• ‘Burgerschap op de Basisschool’ gaat op vrijdag 18 september officieel van start. Met het project helpen de PO-Raad en Stichting School & Veiligheid scholen en besturen bij het vertalen van hun visie naar betekenisvol burgerschapsonderwijs. Zo kunnen ze aan de slag met burgerschapsonderwijs dat bij hen past én zijn ze voorbereid op de wettelijke veranderingen die de komende jaren in het verschiet liggen.

  • Wil je aan de slag met burgerschapsonderwijs dat past bij jouw onderwijsvisie en -context? En wil je weten wat er de komende jaren wettelijk verandert op dit gebied? De PO-Raad biedt de komende twee jaar extra ondersteuning bij het vormgeven van burgerschapsonderwijs. Laat je informeren en inspireren tijdens het webinar op vrijdag 18 september van 10.00 tot 11.30 uur

  • In samenwerking met Stichting School & Veiligheid lanceert de PO-Raad vandaag de Quickscan Burgerschap. De QuickScan Burgerschap is een hulpmiddel voor basisscholen om een beeld te krijgen van de stand van zaken rond het burgerschapsonderwijs in hun school. Ook stellen we graag onze ambassadeurs voor Burgerschap op de Basisschool aan je voor. 

  • Pagina

    De ambassadeurs van Burgerschap op de Basisschool helpen basisscholen en besturen met het geven van advies op maat over burgerschap. Zij zijn experts als het gaat om het ondersteunen van scholen in het zetten van de volgende stap in het doelmatig en samenhangend vormgeven van burgerschap op hun school.

  • Zelfs wie denkt zich nooit schuldig te maken aan racisme voelt zich door de wereldwijde Black Lives Matter-beweging aangesproken eens heel goed in de spiegel te kijken. Dat geldt ook voor mij: Hoe handel ik? Hoe reageer ik? Hoe denk ik? En: wat mogen we van het onderwijs verwachten? Racisme is immers aangeleerd. De school heeft een verantwoordelijkheid als het gaat om het gesprek over en bestrijden van racisme. Dat is een precaire opdracht voor de individuele leerkracht én vraagt wat van teams. Maar het adagium ‘Verander de maatschappij, begin bij het onderwijs’, gaat niet op.

  • Dé plek voor informatie, inspiratie en verdieping rondom burgerschap in het onderwijs. Laat je inspireren door deskundige sprekers, leerzame workshops, interactieve werkvormen en ontmoetingen met...

  • Wat wordt nu precies verplicht in het wetsvoorstel?

    Scholen houden ruimte om zelf inhoud en vorm te geven aan burgerschapsonderwijs. Dit is in lijn met de vrijheid van onderwijs. Met het wetsvoorstel wordt er wel een gemeenschappelijke verbindende kern verplicht gesteld voor alle scholen waarop het onderwijs zich in ieder geval herkenbaar dient te richten:

    • Kennis van de democratie en rechtstaat zelf, alsmede de grondrechten.
      Het gaat voor het primair onderwijs over kerndoel 36, 37, 38 en 39. Zie ook de domeinbeschrijving.
       
    • Kennis van, inzicht in de werking van en respect voor de achterliggende abstracte basiswaarden, ook in hun onderling verband.
      Deze waarden vormen de basis van en de verbindende factor binnen onze diverse samenleving en zorgen ervoor dat mensen met uiteenlopende waarden en normen vreedzaam met elkaar samen kunnen leven. Uit het overkoepelend uitgangspunt van menselijke waardigheid volgen drie algemeen aanvaarde en twee onlosmakelijk verbonden waarden:
      • Vrijheid: alle mensen in Nederland zijn vrij om te denken en te doen wat ze willen, zolang ze daarbij de vrijheid en gelijkwaardigheid van anderen respecteren.
      • Gelijkwaardigheid: iedereen in Nederland is gelijkwaardig aan elkaar en is gelijk voor de wet.
      • Solidariteit: gemeenschappelijke waarden die betrekking hebben op de omgang tussen mensen, zoals respect, verdraagzaamheid, integriteit en verantwoordelijkheidszin.
         
    • Het ontwikkelen van sociale en maatschappelijke competenties.
      Leren functioneren vereist niet alleen theoretische kennis, maar ook competenties. Democratie gaat ook om sociale omgang tussen mensen. Leerlingen leren op school samen te werken en te leven, om te gaan met maatschappelijke speregels, hun eigen identiteit te ontwikkelen, hun mening te vormen en die van anderen te respecteren. Op jonge leeftijd spitst de ontwikkeling van competenties zich toe op de begeleiding bij de sociale en emotionele ontwikkeling, en naarmate leerlingen ouder worden komen daar complexere maatschappelijke vraagstukken bij.
       
    • Een respectvolle oefenplaats bieden waarin actief geoefend kan worden met de basiswaarden en burgerschapsvaardigheden geïnternaliseerd worden.
      Immers geef je burgerschap niet alleen vorm in het formele curriculum, maar breng je het ook in de praktijk. De school heeft grote vrijheid hier zelf kleur aan te geven vanuit de eigen identiteit. Er zijn enkele centrale spelregels die gehanteerd en voorgeleefd moeten worden: actieve bevordering van autonomie, vrijheid van meningsuiting, het gelijkheidsbeginsel, verdraagzaamheid, begrip en verantwoordelijkheidsbesef, en het afwijzen van onverdraagzaamheid en discriminatie. Deze elementen vormen in de onderwijspraktijk de minimale kern waaraan een school moet voldoen bij de bevordering van het respect voor en de kennis van de basiswaarden vrijheid, gelijkwaardigheid en solidariteit. Verder staat het scholen vrij om bovenop deze basiswaarden, andere waarden uit te dragen.

    Bekijk een overzicht van de huidige en toekomstige wet- en regelgeving in ons overzichtsdocument

  • Hoe verhoudt het wetsvoorstel zich tot de vrijheid van onderwijs?

    Burgerschap is een ingewikkeld begrip. Welke invulling eraan wordt gegeven en welke aspecten benadrukt worden, kan ook verbonden zijn met specifieke waarden en normen die voortkomen uit godsdienstige, levensbeschouwelijke of pedagogische grondslag. Bovendien kunnen scholen en hun omgeving sterk verschillen. Scholen houden in de lijn met de vrijheid van onderwijs daarom veel ruimte om zelf inhoud en vorm te geven aan burgerschapsonderwijs.

    Er zijn hierin grenzen. Scholen moeten hun onderwijs binnen de grenzen van democratische rechtstaat vormgeven. De basiswaarden van de democratische rechtstaat, en de daarbij passende competenties zijn belangrijke gedeelde uitgangspunten en vormen de kern op iedere school. Onderwijs dat de basiswaarden ondermijnt, of leerlingen oproept zich daartegen af te zetten, is strijdig met de wet. Scholen kunnen in het onderwijs eigen opvattingen hebben, maar de burgerschapsopdracht brengt met zich mee dat daarover dialoog plaatsvindt binnen de school. Hierbij zijn tolerantie, positieve verdraagzaamheid en kennis van en respect voor de basiswaarden van de democratische en pluriforme samenleving cruciaal.

  • Wat moet er over burgerschap staan in het schoolplan en in de schoolgids?

    In het schoolplan zijn de volgende zaken opgenomen:

    • Een uitwerking van de burgerschapsopdracht in de beschrijving van het onderwijskundig beleid. Met daarin ook hoe de school zorgt voor een cultuur en oefenplaats waarin de basiswaarden centraal staan. Dit beleid is doelgericht en samenhangend.
    • Het is duidelijk hoe dit gemonitord wordt.
    • Er is vastgelegd hoe leraren ondersteund en gefaciliteerd worden.
    • In schoolgids worden bij de doelen van het onderwijs de doelen op het terrein van burgerschapsvorming meegenomen en de resultaten die worden nagestreefd. Ook hier worden uitkomsten uit de monitoring, en de genomen maatregelen daarop, vermeld.
  • Waar zal het toezicht vanuit de Inspectie zich op focussen?

    Bij de invulling van burgerschapsvorming ligt het eigenaarschap bij de scholen. Dat geeft ruimte voor de eigen identiteit van de school. De Inspectie zal terughoudend toetsen. Wel geldt de gemeenschappelijk kern als verplicht uitgangspunt voor alle scholen.

    Die kern omvat de principes en uitgangspunten van de democratische rechtstaat. Om deze kern goed over te dragen is een doelgericht en samenhangend onderwijsprogramma vereist. Het onderwijsprogramma moet tenminste bestaan uit een kennis- en respectcomponent, bijbehorende competenties en een schoolcultuur waarin deze democratische spelregels worden voorgeleefd en waarmee wordt geoefend.

    De Inspectie zal daarnaast toezien op naleving van het volgende:

    • Draagt het bevoegd gezag zorg voor een schoolcultuur waarin alle bij het aanbieden van onderwijs betrokken personen, vrijheid van meningsuiting, gelijkwaardigheid en het afwijzen van discriminatie, verdraagzaamheid en het afwijzen van onverdraagzaamheid, onderling begrip en autonomie van leerlingen als centrale spelregels hanteren en voorleven.
    • En creëert het daarmee een omgeving waarin leerlingen worden gestimuleerd actief te oefenen met de omgang met de basiswaarden van de democratische rechtsstaat.

Pagina's