• Wat wordt verstaan onder het begrip variabele eindejaarsuitkering bij de berekening van de transitievergoeding? Vallen de recente eenmalige uitkeringen hier ook onder?

    De eenmalige uitkeringen uit de cao zijn moeilijk in te passen in de looncomponenten die moeten worden meegenomen in de berekening van de transitievergoeding.

    In het Besluit loonbegrip, vergoeding, aanzegtermijn en transitievergoeding en bijbehorende Regeling looncomponenten en arbeidsduur staan de beloningselementen die moeten worden meegenomen voor de berekening van de transitievergoeding opgesomd.

    In het Besluit loonbegrip staat:
    Het loon, bedoeld in artikel 2, wordt voor de toepassing van artikel 673, tweede lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek vermeerderd met:

    • a. de vakantiebijslag en de vaste eindejaarsuitkering waar de werknemer binnen twaalf maanden aanspraak op zou hebben bij voortzetting van de arbeidsovereenkomst, gedeeld door twaalf;
    • b. de overeengekomen vaste looncomponenten verschuldigd in de twaalf maanden voorafgaand aan het moment waarop de arbeidsovereenkomst eindigt, gedeeld door twaalf;
    • c. de overeengekomen variabele looncomponenten verschuldigd in de drie kalenderjaren voorafgaande aan het jaar waarin de arbeidsovereenkomst eindigt, gedeeld door zesendertig.

    In de Regeling is nader vastgelegd dat onder vaste looncomponenten wordt verstaan: Overwerkvergoedingen en ploegentoeslagen. Onder variabele looncomponenten wordt – conform de Regeling -  verstaan: bonussen, winstuitkeringen en (niet vaste) eindejaarsuitkeringen. Wat dit laatste betreft geldt dat deze componenten afhankelijk moeten zijn van het functioneren van de werknemer of de resultaten van de onderneming.

    De eenmalige uitkeringen zijn daardoor moeilijk in te passen in de wet- en regelgeving over de looncomponenten, die moeten worden meegenomen bij de berekening van de transitievergoeding. Daarmee zou je formeel kunnen stellen dat deze eenmalige uitkeringen niet hoeven te worden meegenomen in de berekening. Dat strookt echter niet met de achterliggende gedachte: het zijn namelijk wel degelijk uitkeringen die verband houden met het loon. Daarom is het advies van de PO-Raad deze uitkeringen (voor 1/12e deel) mee te nemen bij de berekening van de transitievergoeding.

  • Het personeelstekort in het primair onderwijs zet de kwaliteit van onderwijs ernstig onder druk, schrijft de PO-Raad in een brief aan Tweede Kamerleden. Het tekort aan leraren, ondersteunend personeel en schoolleiders loopt steeds sterker op. Morgen gaat de Tweede Kamer in debat over leraren.

  • Hoe zijn de directeurentoelage en inkomenstoelage verwerkt in de salaristabellen? Het lijkt erop alsof de salaristabellen te laag zijn als je rekening houdt met de loonstijging van 4,5%.

    De directeurentoelage en inkomenstoelage zijn in de salaristabellen verwerkt. De vakantie-uitkering, de eindejaarsuitkering en de levensloopuitkering worden over het salaris opgebouwd. Over de losse toelagen was dit niet het geval. Om die reden zijn de toelagen niet één op één opgenomen in het salaris, maar is er met een lager bedrag gewerkt. Hierdoor verdient de werknemer onder de streep net zoveel doordat de vakantie-uitkering, eindejaarsuitkering en levensloopuitkering over het verhoogde salaris berekend worden.  

  • Heeft de staking van 30 en 31 januari invloed op de uitbetaling van de eenmalige uitkeringen?

    De eventuele inhouding van salaris als gevolg van deelname aan de landelijke onderwijsstaking op 30 en 31 januari 2020 heeft geen gevolg voor de opbouw van de eenmalige uitkeringen. Er wordt dus geen korting toegepast op de opbouw van de eenmalige uitkeringen volgens artikel 11.2 lid 6 van de CAO PO als gevolg van deelname aan de staking.

  • Op 11 december 2019 hebben de PO-Raad en de vakbonden hun handtekening gezet onder het onderhandelaarsakkoord voor de nieuwe cao voor het primair onderwijs. De PO-Raad krijgt veel vragen over de jaarrekeningstechnische consequenties van het akkoord. Er is met name onduidelijkheid met betrekking tot de twee eenmalige uitkeringen in februari 2020, waarvoor de bekostiging al in 2019 op de rekening van schoolbesturen stond.

  • Op het prikbord cao-onderhandelingen op mijnporaad vind je alle informatie over het onderhandelaarsakkoord voor de nieuwe cao voor het primair onderwijs bij elkaar.

  • Stemgerechtigde schoolbestuurders kunnen tot 9 januari hun stem uitbrengen over het onderhandelaarsakkoord voor een nieuwe cao voor het primair onderwijs. Zij hebben hierover een e-mail ontvangen.

  • Op 11 december hebben de PO-Raad en de vakbonden een onderhandelaarsakkoord voor een nieuwe cao voor het primair onderwijs gesloten. Om vragen van schoolbestuurders, p&O-ers en stafmedewerkers...

  • Schoolbesturen in het primair onderwijs ontvangen in december de uitbetaling van de € 150 miljoen voor arbeidsvoorwaarden. Het bedrag dat de schoolbesturen ontvangen is echter niet het definitieve bedrag. Begin 2020 vindt er een verrekening plaats, zodat de verdeling van dit extra geld voor alle onderwijssoorten in lijn wordt gebracht met de kosten die hiertegenover komen te staan.

  • Vervallen de bovenwettelijke vakantie-uren uit art. 8.3 CAO PO indien de werknemer deze niet binnen een jaar heeft opgenomen?

    Vervallen de bovenwettelijke vakantie-uren uit art. 8.3 CAO PO indien de werknemer deze niet binnen een jaar heeft opgenomen?

    De uren uit art. 8.3 van de CAO PO zijn een aanvulling op de vakantie-uren uit art. 8.1 CAO PO. Dit betekent dat dit bovenwettelijke vakantie-uren zijn. Bovenwettelijke vakantie-uren kennen een vervaltermijn van vijf jaar. Deze termijn begint te lopen aan het einde van het jaar waarin deze vakantiedagen zijn opgebouwd.

Pagina's