Het artikel 4.6b uit de CAO PO 2018-2019 over het min-max contract is niet meer in de huidige cao opgenomen. Is een min-max contract nog wel mogelijk?

Hoofdstuk 4, waaronder artikel 4.6b CAO is in verband met de inwerkingtreding Wet normalisering wetspositie ambtenaren (Wnra) uit de cao gehaald omdat cao-partners ‘overbodige’ artikelen wilden schrappen. Het min-max contract kan namelijk ook op grond van het Burgerlijk Wetboek worden aangegaan. Het is dus niet zo dat het bewuste artikel uit de cao gehaald is, omdat het aangaan van een min-max contract cao-technisch niet meer zou kunnen of mogen. 

Werkgevers kunnen dus nog steeds een min-max contract aangaan. Volgens artikel 6.1 lid 3 CAO PO bedraagt de minimale betrekkingsomvang 8 uur per week en voor incidentele vervangingen van één dag of minder 5 uur. De maximale betrekkingsomvang is 48 uur per week. 

Als gevolg van de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) dient de werkgever bij voortzetting van het dienstverband de oproepkracht na 12 maanden een aanbod te doen voor een vast aantal uren (artikel 7:628a lid 5 BW). Dat aantal uren moet minimaal gelijk zijn aan de gemiddelde arbeidsomvang in de afgelopen 12 maanden. Laat de werkgever het aanbod achterwege, dan heeft de werknemer toch recht op loon voor het aantal uren waarvoor hij een aanbod had moeten ontvangen. De werkgever doet het aanbod uiterlijk op de laatste dag van de dertiende maand. De werknemer heeft ten minste een maand bedenktijd. 

De werknemer is ook niet verplicht het aanbod te aanvaarden. Willen werkgever en werknemer beiden op oproepbasis verder gaan, dan mag dat. Als zij overeenkomen om op oproepbasis met elkaar verder te gaan, dan moet de werknemer, als er weer 12 maanden verstreken zijn, wederom een aanbod voor een vaste arbeidsomvang krijgen. Zie verder ook De Wet arbeidsmarkt in balans en oproepovereenkomsten | PO-Raad