Anko van Hoepen: Vertrouwen

De dag nadat de Onderwijsinspectie de zorgelijke woorden uitsprak dat het minder goed gaat met het Nederlandse onderwijs en dat de kwaliteit van scholen flink verschilt, zat ik aan tafel in de Tweede Kamer. We spraken over nieuwe kerndoelen en de noodzaak hiervan.

Aan zo’n tafel met verschillende organisaties, met Beter Onderwijs Nederland, met leerlingen, vakverenigingen, deskundigen en Kamerleden lijkt het al snel alsof iedereen iets anders vindt. Alsof we allemaal lijnrecht tegenover elkaar staan in de discussie over waar het heen moet met ons onderwijs.

Is het toeval dat de kwaliteit van het onderwijs gekelderd blijkt net nu we volop over die nieuwe kerndoelen discussiëren?

In dat geweld is het makkelijk over het hoofd te zien dat er vooral ook eensgezindheid is. Dat we allemaal vinden dát de huidige kerndoelen aan vervanging toe zijn. Dat ze niet meer voldoen aan de eisen van de maatschappij, modern onderwijs in de weg staan, en dat scholen nu te weinig houvast hebben aan kerndoelen voor bijvoorbeeld burgerschap. Een thema dat steeds belangrijker lijkt te worden met alles wat er gaande is in de samenleving.

Is het toeval dat de kwaliteit van het onderwijs gekelderd blijkt net nu we volop over die nieuwe kerndoelen discussiëren? Nee. De conclusie van de inspectie bewijst juist hoe nodig een nieuw curriculum is. Het Nederlandse onderwijs staat al jaren onder druk. Niet alleen financieel. De school wordt gezien als dé oplossing voor alle maatschappelijke problemen. Als kinderen te weinig sporten, moet het onderwijs meer bewegingsonderwijs geven. Er moeten lessen techniek bij, lessen programmeren, lessen tuinieren. Scholen moeten leerlingen insmeren met zonnebrand als de zon schijnt. Stuk voor stuk belangrijke onderwerpen, maar het onderwijs kan deze problemen niet alleen oplossen.


Het vertrouwen in ons is weg, hoorde ik een leerkracht verzuchten. Zie de onderwijskwaliteit dan maar eens hoog te houden.

Het programma is overladen. En de druk op leraren is groot, zo bleek vorige week weer eens uit onderzoek van de NOS en regionale omroepen. Zij kunnen amper een beroep doen op hulp ondersteuners in de klas of conciërges: die zijn wegbezuinigd. Voor de groeiende berg administratie draaien ze dus zelf op. Scholen hebben daarnaast te maken met – terecht! – veeleisende ouders die precies willen weten wat en hoe hun kind het op school doet. Uit de Staat van de Ouder, tegelijkertijd verschenen met de Staat van het Onderwijs van de inspectie, blijkt dat zij hierdoor ‘medeaanjager zijn van het verzamelen van gegevens door scholen’. Of het nu wettelijk moet of niet, voor veel scholen voelt het alsof van hen wordt verwacht dat ze zich over alles kunnen verantwoorden. Want wat als het een keer misgaat? Dan staat de wereld op zijn kop. Misschien is het dus wel een logische reflex dat sommige scholen alles willen vastleggen.
Het vertrouwen in ons is weg, hoorde ik een leerkracht verzuchten. Zie de onderwijskwaliteit dan maar eens hoog te houden.

Als ik dit allemaal overzie, hebben we te maken met een nieuwe werkelijkheid waar het onderwijs zich opnieuw toe moet verhouden. Daarom is het zo belangrijk dat we verder kunnen werken aan moderne kerndoelen en dat we hierbij breed kijken hoe we leerlingen optimaal op hun toekomst kunnen voorbereiden. Dat we samen vaststellen wat we elke leerling willen meegeven én dat er ruimte is voor scholen om zelf te kiezen hóe ze hun onderwijs invullen. Ruimte ook voor de leerkracht om eigen accenten te leggen die aansluiten bij de behoefte van hun leerlingen. Zodat hun lesprogramma past bij de onderwijsvisie van de school, zij kunnen innoveren en de leerkracht weer in positie komt. Dat lukt niet als dat programma vastligt, nog verder wordt overladen en de druk almaar wordt opgevoerd.

Het is belangrijk dat we samen vaststellen wat we elke leerling willen meegeven én dat er ruimte is voor scholen om zelf te kiezen hóe ze hun onderwijs invullen.

Het is nu aan de Tweede Kamer en een nieuw kabinet om dit gesprek verder te stimuleren en groen licht te geven voor een volgende stap. Een stap naar beter onderwijs. Om dit te bereiken, ís nu eenmaal discussie nodig. Want goed onderwijs maakt niemand alleen, dat maken we samen.

Maar dan moeten we die discussie wel durven voeren en ons niet laten afschrikken door meningsverschillen. En niet in een vertrouwde kramp schieten waarbij de overheid gaat voorschrijven hoe het moet en belangengroepen het onderwijsprogramma verder dichttimmeren.

Laten we lef tonen en met elkaar blijven praten. Verder bouwen vanuit de eensgezindheid die er vooral ook is. Dan heb ik er alle vertrouwen in dat we samen tot nieuwe, actuele en specifiekere kerndoelen komen en dat het onderwijs snel weer staat als een huis.