Hoe zien bekostiging en uitgaven er per basisschoolklas uit?

Er doen diverse verkeerde berekeningen de ronde over de bekostiging en uitgaven van een gemiddelde klas op een reguliere basisschool. Veel gehoord is een bedrag van € 150.000 aan bekostiging, wat neer zou komen op € 6.700 per leerling. Zoals gezegd, is het verschil met de eerdere getallen te verklaren doordat in het totale bedrag ook ondersteuningsmiddelen voor leerlingen op speciale scholen worden meegeteld, net als het geld voor culturele instellingen en stichtingen. Een gemiddelde basisschool heeft met dat geld niets van doen.

Een eerste onderzoek door de PO-Raad naar de bekostiging en kosten per klas bij een tiental willekeurige schoolbesturen laat zien dat een gemiddelde groep (23,1 leerlingen in 2017) circa € 125.000 aan bekostiging ontvangt. Verschillen tussen scholen worden veroorzaakt door bijv. de toekenning van onderwijsachterstandsmiddelen.

Critici stellen dat 40 procent van de eerder genoemde € 150.000 per klas wordt besteed aan de loonkosten van de leerkracht, terwijl dit in 2004 nog 60 procent was. Zij gaan er echter vanuit dat per klas één voltijdswerknemer, ofwel 1 fte, in dienst van een school is. Het is echter onjuist om hiervan uit te gaan omdat het vrijwel altijd nodig is méér leraren in dienst te hebben in verband met vervanging bij ziekte, verlof of scholing. Ook zijn leraren nodig om andere dan lesgevende taken uit te voeren. Denk hierbij aan interne begeleiding, RT, ICT coördinatie, begeleiding van stagiairs en starters et cetera. Wanneer hier rekening mee wordt gehouden en deze kosten worden gerelateerd aan de werkelijke bekostiging, blijkt 60% (€ 75.000) nog steeds redelijk accuraat.

Naast de uitgaven voor onderwijzend personeel zijn er kosten voor onderwijsondersteunend personeel en directie. De schoolleider, evt. bouwcoördinatoren, conciërge, administratief medewerker en mogelijk andere experts zijn nodig om de school “draaiend te houden” en dragen bij aan de onderwijskwaliteit en -ontwikkeling. Deze kosten schat de PO-Raad in op € 15.000 per klas. Ook moet jaarlijks worden geïnvesteerd in de ontwikkeling en professionalisering van alle medewerkers, gemiddeld € 7.000 per klas. De totale kosten voor personeel komen daarmee uit op zo’n € 97.000.

Een gemiddelde klas heeft daarnaast ongeveer € 20.000 nodig voor materiële zaken. Denk hierbij aan het onderhoud van het schoolgebouw, schoonmaakkosten, de rekening voor gas/water/licht, de aanschaf van leermiddelen en lesmethoden, kosten voor inventaris, meubilair en (ICT) apparatuur, administratiekosten, medezeggenschap, abonnementen, toetsen en ICT infrastructuur. Hierbij moet worden opgemerkt dat deze kosten aanzienlijk hoger zouden zijn als scholen meer financiële armslag zouden hebben. De huidige materiële bekostiging biedt nauwelijks ruimte voor adequate gebouwen en faciliteiten die het onderwijsproces optimaal ondersteunen.

Van het totale lumpsumbedrag van € 125.000 per klas blijft nog € 8.000 over. Op een school met acht klassen resteert dan € 64.000 om te besteden aan alle taken die vanwege efficiency en/of expertise schooloverstijgend worden uitgevoerd. Denk hierbij o.a. aan bestuur en toezicht, kwaliteitszorg, financiële- en personeelsadministratie met de daarbij behorende controle en verantwoording, centraal inkoopbeleid, onderhoudsbeheer, informatiebeveiliging en privacy, arbo/bedrijfsgezondheidszorg, loopbaan begeleiding, de begeleiding van leraren in opleiding en starters.

Hier kunt u de complete Berekening bekostiging en uitgaven per klas van de PO-Raad nalezen gebaseerd op macogegevens, per school kunnen de gegevens verschillen. Voor de berekeningen geldt ook dat ze een versimpelde weergave zijn van de nog veel complexere werkelijkheid.

Trefwoorden