Welke tijdelijke dienstverbanden tellen mee in de nieuwe ketenregeling WWZ ?

Onderstaande is gebaseerd op de wettelijke ketenregeling zoals op grond van de WWZ gewijzigd op 1 juli 2015.
Voor de PO-sector geldt echter overgangsrecht tot uiterlijk 1 juli 2016.

Bij aanvang van een nieuw contract ná 1 juli 2015 geldt het nieuwe recht en de nieuwe ketenbepaling voor het bijzonder onderwijs. Er moet dan gekeken worden naar de voorafgaande contracten. Het laatste contract telt voor aantal en duur van de ketenregeling gewoon mee als er geen periode van meer dan 6 maanden tussen zit. Daaraan voorafgaande contracten tellen ook mee als er geen periode van meer dan 3 maanden tussen twee contracten heeft gezeten. Alleen als er wel een periode van meer dan 3 maanden tussen 2 contracten is geweest, is de keten doorbroken.

Voorbeeld 1 (Keten niet doorbroken)
Tijdelijke dienstverbanden van - tot:

A) 01-11-2014  tot 01-12-2014

B) 15-12-2014  tot 01-03-2015

C) 01-04-2015  tot 06-07- 2015

D) Nieuw contract m.i.v. 13-07-2015

Voor A/B/C geldt het oude recht, ze zijn aangevangen vóór 1 juli 2015. Er is geen periode van langer dan drie maanden tussen de dienstverbanden; ze vormen een doorlopende keten.
D start ná 1 juli 2015; het nieuwe recht is van toepassing. Er wordt gekeken naar de voorafgaande contracten. Het laatste (C) telt voor aantal en duur van de ketenregeling gewoon mee omdat er tussen einde C en aanvang D minder dan 6 maanden zit. A en B tellen ook mee omdat daar geen periode van meer dan 3 maanden tussen zit.
Conclusie: D is het vierde contract in de reeks en daardoor is er sprake van een vast dienstverband.

Voorbeeld 2 (Keten doorbroken op basis van het oude recht)
Tijdelijke dienstverbanden van - tot:

A) 01-11-2014  tot 01-12-2014

B) 15-12-2014  tot 01-02-2015

C) 05-05-2015  tot 06-07- 2015

D) Nieuw contract m.i.v. 13-07-2015

Tussen einde B en begin C zit meer dan 3 maanden. C is gestart vóór 1 juli. Op grond van het oude recht is de keten dan doorbroken en is C de eerste in een nieuwe keten.
Tussen C en D zit minder dan 6 maanden waardoor de keten op basis van het nieuwe recht niet doorbroken is. D is dus het tweede contract in de keten.

Voorbeeld 3
Tijdelijke dienstverbanden van - tot:

A) 01-04-2013  tot 01-04-2015

B) Voornemen nieuw contract m.i.v. 01-07-2015

Tussen A en B zit minder dan 6 maanden. A telt dus mee, in dit geval niet relevant voor het aantal contracten maar wel voor de maximale duur van 24 maanden: bij aanvang B is die duur overschreden waardoor er sprake is van een vast dienstverband.

Ook als er vele tijdelijke dienstverbanden zijn geweest (al dan niet op een verzamelakte) kunnen bovenstaande toetsen zo worden uitgevoerd.

Klik hier voor meer informatie over de WWZ.