• In een uitgebreid artikel in de Telegraaf van vrijdag 24 april waarschuwen twee schoolbestuurders voor problemen in het onderwijs door de nieuwe Wet werk en zekerheid. 

  • Geldt voor een min/max-contract ook de aanzegplicht?

    Als het min/max-contract minimaal een half jaar heeft geduurd, geldt de aanzegplicht uit de WWZ. U moet minimaal een maand voor einde van de arbeidsovereenkomst aan de medewerker laten weten of de arbeidsovereenkomst al dan niet wordt verlengd, en zo ja, onder welke voorwaarden. Indien u nalaat op tijd aan te zeggen, moet er een boete van een maandsalaris worden betaald (of een deel daarvan naar rato van het te laat zijn). Bij een min/max-contract geldt voor de aanzegplicht dat de hoogte van het maandsalaris wordt vastgesteld op het gemiddelde maandsalaris dat de medewerker in de voorafgaande 12 maanden heeft ontvangen.

    Min/max-contracten

    Een min/max-contract is een speciaal soort tijdelijke arbeidsovereenkomst en telt in zijn geheel als één contract binnen de ketenregeling. Een min/max-contract kan worden aangegaan voor een maand, maar bijvoorbeeld ook voor een jaar. Als de arbeidsovereenkomst wordt aangegaan voor bepaalde tijd, moet dat op basis van een van de gronden uit artikel 3.4 van de cao PO. Een min/max-contract mag nu al met medewerkers worden aangegaan en dit kan na inwerkingtreding van de nieuwe ketenregeling uit de WWZ nog steeds.

  • Deze week debatteerde de Tweede Kamer over de Wet werk en zekerheid. Verder zijn onlangs zijn diverse moties aangenomen naar aanleiding van een debat over ernstig meervoudig gehandicapte kinderen. D66 heeft deze week bij het mondelinge vragenuur vragen gesteld over het bericht dat de grote steden gekort gaan worden op hun achterstandsmiddelen. 

  • In de Handreiking voor het hanteren van de Wet werk en zekerheid in het primair onderwijs stond dat een tijdelijke taakuitbreiding geen nieuwe arbeidsovereenkomst is in de zin van de ketenregeling. Jurisprudentie hierover is echter verdeeld. Er staat daarom ondertussen een nieuwe versie van de handreiking op de website van de PO-Raad waarin uitleg over deze onduidelijkheid is opgenomen.

  • Na inwerkingtreding van de Wet werk en zekerheid op 1 juli aanstaande moet het primair onderwijs de vervanging van afwezige leraren anders organiseren. De PO-Raad juicht dit niet toe, maar de sector moet zich wel aan de wet houden. De PO-Raad streeft er daarom naar zo snel mogelijk afspraken te maken met de vakbonden in een nieuwe cao, zodat ook na 1 juli elke afwezige leraar kan worden vervangen. 

  • Door de Wet werk en zekerheid (WWZ) veranderen op 1 juli 2015 belangrijke bepalingen over tijdelijke arbeidsovereenkomsten en ontslag. Om leden te faciliteren met voldoende informatie over de veranderingen, hoort de PO-Raad graag wat uw belangrijkste vragen zijn over de WWZ.

  • Welke tijdelijke dienstverbanden tellen mee in de nieuwe ketenregeling WWZ ?

    Onderstaande is gebaseerd op de wettelijke ketenregeling zoals op grond van de WWZ gewijzigd op 1 juli 2015.
    Voor de PO-sector geldt echter overgangsrecht tot uiterlijk 1 juli 2016.

    Bij aanvang van een nieuw contract ná 1 juli 2015 geldt het nieuwe recht en de nieuwe ketenbepaling voor het bijzonder onderwijs. Er moet dan gekeken worden naar de voorafgaande contracten. Het laatste contract telt voor aantal en duur van de ketenregeling gewoon mee als er geen periode van meer dan 6 maanden tussen zit. Daaraan voorafgaande contracten tellen ook mee als er geen periode van meer dan 3 maanden tussen twee contracten heeft gezeten. Alleen als er wel een periode van meer dan 3 maanden tussen 2 contracten is geweest, is de keten doorbroken.

    Voorbeeld 1 (Keten niet doorbroken)
    Tijdelijke dienstverbanden van - tot:

    A) 01-11-2014  tot 01-12-2014

    B) 15-12-2014  tot 01-03-2015

    C) 01-04-2015  tot 06-07- 2015

    D) Nieuw contract m.i.v. 13-07-2015

    Voor A/B/C geldt het oude recht, ze zijn aangevangen vóór 1 juli 2015. Er is geen periode van langer dan drie maanden tussen de dienstverbanden; ze vormen een doorlopende keten.
    D start ná 1 juli 2015; het nieuwe recht is van toepassing. Er wordt gekeken naar de voorafgaande contracten. Het laatste (C) telt voor aantal en duur van de ketenregeling gewoon mee omdat er tussen einde C en aanvang D minder dan 6 maanden zit. A en B tellen ook mee omdat daar geen periode van meer dan 3 maanden tussen zit.
    Conclusie: D is het vierde contract in de reeks en daardoor is er sprake van een vast dienstverband.

    Voorbeeld 2 (Keten doorbroken op basis van het oude recht)
    Tijdelijke dienstverbanden van - tot:

    A) 01-11-2014  tot 01-12-2014

    B) 15-12-2014  tot 01-02-2015

    C) 05-05-2015  tot 06-07- 2015

    D) Nieuw contract m.i.v. 13-07-2015

    Tussen einde B en begin C zit meer dan 3 maanden. C is gestart vóór 1 juli. Op grond van het oude recht is de keten dan doorbroken en is C de eerste in een nieuwe keten.
    Tussen C en D zit minder dan 6 maanden waardoor de keten op basis van het nieuwe recht niet doorbroken is. D is dus het tweede contract in de keten.

    Voorbeeld 3
    Tijdelijke dienstverbanden van - tot:

    A) 01-04-2013  tot 01-04-2015

    B) Voornemen nieuw contract m.i.v. 01-07-2015

    Tussen A en B zit minder dan 6 maanden. A telt dus mee, in dit geval niet relevant voor het aantal contracten maar wel voor de maximale duur van 24 maanden: bij aanvang B is die duur overschreden waardoor er sprake is van een vast dienstverband.

    Ook als er vele tijdelijke dienstverbanden zijn geweest (al dan niet op een verzamelakte) kunnen bovenstaande toetsen zo worden uitgevoerd.

    Klik hier voor meer informatie over de WWZ.

  • Het is niet mogelijk om de eindtoetsresultaten buiten de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) te houden zodat ze niet langer op te vragen zijn door bijvoorbeeld media. Dat concludeerde staatssecretaris Sander Dekker (Onderwijs) onlangs na onderzoek.

  • Onderwerp
    03-03-2015

    Voor sociale zekerheid en pensioenen volgt de PO-Raad de totstandkoming van landelijke wet- en regelgeving, informeert zij haar leden over veranderingen en oefent daar waar nodig invloed uit in het belang van haar leden. Voor speciale groepen op de arbeidsmarkt voert de PO-Raad overleg met onder andere UWV Werkbedrijf en Loyalis Maarwerk Administraties.

Pagina's