Wat zijn de referentienieveaus voor taal en rekenen?

Een meer opbrengstgerichte manier van werken, kan een belangrijke bijdrage leveren aan het verbeteren van de taal- en rekenprestaties. Daarom zijn sinds het schooljaar 2010/2011 referentieniveaus voor taal en rekenen ingevoerd, zowel in het primair, voortgezet als middelbaar beroepsonderwijs. Met behulp van de referentieniveaus voor taal en rekenen kunnen scholen invulling geven aan deze manier van werken. De referentieniveaus beschrijven wat een leerling op een bepaald moment in zijn schoolloopbaan op het gebied van taal en rekenen moet beheersen. Hierdoor kunnen scholen individuele prestaties van leerlingen in kaart brengen. Doordat het niveau van de leerling in elke fase van de opleiding gevolgd wordt, bevorderen de referentieniveaus bovendien een soepelere aansluiting tussen primair en voortgezet onderwijs en verder.
De Referentieniveaus zijn sinds  1 augustus 2010 vastgelegd in de Wet Referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen.

Voor het primair onderwijs worden twee beheersingsniveaus onderscheiden:

  • niveau 1F: fundamenteel niveau, geeft aan waar leerlingen op een bepaald niveau aan moeten voldoen
  • niveau 1S: hoger streefniveau, geeft aan wat een leerling die meer kan, naar toe kan werken.

De niveaus zijn van toepassing op het (speciaal) basisonderwijs en alle vormen van speciaal onderwijs, met uitzondering van zeer moeilijk lerende en meervoudig gehandicapte leerlingen (ZML en MG). 

Meer weten?

Meer informatie over de referentieniveaus Taal en Rekenen is te vinden op speciale website taalenrekenen.nl van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Daar staan onder meer verschillende uitwerkingen van de verschillende referentieniveaus.