Hoe berekent het Participatiefonds de ontslagruimte bij daling van de Rijksbekostiging?

Als er een vermindering is van de bekostiging, dan ontstaat ontslagruimte in de termen van het Participatiefonds (PF).

In het reglement van het PF staat beschreven dat er een vergelijking gemaakt wordt van de Rijksbekostiging van personeel direct voorafgaand aan het ontslag met de Rijksbekostiging per datum van ontslag. Op die manier wordt bekeken of door de afnemende bekostiging inderdaad personeel moet worden ontslagen. Het budget voor personeels- en arbeidsmarktbeleid wordt voor 65% in de vergelijking betrokken. Dit betekent dat bij de berekening van de Rijksbekostiging wordt uitgegaan van 65% inzet van het budget voor de bekostiging van personeel. De omvang van het natuurlijk verloop en de andere ontslagen in een periode van zes maanden voorafgaand aan en per de datum van het gemelde ontslag wordt in de vergelijking betrokken.

Een simpel rekenvoorbeeld (met fictieve bedragen):

Stel de personele lumpsum van een schoolbestuur bedraagt € 1.000.000. De bekostiging voor personeels- en arbeidsmarktbeleid bedraagt € 100.000. In het jaar erop bedraagt de personele lumpsum € 900.000, de bekostiging personeels- en arbeidsmarktbeleid is ongewijzigd. De ontslagruimte is:

Ontslagruimte = (1.000.000 + 65%van 100.000) – (900.000 + 65%van100.000) = 100.000 euro