Anko van Hoepen: En de winnaar is...

Toen we onlangs met onze gezamenlijke huisvestingsplannen naar buiten traden, hadden we (PO-Raad, VO-raad, VNG) niet kunnen vermoeden dat alleen al onze vóórstellen alles en iedereen in huisvestingsland op z’n grondvesten zou laten schudden.

In de media leek het misschien alsof de gemeenten het onderspit hadden gedolven in het voorstel, en wij PO-Raad en VO-raad er met de buit vandoor gingen. Immers, ‘Na jarenlang gebakkelei werd nu duidelijk wie moest opdraaien voor de renovatie van schoolgebouwen: de gemeente’, zo was te lezen in de kranten. Anderen dachten wellicht: ‘Wat goed van die VNG dat zij tenminste haar verantwoordelijkheid neemt’ of ‘Bedankt PO-Raad, dat investeringsverbod was voor ons juist zo’n handig argument!’

Het was geen kwestie van handje klap: doen jullie de renovatie, dan beloven wij dat we ook wat zullen investeren.

Zoals altijd ligt de werkelijkheid ingewikkeld. Ik vind het belangrijk om te benadrukken dat niet alleen gemeenten, maar ook schoolbesturen meer verantwoordelijkheid krijgen voor het schoolgebouw. Immers: wij hebben, zodra het investeringsverbod van tafel is, geen reden meer om níét bij te dragen aan duurzaamheid. Dat was geen kwestie van handje klap: doen jullie de renovatie, dan beloven wij dat we ook wat zullen investeren. Nee, bij het uitwerken van de plannen zijn we iedere keer teruggegaan naar de basis: Waarmee stimuleren we kwaliteit? Wat is goed voor het onderwijs? Wat is goed voor de leerlingen? En waar ik ‘we’ zeg heb ik het namens de PO-Raad over onze huisvestingsexpert Gertjan van Midden. Hij heeft de afgelopen jaren met zijn broodnuchtere blik als geen ander over alle belangen heen gekeken. (Wat zullen we hem missen als hij eind dit jaar van zijn welverdiende pensioen gaat genieten, maar dat is weer een ander verhaal.)

Gelukkig troffen we aan de kant van de VNG ook veel bereidwilligheid. Mensen die óók zagen waar het huidige stelsel ons heeft gebracht: bij een schoolgebouwenbestand van gemiddeld meer dan veertig jaar oud, met schrikbarend hoge stookkosten en een ongezond binnenklimaat. Dat is voor niemand van ons iets om trots op te zijn.

Als we niet gauw in actie komen, zijn wij als onderwijssector straks de grote spelbreker.

En dat terwijl ieder gebouw in Nederland in 2040 ook nog eens energieneutraal moet zijn! Als we niet gauw in actie komen, zijn wij als onderwijssector straks de grote spelbreker. Die ene leerling die altijd zegt: ‘Ik heb niks gedaan meester, het lag niet aan mij!’ We mogen dit als schoolbesturen niet buiten onszelf leggen. Maar tegelijkertijd hebben schoolbesturen -net als onze leerlingen- ook duidelijke spelregels nodig en voldoende middelen. Daarom moeten we als brancheorganisaties samen met het ministerie aan scholen en gemeenten laten weten waar ze aan toe zijn. We mogen ze niet laten zwemmen.

En dat doen we ook niet. Ik ben er trots op dat één van onze jonge talentvolle medewerkers, onze domeinregisseur Steven de Vries, namens het po, vo, mbo en ho in Den Haag aan de sectortafel Gebouwde omgeving van het klimaatakkoord zit. Daar probeert hij, onder leiding van voorzitter Diederik Samsom, heldere afspraken te maken over de bijdrage van het onderwijs en hoe we alle scholen zover kunnen krijgen om die doelstelling in 2040 wél te halen.

Wat ons tot de huisvestingsafspraken heeft gebracht -en dit zal straks ook gelden voor de klimaatafspraken- is niet alleen de wens om het voor besturen goedkoper of gemakkelijker te maken. Het is vooral de unanieme overtuiging dat dit dé manier is om onze leerlingen op te laten groeien in een gezonde, toekomstbestendige omgeving. Zodat er maar één echte winnaar zal zijn: de leerling!