Hoe werkt het ontslagrecht in het bijzonder onderwijs?

Er zijn vier manieren om een medewerker te ontslaan:

  1. Met wederzijds goedvinden: de medewerker stemt in met zijn ontslag, of er wordt een beëindigingsovereenkomst afgesloten.
  2. Opzeggen met toestemming van UWV: bij bedrijfseconomische redenen en bij ziekte.
  3. Ontbinding bij de kantonrechter: bij redenen gelegen in de persoon van de medewerker.
  4. Opzeggen zonder toestemming van UWV: proeftijd en dringende reden.

De reden van ontslag bepaalt welke procedure doorlopen moet worden. Een werkgever mag dus niet kiezen of een ontslagvergunning wordt aangevraagd bij de kantonrechter of bij UWV.

Bij een reorganisatie en RDDF-plaatsingen is de tweede ontslagroute aan de orde. Voor opzegging van de arbeidsovereenkomst wegens bedrijfseconomische redenen, hetgeen aan de orde is bij een reorganisatie, dient een werkgever in het bijzonder onderwijs een ontslagvergunning te vragen bij het UWV. Het UWV hanteert daarbij het afspiegelingsbeginsel.