• In het beleid van het samenwerkingsverband is opgenomen dat men geen aanvraag van een toelaatbaarheidsverklaring in behandeling neemt als de ouders niet met die aanvraag instemmen. Is dat een correcte handelswijze?

    Deze vraag kwam aan de orde in een zaak voor de Geschillencommissie passend onderwijs op 20 mei jl. De conclusie van de commissie was dat het beleid van het samenwerkingsverband om alleen een toelaatbaarheidsverklaring in behandeling te nemen als ouders daarmee instemmen, in strijd is met de wet. De school had zich te veel laten leiden door het standpunt van de ouders. Daarbij is passend onderwijs voor hun kind op de achtergrond geraakt. De volledige uitspraak vindt u hier.  

  • De Wet medezeggenschap op scholen (Wms) regelt de medezeggenschap op scholen in het primair, speciaal en voortgezet (speciaal) onderwijs, in de centrale diensten en in de samenwerkingsverbanden...

  • Steeds meer ouders zoeken juridische hulp om een conflict met de school van hun kind op te lossen, dit meldt het Algemeen Dagblad vandaag. Rechtsbijstandsverzekeraars en advocaten zien een forse stijging in het aantal zaken. Het gaat bijvoorbeeld over het onderwijsadvies, pesten of zelfs een schoolreisje.

  • Het reglement voor de medezeggenschapsraden van onze scholen laten we vaststellen door de GMR zodat we een uniform MR-reglement hebben voor al die scholen. Is dit de juiste manier om dat te regelen?

    Het vaststellen van het reglement van de Medezeggenschapsraad (MR) is omschreven in artikel 23 van de WMS. Dit artikel gaat ervan uit dat voor iedere school afzonderlijk een reglement wordt vastgesteld en dat iedere MR van een school over zijn eigen medezeggenschapsreglement moet kunnen oordelen.

    Een en ander laat onverlet dat het bevoegd gezag de vrijheid heeft om voor iedere school een zelfde medezeggenschapsreglement vast te stellen. Het streven naar uniformiteit is legitiem en ook in beginsel redelijk.

    Stel een MR wil van het voorgestelde reglement afwijken. Het bevoegd gezag weigert dat met een beroep op de gewenste uniformiteit (ik wil als bevoegd gezag iedere MR gelijk behandelen, gelijke rechten en plichten geven etc.). Dat kan dan tot een reglementsgeschil leiden. De Landelijke Commissie Geschillen (LGC) zal dan moeten afwegen of met betrekking tot het gewraakte punt het streven van het bevoegd gezag naar uniformiteit al dan niet onredelijk is.

    Wanneer de GMR het reglement van de scholen vaststelt, is de gedachte kennelijk dat de vaststelling van een (uniform) medezeggenschapsreglement een aangelegenheid van gemeenschappelijk belang is, waardoor de GMR in de bevoegdheid treedt van de afzonderlijke MR’en (artikel 16, eerste lid WMS).

    Deze redenering gaat niet op, omdat:

    • De bevoegdheid van een MR om over zijn eigen medezeggenschapsreglement een oordeel te geven expliciet in artikel 23, lid 2 WMS is geformuleerd en in het eerste lid van dat artikel is bepaald dat het bevoegd gezag voor iedere MR een reglement vaststelt.
    • Er elders in de WMS geen bepaling is, die stelt dat artikel 23 buiten toepassing blijft in het geval er een GMR is.

    Het is dus niet de bedoeling dat de GMR het reglement voor de afzonderlijke MR’en vaststelt.

  • Pagina

    De core-business van de Stichting Onderwijsgeschillen is het instandhouden en het administratief en juridisch ondersteunen van geschillencommissies in het onderwijs. Onderwijsgeschillen werkt vanuit een onafhankelijke positie waarbij de landelijke onderwijsorganisaties - waaronder de PO-Raad - als stakeholders betrokken worden bij bijvoorbeeld de benoemingen van de commissieleden en de activiteiten van het Expertisecentrum van Onderwijsgeschillen.

  • Onderwerp
    22-12-2014

    Scholen in het primair onderwijs moeten volgens de wet en de CAO-PO zijn aangesloten bij een aantal geschillencommissies. Dergelijke commissies helpen geschillen in het onderwijs op te lossen.... Lees verder