Anko van Hoepen: Zelfreflectie

Een ernstige reality-check: het taal- en rekenniveau van onze leerlingen daalt gestaag, en zo ook de prestaties op gebied van cultuureducatie, natuur en techniek. Bovendien neemt de segregatie toe en zijn er flinke niveauverschillen tussen scholen, zo concludeerde de inspectie vorige week in haar jaarlijkse Staat van het Onderwijs. Er valt nog wel het een en ander te zeggen over de manier waarop de inspectie tot haar conclusies is gekomen, maar de lijn is helder: we moeten aan de bak.

Voor ons kwam het nieuws niet als een verrassing: het primair onderwijs wordt al jaren onderbekostigd, er is een groeiend lerarentekort en op onderwijsachterstanden is fors bezuinigd. Scholen worstelen met een overladen lesprogramma, moeten (op sommige plekken met minder middelen) aan meer en complexere leerlingen passend onderwijs bieden, en er wordt veel van ze gevraagd bijvoorbeeld op het gebied van privacy en burgerschap.  

Het is allemaal waar, maar het belangrijkste is dat we zélf kijken wat we beter moeten doen. Mogelijk is het streven naar basiskwaliteit onbewust de norm geworden. Een kijkje in de keuken van goed presterende scholen laat zien dat hier krachtige betekenisvolle lessen worden gegeven, dat er sterke schoolleiders werken die eigenaarschap over de kwaliteit van onderwijs bij het hele team beleggen. Er is focus en er wordt nagedacht over de vraag ‘waarom doen we de dingen die we doen’. Ik weet het, dit is absoluut geen rocket science, maar ik weet ook uit eigen ervaring dat het gemakkelijker klinkt dan het is in praktijk. Het is vakwerk om dit goed te organiseren. En nee, het zijn absoluut niet altijd de scholen met de ‘gemakkelijkste’ populatie leerlingen, die de beste resultaten boeken. Tegen scholen en hun besturen waar de kwaliteit onder druk staat, zou ik willen zeggen: ga kijken bij je collega’s en leer ervan!

Beste inspectie, geachte Kamerleden, voordat u nu vraagt om een nieuw programma om de kwaliteit te verhogen en de prestaties te verbeteren, heb ik nieuws voor u. Als sector zijn wij al begonnen aan onze comeback.

Waar we het met alle partijen over eens zijn, is dat we moeten stoppen met alle kanten oprennen. We moeten vaker ‘nee’ zeggen en ons niet lam laten slaan door alle maatschappelijke druk. Wij zijn verantwoordelijk voor goed onderwijs en dus moeten we de touwtjes ook steviger in handen nemen. Directeur-generaal van de inspectie Monique Vogelzang gaf ons bij de presentatie van de Staat de volgende opdracht mee: heldere sturing vanuit de overheid (dus niet: méér sturing) en beter benutte autonomie.

Beste inspectie, geachte Kamerleden, voordat u nu vraagt om een nieuw programma om de kwaliteit te verhogen en de prestaties te verbeteren, heb ik nieuws voor u. Als sector zijn wij al begonnen aan onze comeback. In onze strategische agenda 2018-2021 hebben onze leden namelijk afgesproken de regie op onderwijs weer terug te pakken. Scholen bepalen voortaan zelf met hun besturen wat goed onderwijs is, in plaats van af te wachten hoe anderen het onderwijs beoordelen. Schoolorganisaties leggen de lat hoger dan de wettelijk vastgestelde basiskwaliteit en besturen zorgen dat ze beter zicht krijgen op de kwaliteit van de eigen scholen. Zij doen allemaal mee aan bestuurlijke visitaties om te leren van elkaar.

Het nieuwe bestuursgerichte toezicht helpt ons om als sector meer in positie te komen. Meer zelfsturing is namelijk precies wat de inspectie vraagt. Waar staan we voor, en is onze kwaliteit door de hele organisatie merkbaar? Om goed onderwijs ook voor de toekomst te garanderen en een overladen programma tegen te gaan, werkt de sector daarnaast mee aan nieuwe kerndoelen binnen Curriculum.nu. Teams van leraren zijn hier op dit moment enthousiast mee aan de slag.

Kortom, er is al een tegenbeweging in gang gezet. Maar het zal een paar jaar duren voordat de effecten hiervan zichtbaar zijn op het niveau van de leerling. Het lerarentekort maakt die uitdaging er niet malser op. Het vraagt dus om vertrouwen van de politiek dat dit de goede weg is. En het vraagt om absolute commitment van de hele sector om gezamenlijk de handschoen op te pakken. Dat betekent ook dat we als bestuurders voldoende professionele ruimte moeten geven aan leraren en schoolleiders. Alleen zo kunnen we het tij keren en laten zien dat het vertrouwen terecht is.