• Hoe worden de vorderingen van leerlingen in het po bepaald?

    Gedurende de hele basisschoolperiode meet een school regelmatig wat een leerling kan en hoe hij vooruitgaat. Op basis van deze objectieve gegevens en de ervaring van de leraar en ouders kan de school bepalen of het kind extra of andere instructie nodig heeft of juist meer moet worden uitgedaagd. Op die manier kan alles uit het kind worden gehaald. Ook krijgen school en ouders door toetsing inzicht in hoe het kind presteert ten opzichte van zijn klas- en leeftijdsgenoten.

    Leerling- en onderwijsvolgsysteem

    Al vanaf groep 1 wordt met hulp van leerling- en onderwijsvolgsysteem gekeken hoe een leerling zich op school ontwikkelt. Met zo’n systeem wordt niet alleen gekeken wát de leerling en zijn klas weten en kunnen, maar het maakt het mogelijk te zien of en hoeveel zij vooruit gaan. Kortom, of het onderwijs dat het kind krijgt, zijn vruchten afwerpt. Scholen zijn verplicht zo’n systeem te gebruiken, in ieder geval voor taal en rekenen, maar mogen zelf bepalen welke ze inzetten en hoe vaak ze het niveau meten. Zolang de gebruikte toetsen valide, betrouwbaar en methodeonafhankelijk genormeerd zijn.

    Reguliere toetsen

    Daarnaast nemen veel scholen ook ‘gewone’ toetsen af die juist wel meten wat de leerling op dat moment kan en of hij de lesstof beheerst. De resultaten op die toetsen geven weer hoe het kind presteert in vergelijking met zijn leeftijdsgenoten. Scholen mogen zelf bepalen of en hoe vaak ze leerlingen een toets laten maken.

    Centrale eindtoets

    Aan het eind van groep acht maken alle basisschoolleerlingen een eindtoets. Dit is verplicht. Deze toets geldt als tweede, schoolonafhankelijk gegeven naast het schooladvies op basis waarvan school en ouders bepalen naar welk niveau middelbare school een leerling gaat. Scoren leerlingen op de toets beter dan op basis van het schooladvies mag worden verwacht, dan moet de school haar advies heroverwegen. Als het kind lager scoort, hoeft dit niet. 
    Vanaf 2018 kunnen scholen ook een digitale adaptieve eindtoets afnemen. Deze toets past zich aan aan het niveau van de leerling. 

    De school neemt de resultaten op al deze toetsen, op in het onderwijskundig rapport (OKR) van het kind. Dat rapport wordt opgesteld als het naar een andere school gaat. De nieuwe school krijgt daarmee een beeld van het kind zodat ook die het onderwijs zo goed mogelijk op de leerling kan afstemmen. Scholen zijn verplicht ouders te informeren over de inhoud van dit rapport.

    Meer weten?

    Voor meer informatie over de eindttoetsen, is te vinden op de website www.vanponaarvo.nl. Voor informatie over andere toetsen kunt u terecht op de websites van de diverse toetsaanbieders. Leden van de PO-Raad kunnen voor vragen ook contact opnemen met beleidsadviseur Bernard Teunis. Meer informatie over digitale systemen is te vinden bij het thema ICT in het onderwijs.

  • ‘Tja, het moet nou eenmaal van de inspectie…’ Dit is een zin die ik regelmatig hoor van leraren. Ik verbaas mij hierover. Net zoals ik mij als leescoördinator verbaas wanneer ik hoor dat leraren met leerlingen gaan ‘oefenen voor de DMT (Drie-Minuten-Toets)’. Geef je dan als leraar leesonderwijs om te zorgen dat je leerlingen een hoge score halen op de DMT? vraagt remedial teacher Leontine le Blanc zich af.

  • Vanaf volgende week starten tienduizenden kinderen met het maken van de (digitale) eindtoets. Sinds 2015 is gelukkig niet deze toets, maar het schooladvies dat zij voor 1 maart hebben gekregen, leidend voor toelating tot de middelbare school. Wel dient de eindtoets als een objectieve second opinion. Het blijft dus een spannend moment voor hen, waarbij ik ze natuurlijk ontzettend veel succes wens!

  • Wat vindt de PO-Raad van de aanpassing van normen? Mag Cito dit nu zo maar doen?

    Cito is een onafhankelijke organisatie die beoordeeld wordt op de kwaliteit van haar toetsen. Zij hebben geconstateerd dat de normen van de toetsen geen goed beeld meer geven van de score van de leerling, in vergelijking met leeftijdgenoten. Het is hun verantwoordelijkheid om dan een aanpassing door te voeren. Daar gaat de PO-Raad niet over en daar nemen wij ook geen standpunt over in. 

    Meer over de aanpassing van de normen van de lvs-toetsen van Cito leest u op de website van Cito en in dit artikel van Basisschoolmanagement.  

  • Waarom leidt de aanpassing van Cito tot zoveel verwarring en vragen?

    Hierop kan de PO-Raad geen antwoord geven. Ouders, scholen, wetenschappers en media hebben allemaal een mening over toetsen, toetsgegevens en de waarde die hieraan wel of niet gehecht moet worden. Hierdoor worden berichten hierover niet altijd in de juiste context geplaatst. Dat kan tot verwarring leiden.



     

  • Wanneer zijn de nieuwe normen in alle leerlingadministratie- en volgsystemen verwerkt?

    Cito zal de normen altijd zo updaten, dat deze gaan gelden bij de start van een nieuw schooljaar. Alle leerlingadministratie- en volgsystemen zorgen er vervolgens voor dat deze nieuwe normen tussen 1 augustus en uiterlijk 15 september van dat schooljaar in hun systemen zijn verwerkt. De geactualiseerde normen van de LVS-toetsen begrijpend lezen, rekenen–wiskunde en spelling niet-werkwoorden zijn inmiddels doorgevoerd in alle leerlingadministratie- en volgsystemen. De update van de normen van de toetsen spelling werkwoorden groep 7 en 8 en woordenschat groep 3 t/m 8  zal uiterlijk 15 september 2014 zijn doorgevoerd.   

  • Hoe moet ik als school ouders informeren over de aangepaste normering?

    De aanpassing van de normen is voor veel ouders ingewikkeld. Cito heeft een speciale brief voor ouders gemaakt die scholen kunnen gebruiken om de aanpassing van de normen aan ouders uit te leggen. U vindt deze hier.

  • Wat kan ik als schoolbestuur primair onderwijs doen, als de aangepaste normering negatieve gevolgen heeft voor mijn leerlingen in de overgang po-vo?

    Zoals Cito al op haar website aangeeft, zegt de aangepaste normering niets over het kennisniveau van de leerling, maar over deze score ten opzichte van andere leerlingen. Problemen kunnen ontstaan in regio’s waar PO en VO niet gelijk optrekken voor wat betreft het toepassen van oude en nieuwe normen. Om dit te voorkomen, zo schrijft Cito zelf ook, is onderlinge afstemming cruciaal. De PO-Raad adviseert in lijn daarmee het gesprek aan te gaan met de VO-scholen in de regio, om deze problemen te verhelpen. Overigens is de PO-Raad van mening dat toetsgegevens nooit het enige en absolute criterium mag zijn voor advisering en plaatsing.

  • 5. Heeft de aanpassing van Cito-normen invloed op de toelating tot het voortgezet onderwijs?

    Dat is afhankelijk van de manier waarop de toelating tot het voortgezet onderwijs in een regio is geregeld. Als bij de beslissing tot toelating het niveau op één of meer lvs-toetsen een rol speelt, dan heeft de aanpassing van de normering mogelijk invloed op de procedure. Dit is mede afhankelijk van de keuze die het primair en het voortgezet onderwijs maken over of zij al dan niet gebruikmaken van de nieuwe normen. Het is aan de PO en VO-scholen in de regio om hier samen goede afspraken over te maken. 

  • Heeft de aanpassing van de normen invloed op het schooladvies?

    Bij het opstellen van het schooladvies maken basisscholen vaak gebruik van (onder meer) de informatie uit lvs-toetsen. Hoewel van een aantal toetsen uit het leerlingvolgsysteem de normen zijn of worden aangepast, verandert de onderliggende vaardigheidsscore niet: wat een leerling wel/niet beheerst voor bijvoorbeeld rekenen-wiskunde is dus niet veranderd. En juist die informatie is van belang voor de advisering richting het voortgezet onderwijs. Wat een leerling moet kennen en kunnen bij instroom in het voortgezet onderwijs is immers ook niet aangepast.

Pagina's