• Als de werknemer ziek wordt tijdens de proeftijd geldt dan het ontslagverbod uit artikel 7:670 BW?

    Op grond van artikel 3.1. lid 6 uit de cao voor primair onderwijs mag, indien de eerste arbeidsovereenkomst bij de werkgever een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is, een proeftijd van maximaal twee maanden worden overeengekomen.

    Omdat de proeftijd bedoeld is om beide partijen de mogelijkheid te geven om elkaar gedurende een beperkte periode vrijblijvend uit te proberen, geldt het ontslagverbod niet tijdens proeftijd.

    De werknemer mag in de proeftijd ontslagen worden zonder dat de werkgever een opzegtermijn hoeft te hanteren, ook als de medewerker ziek, arbeidsongeschikt of zwanger is, maar dit mag niet de reden van het ontslag zijn. Er worden dus grenzen gesteld aan ontslag tijdens de proeftijd. Een ontslag tijdens de proeftijd kan onder andere in strijd zijn met de beginselen van goed werkgeverschap, bijvoorbeeld als de werkgever onzorgvuldig heeft gehandeld, in geval van ontslag voor aanvang van de proeftijd of bij misbruik van de proeftijd,   

    Bij misbruik van de proeftijd gaat het om een situatie waarbij de werkgever het dienstverband in de proeftijd beëindigt vanwege een reden die een rechter onredelijk vindt. Uit rechterlijke uitspraken blijkt bijvoorbeeld dat er onder meer sprake kan zijn van misbruik van de proeftijd als de medewerker in feite ontslagen wordt wegens ziekte of zwangerschap.   

    Als een rechter tot de conclusie komt dat er sprake is geweest van misbruik van de proeftijd, leidt dat niet tot nietigheid van het ontslag. Het ontslag op zich blijft in stand, maar de werknemer heeft recht op een schadevergoeding. 

  • Een kantonrechter heeft onlangs voor het eerst geoordeeld over een ontbindingsverzoek waarin onder meer de cumulatiegrond werd aangevoerd. Het betreft een andere sector, maar deze uitspraak vormt wel een aanknopingspunt voor de rechtspraak in latere, soortgelijke gevallen. Het verzoek kwam van een producent van (spuit)bussen en is niet ingewilligd.

  • Welke mogelijkheden bestaan er vanaf 1 januari 2020 bij ontslag door de werkgever. Op die datum treedt de Wet arbeidsmarkt in balans (Wab) in werking, waarmee een cumulatiegrond in het ontslagrecht wordt geïntroduceerd.

  • Moet ik bij ontslag ook een transitievergoeding betalen aan een werknemer die eerst een periode via een uitzendbureau heeft gewerkt?

    Ja, de diensttijd als uitzendkracht telt mee, tenminste als de uitzendkracht (nagenoeg) hetzelfde werk blijft doen. Het maakt niet uit dat hij toen werd ingeleend via het uitzendbureau (vorige werkgever) en pas later direct in dienst trad bij zijn huidige werkgever (voorheen inlener).

  • Werknemers hebben ook recht op een gedeeltelijke transitievergoeding bij deeltijdontslag. Dit heeft de Hoge Raad bepaald in een rechtszaak die hierover is gevoerd in het voortgezet onderwijs.

  • Waarom is de datum voor RDDF-plaatsing in het bijzonder onderwijs 1 februari en in het openbaar onderwijs 1 augustus?

    Er is gezocht om (op macro-niveau) de invoering van de transitievergoeding via cao-regelingen te compenseren dan wel budgettair neutraal te houden. Voor alleen het bijzonder onderwijs kwam de transitievergoeding er immers gewoon bij. De compensatie is gevonden in het enigszins versoberen van de WOPO voor het bijzonder onderwijs en in het verkorten van de periode tot ontslag om bedrijfseconomische redenen. De mogelijkheid tot ontslag werd een half jaar naar voren geschoven (naar 1 februari). Partijen wilden het jaar in het RDDF handhaven en daarom dus ook RDDF-plaatsing per 1 februari.

    Voor het openbaar onderwijs is er niets gewijzigd omdat de transitievergoeding immers ook niet voor het openbaar onderwijs geldt.

  • Kunnen wij een medewerker die door UWV voor 80-100% arbeidsongeschikt is verklaard, met een vaststellingsovereenkomt ontslaan? Of is hier toestemming van het UWV voor nodig?

    U kunt een arbeidsovereenkomst altijd beëindigen met een vaststellingsovereenkomst. Uiteraard is medewerking van betrokkene daarvoor nodig (‘met wederzijds goedvinden’). Bij ontslag met toestemming UWV heeft de medewerker recht op een transitievergoeding ook in geval van ontslag wegens ziekte of arbeidsongeschiktheid. Bij een vaststellingsovereenkomst bestaat dat recht niet en medewerkers willen daarvoor meestal wel in de vaststellingsovereenkomst gecompenseerd worden door middel van een ontslagvergoeding. Uiteraard is het aan u om te bepalen of en in hoeverre u daarmee akkoord zou gaan. Daarbij is het mogelijk wel relevant dat er wetgeving in de maak is die de transitievergoeding in gevallen van ontslag na langdurige ziekte gaat compenseren (met terugwerkende kracht is de bedoeling). Die compensatie gaat mogelijk niet op voor een ontslagvergoeding die in de plaats komt van de transitievergoeding.

  • Als het nodig blijkt om het dienstverband van medewerkers die in het RDDF zijn geplaatst, te beëindigen, kunnen schoolbesturen in het bijzonder onderwijs zo spoedig mogelijk en het beste vóór 1 mei de aanvraag voor toestemming bij UWV indienen.

  • Welke rol hebben de middelen voor passend onderwijs bij het berekenen van de ontslagruimte van schoolbesturen in het reguliere basisonderwijs?

    De ontslagruimte werd in het verleden bepaald door het verschil in Rijksbekostiging gedurende twee jaren. Over het algemeen geldt dat hoe meer de bekostiging stijgt, hoe kleiner de ontslagruimte wordt. De middelen voor passend onderwijs, die via de samenwerkingsbestanden bij schoolbesturen terechtkomen, hebben hier niet per definitie invloed op, zo blijkt uit een reactie van het Participatiefonds.

    Een werkgever mag een dienstverband van een werknemer beëindigen wanneer er in zijn ogen zogenoemde ‘kwalitatieve fricties’ ontstaan en de werkgever anders geen goed onderwijs meer kan verzorgen. Dergelijke fricties kunnen ook ontstaan ondanks het geld voor passend onderwijs dat via het samenwerkingsverband naar de schoolbesturen toekomt. Dat geld is namelijk bedoeld voor begeleiding van leerlingen in het kader van passend onderwijs en kan niet zomaar worden uitgegeven aan het behoud van een willekeurige werknemer.

    Een schoolbestuur die in zo’n situatie komt en een werknemer gaat ontslaan, kan een vergoedingsverzoek bij het Participatiefonds indienen. Er moet dan wel altijd overleg met de vakbonden worden gevoerd (volgens het vigerende overlegprotocol).

  • Kan een werkgever eigen beleid over de ingangsdatum en einddatum dienstverbanden opstellen nu artikel 6.12 lid 7 uit de cao is komen te vervallen?

    Het is aan de werkgever om te bepalen wat de ingangsdatum wordt van een dienstverband. Er wordt in de cao voor primair onderwijs geen ingangsdatum van contracten meer bepaald. Het schoolbestuur kan hier eigen beleid op maken in overleg met de P(G)MR. Bijvoorbeeld tijdelijke dienstverbanden met uitzicht op vast gaan in op 1 augustus en andere tijdelijke dienstverbanden op de eerste schooldag. Merk hierbij op dat als een (beoogd) werknemer voor een heel schooljaar wordt aangenomen, het handig is dat het dienstverband dan van 1 augustus tot 1 augustus loopt.

    In de cao voor primair onderwijs is net als in andere sectoren afgesproken dat medewerkers verlof opbouwen. Er zijn echter wel verschillende bepalingen voor onderwijsgevend personeel (OP), onderwijsondersteunend personeel zonder lesgebonden en/of behandeltaken en werknemers in de categorie participatiebanen. 

    Een fulltime medewerker heeft 428 uur verlof per jaar (deeltijder naar rato). Het verlof wordt opgenomen in schoolvakanties van de leerlingen. De werkgever zorgt er voor dat elke medewerker een verlofkaart bijhoudt. De verlofkaart loopt tussen 1 oktober en 1 oktober. Alle schoolvakanties en wettelijke vrije dagen in een schooljaar vallen daarbinnen. Het gebruik ervan is bijvoorbeeld van belang als een medewerker uit dienst gaat. Op basis van de uitdienstdatum moet berekend worden hoeveel vakantiedagen nog met de medewerker verrekend moeten worden. Dit kan een positief maar ook negatief saldo zijn dat verrekend dient te worden. 

    Voor onderwijsondersteunend personeel zonder lesgebonden en/of behandeltaken en werknemers in de categorie participatiebanen zijn in de cao voor primait onderwijs nog aanvullende bepalingen opgenomen. Deze medewerkers hebben bijvoorbeeld het recht om, na overleg, het vakantieverlof deels buiten de schoolvakanties per week op te nemen. 

    Ontslag einde schooljaar

    In het beleid van de organisatie kunnen in overleg met de P(G)MR ook afspraken worden gemaakt over ontslag op eigen verzoek bij einde van het schooljaar en de verrekening van de vakantiedagen. Met het vervallen van artikel 6.12 lid 7 uit de cao kan een werknemer nu verzoeken om ontslag per 1 september (of de eerste schooldag van het nieuwe schooljaar). Dat heeft gevolgen voor de verrekening van het aantal vakantiedagen. De werkgever moet daar duidelijke afspraken over maken met de P(G)MR.

    Er zijn op dit moment twee mogelijkheden:

    • De werkgever heeft in zijn beleid staan dat teveel genoten vakantieverlof wordt verrekend met het (laatste) salaris. Bijvoorbeeld: ‘Bij ontslag op eigen verzoek wordt een eventueel tekort aan vakantieverlofuren verrekend met de salarisbetaling. De werknemer wordt op dit beleid gewezen.’ Hierbij is van belang dat de werkgever het vakantieverlofsaldo in de gaten houdt, dat er toestemming voor het verlof is gegeven en dat de werknemer daarbij is gewezen op het overschrijden van het opgebouwde verlof.
    • De werkgever heeft in zijn beleid staan dat leraren die op het eind van het schooljaar ontslag nemen, dit altijd doen per 1 augustus. Bijvoorbeeld: ‘De in vaste dienst benoemde leraar die in verband met ontslag zijn werkzaamheden na de zomervakantie niet voortzet, wordt ontslag verleend per 1 augustus. Een eventueel verlofoverschot wordt uitbetaald. Deze regel geldt niet bij een ontslag vanwege pensioen, omdat de werknemer geen invloed heeft op deze datum.’ Om te bepalen of er een verlofoverschot is, is het belangrijk dat er een verlofkaart is.

    In artikel 6.12 van de cao voor primair onderwijs was tot 2014 precies vastgesteld wanneer een dienstverband begon en eindigde aan het begin en eind van het schooljaar. Door het weghalen van dit artikel uit de cao is er meer maatwerk mogelijk in de individuele dienstverbanden. Een schoolbestuur kan eigen beleid maken. Aangezien dergelijke afspraken niet wettelijk zijn geregeld, is het belangrijk dat het schoolbestuur dit beleid afstemt met de P(G)MR en vastlegt. Dat beleid is van toepassing als een dienstverband aan het begin of eind van een schooljaar begint of eindigt, maar kan ook van toepassing zijn als dat halverwege het schooljaar gebeurt.

Pagina's