• Per 1 augustus wordt de wetgeving over de vrijwillige ouderbijdrage aangescherpt. Wat wordt er van scholen verwacht?

    Per 1 augustus 2021 is het verplicht expliciet in de schoolgids en het schoolplan te vermelden dat kinderen van wie de ouders de bijdrage niet kunnen betalen, niet kunnen worden uitgesloten van deelname aan activiteiten (artikel 13 lid 1 onder e Wet op het primair onderwijs (nieuw)).

    Scholen kunnen ouders een vrijwillige ouderbijdrage vragen voor extra activiteiten zoals excursies, kamp, kerstviering, huiswerkbegeleiding of langdurige muziek-of danslessen. Als ouders de vrijwillige bijdrage niet voldoen, mag de school een leerling niet uitsluiten van deze activiteiten of een alternatief aanbieden. De kosten voor activiteiten binnen het verplichte programma moeten door de school worden betaald.

    Lees ook: Wetgeving vrijwillige ouderbijdrage wordt aangescherpt, waar moeten scholen aan denken?

  • Een leraar meldt zich ziek tijdens de vakantie. Heeft hij recht op compensatie van niet-genoten vakantiedagen?

    Niet altijd. In de CAO PO is afgesproken dat werknemers gedurende 160 uur per jaar vakantie kunnen genieten (artikel 8.1 lid. 4 CAO PO). Er vindt enkel compensatie plaats voor zover een werknemer in een jaar (gerekend van oktober tot oktober) door ziekte minder dan 160 uren vakantieverlof heeft kunnen genieten.  

    Indien werknemers zich vanuit het buitenland ziekmelden, is het niet ongebruikelijk om een medische verklaring op te vragen van een lokale arts of medicus. Mocht u in discussie komen of de werknemer vakantie heeft genoten, dan kunt u ook nog de bedrijfsarts inschakelen om te bepalen of de werknemer tijdens zijn gemelde arbeidsongeschiktheid van de vakantiedagen heeft kunnen genieten.  

  • Wanneer een leraar zich ziek meldt in de vakantie heeft deze dan recht op compensatie van de niet genoten vakantie?

    Voor leraren en OOP-ers in het primair onderwijs geldt hetzelfde. Artikel 8.1 lid 4 en 5 cao po is van toepassing. Er vindt enkel compensatie plaats indien een werknemer in een jaar (van oktober tot oktober) door ziekte minder dan 160 uren vakantieverlof heeft genoten. Als de werknemer een weekje ziek is in de zomervakantie en de rest van het jaar niet ziek is, heeft deze dus geen recht op compensatie. 

  • Geldt er voor een AOW-gerechtigde werknemer die wij in dienst nemen een aparte ketenregeling? En hoe zit het dan met de loondoorbetaling bij ziekte?

    Bij werknemers die de AOW-gerechtigde leeftijd hebben bereikt, gelden andere regels voor de ketenregeling. Zodra de werknemer de AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt, ontslagen is en daarna weer opnieuw in dienst komt, start er een nieuwe keten. Dit is dat het eerste contract in de keten. Bij AOW-gerechtigde werknemers geldt een ketenregeling van zes contracten in vier jaar (zie artikel 3.13, lid 1 onder b CAO PO). Een werknemer die de AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt en ziekteverlof geniet, behoudt vanaf de eerste ziektedag gedurende 13 weken zijn volledige loon. Daarna heeft hij geen recht meer op loon (artikel 4 lid 2 Regeling ZAPO).

  • Wordt het ouderschapsverlof ook opgeschort tijdens kortdurend ziekteverlof zoals griep?

    In artikel 8.19 lid 9 cao PO staat dat het ouderschapsverlof van rechtswege wordt opgeschort bij ziekte. Er wordt geen termijn aan de duur van de ziekte verbonden en in het artikel wordt geen onderscheid gemaakt tussen betaald en onbetaald ouderschapsverlof. Dit betekent dat bij elke vorm van ziekte (ook al is het één dag) het betaald en onbetaald ouderschapsverlof wordt opgeschort. De werknemer kan in overleg het ouderschapsverlof op een ander moment inzetten.

  • Als een werknemer voor de vakantie 100% hersteld wordt gemeld, en binnen vier weken na de vakantie weer uitvalt, is er dan sprake van doorlopend ziekteverlof?

    Ja. Een nieuwe ziekteperiode ontstaat pas nadat de werknemer daadwerkelijk vier weken zijn werkzaamheden heeft hervat. De (zomer)vakantie telt dus niet mee voor de vaststelling van deze vier weken.

    Artikel 6 ZAPO is hierop van toepassing. Dit artikel heeft een relatie met de bepaling van de korting van 30% na de termijn van 12 maanden waarin de werknemer eerst zijn volle bezoldiging behoudt. Om een nieuwe termijn van 12 maanden te laten lopen dient een werknemer volgens de CAO zijn werkzaamheden daadwerkelijk vier weken hervat te hebben. Een schoolvakantie telt dus volgens de CAO niet mee bij de bepaling van het daadwerkelijk hervatten. Het is ons bekend dat UWV die definitie van daadwerkelijke hervatting niet hanteert bij het bepalen van de 104 weken voor een eventuele WIA-uitkering. Maar dat staat los van de bepaling van de 12-maandstermijn voor de salariskorting.