Kan een werkgever eigen beleid over de ingangsdatum en einddatum dienstverbanden opstellen nu artikel 6.12 lid 7 uit de cao is komen te vervallen?

Het is aan de werkgever om te bepalen wat de ingangsdatum wordt van een dienstverband: 1 augustus of de eerste schooldag. U kunt hier beleid op maken in overleg met de P(G)MR. Bijvoorbeeld tijdelijke dienstverbanden met uitzicht op vast gaan in op 1 augustus en andere tijdelijke dienstverbanden op de eerste schooldag. Merk hierbij op dat als een (beoogd) werknemer voor een heel schooljaar wordt aangenomen, het handig is dat het dienstverband dan van 1 augustus tot 1 augustus loopt.

In de cao voor het primair onderwijs is net als in andere sectoren afgesproken dat medewerkers verlof opbouwen. Een fulltime medewerker heeft 428 uur verlof per jaar (deeltijder naar rato). Het verlof wordt opgenomen in schoolvakanties van de leerlingen. De werkgever zorgt er voor dat elke medewerker een verlofkaart bijhoudt. De verlofkaart loopt tussen 1 oktober en 1 oktober. Alle schoolvakanties en wettelijke vrije dagen in een schooljaar vallen daar binnen. Het gebruik ervan is bijvoorbeeld van belang als een medewerker uit dienst gaat. Op basis van de uitdienstdatum moet berekend worden hoeveel vakantiedagen nog met de medewerker verrekend moeten worden.

Ontslag einde schooljaar

In het beleid van de organisatie kan in overleg met de P(G)MR ook afspraken worden gemaakt over ontslag op eigen verzoek bij einde van het schooljaar en de verrekening van de vakantiedagen. Met het vervallen van artikel 6.12 lid 7 uit de cao kan een werknemer nu verzoeken om ontslag per 1 september (of de eerste schooldag van het nieuwe schooljaar). Dat heeft gevolgen voor de verrekening van het aantal vakantiedagen. De werkgever moet daar duidelijke afspraken over maken met de P(G)MR.

 

Er zijn op dit moment twee mogelijkheden:

•           De werkgever heeft in zijn beleid staan dat teveel genoten vakantieverlof wordt verrekend met het (laatste) salaris. Bijvoorbeeld: ‘Bij ontslag op eigen verzoek wordt een eventueel tekort aan vakantieverlofuren verrekend met de salarisbetaling. De werknemer wordt op dit beleid gewezen.’ Hierbij is van belang dat de werkgever het vakantieverlofsaldo in de gaten houdt, dat er toestemming voor het verlof is gegeven en dat de werknemer daarbij is gewezen op het overschrijden van het opgebouwde verlof.

•           De werkgever heeft in zijn beleid staan dat leraren die op het eind van het schooljaar ontslag nemen, dit altijd doen per 1 augustus. Bijvoorbeeld: ‘De in vaste dienst benoemde leraar die in verband met ontslag zijn werkzaamheden na de zomervakantie niet voortzet, wordt ontslag verleend per 1 augustus. Een eventueel verlofoverschot wordt uitbetaald. Deze regel geldt niet bij een ontslag vanwege pensioen, omdat de werknemer geen invloed heeft op deze datum.’ Om te bepalen of er een verlofoverschot is, is het belangrijk dat er een verlofkaart is.

In artikel 6.12 van de cao voor het primair onderwijs was tot 2014 precies vastgesteld wanneer een dienstverband begon en eindigde aan het begin en eind van het schooljaar. Door het weghalen van dit artikel uit de cao is er meer maatwerk mogelijk in de individuele dienstverbanden. Een schoolbestuur kan daarbij zijn eigen beleid maken. Aangezien dergelijke afspraken niet wettelijk zijn geregeld, is het nu belangrijk dat het schoolbestuur dit beleid afstemt met de P(G)MR en goed communiceert. Dat beleid is van toepassing als een dienstverband aan het begin of eind van een schooljaar begint of eindigt, maar kan ook van toepassing zijn als dat halverwege het schooljaar gebeurt.