Is de gemeente verantwoordelijk voor een constructiefout in het schoolgebouw ook al is het schoolbestuur bouwheer?

Bij een van onze scholen is een constructiefout vastgesteld in het dak van het gebouw. Bij de totstandkoming van het gebouw was ons schoolbestuur bouwheer. De gemeente is van mening dat zij nog niet formeel kunnen beslissen over onze aanvraag in de kostenbestrijding. De gemeente is toch verantwoordelijk ondanks ons bouwheerschap? Complicerende factor is dat de aannemer die destijds betrokken was bij de bouw failliet is.

Volgens de wet dient de gemeente de kosten van een constructiefout te vergoeden. Uiteraard moet er eerst worden vastgesteld óf er sprake is van een constructiefout.

Het feit dat het schoolbestuur bouwheer is geweest, is niet relevant. Ook wanneer het schoolbestuur bouwheer was, blijft de verantwoordelijkheid van de gemeente voor een vergoeding van een constructiefout leidend. Het enige wat roet in het eten kan gooien is wanneer de fout is ontstaan als gevolg van nalatigheid door het bestuur. Het feit dat de aannemer failliet is staat er los van. Dat betekent alleen dat de aannemer, als de constructiefout aan zijn handelen te wijten is, er niet meer op aangesproken kan worden door de gemeente. De gemeente zou anders de schade eventueel op hem kunnen verhalen.

Als het gaat om de procedure, geldt voor de gemeente dat zij zich moeten houden aan de eigen verordening. Dus nu het als een constructiefout is erkend, en de toegezegde middelen ontoereikend zijn, zal de gemeente toch linksom of rechtsom het geheel moeten vergoeden. Artikel 30 van de Verordening onderwijshuisvesting biedt de gemeente voldoende mogelijkheden om het probleem op te lossen.