Hoe zit het met het al dan niet doorbetalen van de reiskosten als een werknemer (grotendeels) thuiswerkt?

Voor de beantwoording van deze vraag zijn twee aspecten van belang. Allereerst is dat de cao. Op grond van de art. 7.3 CAO PO heeft een werknemer recht op een vaste onbelaste reiskostenvergoeding. In art. 7.3 lid 9 CAO PO is vastgelegd dat de reiskostenvergoeding vanaf de derde week wordt stopgezet indien de werknemer, anders dan in verband met vakantieverlof, gedurende een periode van twee weken niet reist naar het werk.

Daarnaast is de fiscale regelgeving van belang. Normaal gesproken mag een werkgever een vaste reiskostenvergoeding niet onbelast blijven doorbetalen als een werknemer niet (meer) van en naar werk reist. Nu zijn dit bijzondere tijden. Daarom heeft de staatssecretaris van Financiën in zijn kamerbrief van 14 april jl. aangegeven dat hij het onwenselijk vindt dat werkgevers door de verandering in het reispatroon de vaste reiskostenvergoeding moeten aanpassen of geheel/gedeeltelijk tot het loon moet rekenen. In een beleidsbesluit wordt geregeld dat de werkgever die een vaste reiskostenvergoeding aanbiedt hier in deze thuiswerktijden geen gevolgen aan hoeft te verbinden. Kortom, de vaste reiskostenvergoeding mag (fiscaal gezien) onbelast doorbetaald worden.

Ieder schoolbestuur dient een eigen afweging te maken, maar de PO-Raad kan zich voorstellen dat schoolbesturen de reiskostenvergoeding - vanuit oogpunt van goed werkgeverschap - blijven doorbetalen, ook als werknemers minder of niet meer reizen voor werk.

Trefwoorden