salaris) wel meegenomen in de berekening van de totale werkgeverslasten, terwijl dat binnen het vo slechts gedeeltelijk het geval is. Ook zijn de overige werkgeversbijdragen in het vo lager dan binnen het po vanwege onder andere de premies voor het Vervangingsfonds en het Participatiefonds. Deze kosten maken ze in het vo ook, maar je vindt ze niet terug in het percentage van de werkgeverslasten.

Pagina's