Anko van Hoepen: ‘Goed bestuur’

Aanstaande donderdag wordt de nieuwe Tweede Kamer geïnstalleerd. Het is voor het eerst dat ik de verkiezingen en het gevolg ervan ook in mijn werkzame leven zo intensief beleef. Natuurlijk heb ik altijd al vanuit een onderwijsbril de verkiezingen gevolgd. Maar dit keer heeft het – ook al ging het in debatten teleurstellend weinig over onderwijs – meer impact op mijn dagelijks functioneren. Met welke Kamerleden krijgt de PO-Raad straks te maken? Wat betekenen de mogelijke coalities voor onze sector? En met welke bewindspersonen hebben we straks overleg?

Welk kabinet er de komende tijd ook geformeerd mag worden, vaststaat dat ik hoop dat Nederland goed bestuurd zal worden. En dan in het bijzonder op het terrein van onderwijs. Een belangrijk thema waar de nieuwe politieke leiding van het ministerie van Onderwijs zich - samen met de Tweede Kamerleden - mee bezig zal houden, is de kwaliteit van onderwijs. Wat verstaan zij hieronder en hoe kunnen zij hierop sturen? De overheid geeft veel geld uit aan onderwijs - in 2017 circa 34 miljard euro, waarvan zo’n 10 miljard aan het primair onderwijs (wat overigens véél te weinig is) – en dus is het meer dan terecht dat zij wil meten en merken wat hiermee wordt gedaan.

Welk kabinet er de komende tijd ook geformeerd mag worden, vaststaat dat ik hoop dat Nederland goed bestuurd zal worden. En dan in het bijzonder op het terrein van onderwijs.

Om van de politiek de noodzakelijke ruimte te krijgen, is het van belang dat schoolbesturen kunnen aantonen dat ze hun zaken op orde hebben, dat zij het vertrouwen verdienen. Daarom is de PO-Raad op meerdere plekken bezig met het thema ‘sturing op en verantwoording van onderwijskwaliteit’. Allereerst proberen we de komende tijd met de sector tot een definitie van de brede onderwijskwaliteit te komen. Belangrijk, want een goede definitie hiervan helpt de sector bij het sturen op onderwijskwaliteit en het afleggen van verantwoording hierover aan de buitenwereld.

Een ander traject waarmee we bezig zijn, is de ontwikkeling van het bestuurlijk visitatiestelsel, dat o.a. gericht is op de verdere professionalisering van het bestuurlijk handelen van schoolbesturen. Hierin houden schoolbesturen zichzelf en elkaar – onder begeleiding van een visitatiecommissie - een spiegel voor en leren zo van een frisse blik van buiten. Dit gaat over de bestuurlijke opgaven, uitoefening van de bestuurlijke taak, inzet van het bestuurlijk vermogen en invulling van sturing en governance.

Om van de politiek de noodzakelijke ruimte te krijgen, is het van belang dat schoolbesturen kunnen aantonen dat ze hun zaken op orde hebben, dat zij het vertrouwen verdienen.

Om te helpen bij het meetbaar en merkbaar maken van de resultaten van deze sturing op onderwijskwaliteit, voert de PO-Raad het programma Vensters uit. Hierin wordt cijfermatige informatie over scholen verzameld in één systeem. Enerzijds helpt dit programma scholen via Scholen op de kaart bij informatievoorziening en het afleggen van verantwoording aan de buitenwereld, zoals aan ouders en politiek. En anderzijds helpt het scholen bij het professioneler kunnen besturen en opbrengstgerichter kunnen werken door hen via hun ManagementVenster inzicht te geven in hun eigen trends, resultaten en prognoses. Dit programma blijven we de komende tijd doorontwikkelen. Zo gaan we met het veld de mogelijkheden van het ontwikkelen van een BestuursVenster en/of SectoraalVenster verkennen.

Allemaal voorbeelden van inspanningen om de bestuurskracht van de sector te versterken. Zodat de bestuurlijke gemeenschap, bestaande uit schoolbestuur-, leiding en staf, zo goed mogelijk in positie wordt gebracht om hun verantwoordelijkheid te kunnen nemen voor onderwijskwaliteit. En zoals we het mogen verwachten van scholen dat zij deze verantwoordelijkheid nemen, verwacht ik dat ook van een nieuw kabinet.