• Wat kan er beter aan de verantwoording?

    Hoewel schoolbesturen in het primair onderwijs verantwoording afleggen over publiek geld door middel van het jaarverslag, kan de sector zich nog verder ontwikkelen op het gebied van verantwoording.

    Conform de Code Goed Bestuur worden schoolbesturen geacht het jaarverslag op hun website te publiceren. Dit kan beter, want niet alle besturen doen dit. Tegelijkertijd wil de sector zelf werk maken van zogenoemde horizontale verantwoording, waarbij een bestuur met schoolteams, ouders, lokale partijen om de school en collega besturen het gesprek voert over beleidskeuzes. Mede als gevolg van wet- en regelgeving verantwoorden besturen zich nu vooral aan de Inspectie van het Onderwijs en de eigen Raad van Toezicht. Dat heet ‘verticale verantwoording’

    In de Strategische Agenda van de PO-Raad is afgesproken dat besturen zelf het goede voorbeeld geven, zich proactief verantwoorden en andere besturen aanspreken wanneer dit nodig is. De sector moet de samenleving meer laten zien wat ze doet met publiek geld. Ieder bestuur verantwoordt zich actief over zijn eigen kwaliteit en dat van zijn scholen via onder meer jaarverslagen en Scholen op de kaart. Daarmee draagt het ook bij aan verantwoording van de sector als geheel.

    Daarnaast zet de PO-Raad actief in op horizontale verantwoording door het voeren van de horizontale dialoog met schoolteams, ouders, collega-besturen, partijen rondom de school zoals kinderopvangorganisaties en jeugdzorg. Daarbij hebben ze oog voor de lokale situatie en gaan ze steeds het gesprek aan met hun omgeving. Waar het nodig is om de onderwijskwaliteit op peil te houden, of te verbeteren, werken besturen samen.

  • Hoe verantwoorden schoolbesturen zich over hun uitgaven?

    Schoolbesturen leveren hierover jaarlijks honderden cijfers en gegevens aan bij DUO. Dat is bij wet verplicht. Al niet privacygevoelige gegevens staan als open data op de website van Dienst Uitvoering Onderwijs van het ministerie van OCW. Daarnaast is een schoolbestuur verplicht om zich in het jaarverslag (bestuursverslag en jaarrekening) op hoofdlijnen te verantwoorden over wat het van plan was (doelen), wat daarvan terecht is gekomen (resultaten) en wat het effect van dit alles is geweest op de (toekomstige) financiële positie. Van iedere euro verantwoorden waar deze aan is uitgegeven, is onbegonnen bureaucratisch werk.

    Overigens gelden voor alle besturen dezelfde regels. Eénpitters, scholen met een vrijwillig ouderbestuur en grote besturen moeten allemaal dezelfde verantwoording afleggen. Voor éénpitters is dit een flinke en ingewikkelde klus omdat zij in tegenstelling tot de iets grotere besturen hierbij veelal geen professionele hulp hebben.

  • Waarom krijgen schoolbesturen lumpsum en is het geld niet geoormerkt?

    Diverse onderzoeken hebben uitgewezen dat de lumpsum bovendien heeft geleid tot beter en doelmatiger onderwijs en past bij de manier waarop wij het onderwijs in Nederland hebben ingericht (McKinsey-analyse ‘How the world’s most improved school systems keep getting better‘, een studie van de OECD, een reviewstudie van het CPB). Ook voormalig minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker (Onderwijs) stelden in mei 2016 dat de lumpsumsystematiek van waarde is voor de kwaliteit van het onderwijs. De alternatieven die de bewindslieden hebben laten onderzoeken, leverden geen betere uitkomsten.

    Ook de Onderwijsraad verkiest in zijn rapport ‘Inzicht in en verantwoording van onderwijsgelden’ van juli 2018 de lumpsum boven alternatieve bekostigingsmethoden. ‘De lumpsum doet het meest recht aan de autonomie van onderwijsinstellingen en waarborgt de stabiliteit en continuïteit van bekostiging en onderwijsbeleid’, aldus de Onderwijsraad.

  • Waarop is de bekostiging van het primair onderwijs gebaseerd?

    Schoolbesturen ontvangen jaarlijks een bedrag van de overheid waarmee ze in overleg met de ouders, personeel en andere stakeholders al hun uitgaven moeten doen. Deze systematiek heet de lumpsum. Het bedrag dat scholen en hun besturen ontvangen, bestaat uit twee afzonderlijke delen: personele en materiële lumpsum.

    Waar de opbouw van de lumpsum onvoldoende rekening mee houdt, zijn nieuwe en veranderende taken die scholen in de loop van de jaren hebben gekregen. De bekostiging houdt bijvoorbeeld geen rekening met het feit dat van schoolbesturen nu wordt verwacht dat zij strategisch HR-beleid moeten voeren, investeren in toekomstbestendig onderwijs en meer met ICT werken, voldoen aan strengere eisen rondom burgerschap, sociale veiligheid, verantwoording en privacy.

    De lumpsum is grofweg opgebouwd uit twee delen: de personele en materiële lumpsum. Die worden ieder op een eigen manier berekend:

    Personele lumpsum: Het aantal leerlingen dat de school telde op 1 oktober van het voorgaande schooljaar (T-1 bekostiging), bepaalt voor het overgrote deel hoeveel personele lumpsum een schoolbestuur ontvangt. De lumpsum houdt er rekening mee dat ouder personeel meestal meer verdient dan jonger personeel. Ook krijgen scholen voor speciaal onderwijs meer geld per leerling. De personele lumpsum wordt overigens toegekend per schooljaar, terwijl de indexatie hiervoor is gebaseerd op een kalenderjaar. Mede hierdoor weten scholen pas enkele maanden na het einde van het schooljaar wat de bekostiging van dat (afgelopen) schooljaar daadwerkelijk was.

    Materiële lumpsum ofwel de vaste lasten: Deze is er voor bekostiging van zowel het gebouw (onderhoud, schoonmaak, energiekosten) en voor materiële kosten voor het geven van onderwijs (ICT-voorzieningen, lesmateriaal, meubilair). Het ministerie van OCW past de vergoeding elk jaar aan de prijsontwikkelingen aan. Eens in de vijf jaar bekijkt een extern bureau in opdracht van het ministerie van OCW de vergoedingen en beoordeelt deze of de vergoeding voldoende is voor een gemiddelde school. Dit is wettelijk voorgeschreven. Om onduidelijke redenen is dit sinds 2004 niet meer gebeurd.

  • Tweede Kamer ging gisteren in debat over de toereikendheid en doelmatigheid van de onderwijsbekostiging. Alle politieke partijen willen meer grip krijgen op het geld dat naar onderwijs gaat.

  • In Dagblad Trouw pleit voorzitter van de VO-raad Paul Rosenmöller voor een landelijk onderwijspact. Rosenmöller geeft aan dat het onderwijs de komende jaren voor grote uitdagingen staat. Zijn oplossing om ervoor te zorgen dat onderwijskwaliteit behouden blijft? Samenwerking en een breed gedragen langetermijnvisie.

  • Verantwoording… daar gaan we weer, zul je wel denken. Vast niet je favoriete onderwerp. Toch was het een belangrijk thema de afgelopen week. In de Tweede Kamer buitelden de meningen namelijk over elkaar heen tijdens het debat over de lumpsum. Plannen en ideeën over schotten in de lumpsum, bekostiging van scholen in plaats van schoolbesturen en versterking van de medezeggenschap volgden elkaar in hoog tempo op.

  • Veel schoolbesturen werken op dit moment aan het jaarverslag. Wilt u in het jaarverslag van uw schoolbestuur extra aandacht besteden aan de verantwoording van de vermogenspositie? Heeft uw schoolbestuur reserves? Leg het verhaal achter deze cijfers dan uit in uw jaarverslag.

  • De Tweede Kamer wil meer inzicht in de financiën: vooraf moet duidelijk zijn waar schoolbesturen hun geld aan willen besteden en achteraf moeten zij beter laten zien waar de middelen aan zijn uitgegeven. Die wens liep als een rode draad door het debat over de lumpsum in de Tweede Kamer. De politiek roept de sector op om samen op te trekken met ouders, leraren en schoolleiders bij het maken van plannen en om beter te laten zien waar het geld naartoe gaat. Belangrijke thema’s tijdens het debat waren schotten in de lumpsum, reserves, medezeggenschap en versterking van de verantwoording.

Pagina's