Wat is waar? Er is de afgelopen jaren meer geld per leerling naar het primair onderwijs gegaan of er is op bezuinigd?

Er is de afgelopen jaren meer geld gegaan naar het primair onderwijs. Toch leidde dit niet tot meer ruimte in de begroting van schoolbesturen, sterker nog deze ruimte is de afgelopen jaren fors afgenomen. En wel om de volgende redenen:

De extra investeringen (de plussen) zijn volledig opgegaan aan extra kosten voor nieuwe taken/verantwoordelijkheden. Denk in dit kader aan extra geld voor salaris leerkrachten en aanpak werkdruk. Dit extra geld heeft dus géén positief effect gehad op de begroting van schoolbesturen.

 Bron: beantwoording feitelijke vragen begroting 2018; tabel 4, p.15 en begroting 2019, pagina 25)

Er is ook bezuinigd op het primair onderwijs, en deze minnen gingen niet gepaard met minder taken en komen daarmee ten laste van de basisbekostiging. Dit heeft een negatief effect op de begroting van schoolbesturen.

Bron: beantwoording feitelijke vragen begroting 2018; tabel 3, p.15 en begroting 2019, p.25)

Scholen hebben ook te maken met niet gecompenseerde kostenstijgingen. Dit heeft een negatief effect op de begroting van schoolbesturen.

Bron: PO-Raad, o.b.v. rapporten ARK (2013) en Berenschot (2017)

Scholen hebben ook te maken gekregen met extra eisen, taken en verantwoordelijkheden waar géén extra middelen voor gegeven zijn. Denk in dit kader aan: HR-beleid, financieel management, ICT, burgerschap, sociale veiligheid, AVG, (financiële) verantwoording, etc. Ook dit heeft een negatief effect op de begroting van schoolbesturen (deze kosten zijn niet gekapitaliseerd / niet meegenomen in onderstaand overzicht)

Per saldo gaan de plussen volledig op aan extra kosten voor nieuwe taken/verantwoordelijkheden. De minnen zijn sinds Rutte I (2013) t/m begroting 2019 opgelopen tot ruim €1,0 mld./ ca. €700 per lln = ca. €150.000 per gemiddelde school (= excl. kosten van niet bekostigde extra taken)

Trefwoorden