blog Anko van Hoepen - Laat de bestuurder aan de lat staan

Degene die vroeger een stoomlocomotief bediende ‘stond aan de lat’. Die lat was de regulateur, een hefboom waarmee, kort gezegd, de snelheid werd geregeld. 

Aan de lat staan is keihard werken. Maar je doet het niet alleen. Er zijn nog meer mensen aan het werk op de trein. Dit is het beeld waarbij ik met trots aan onze leden denk: staand aan de lat, met de blik gericht op de onderwijskwaliteit.

Goed onderwijs voor elk kind, daarvoor doen onderwijsbestuurders het. Daarvoor komen ze hun bed uit. Daarvoor investeren zij dagelijks in gebouwen, personeel en professionalisering. Dat doen ze samen met de hele bestuurlijke gemeenschap en leraren. In deze tijd met zorgen over vertragingen, dalende prestaties en schoolverschillen zie ik hoe onderwijsbestuurders contact zoeken om te leren van elkaar, zich te laten inspireren, goede voorbeelden van collega’s naar hun eigen situatie te vertalen.

Blijven rijden

De huidige omstandigheden maken dat simpelweg ‘blijven rijden’ op sommige plekken al alle tijd en aandacht van de bestuurder en schoolleider vraagt: de continuïteit staat flink onder druk. Tegelijkertijd heeft die bestuurder te maken met een demissionair kabinet dat hem in de vorm van het Nationaal Programma Onderwijs na corona een zak geld geeft die binnen afzienbare tijd en binnen uniforme voorwaarden moet worden opgestookt.  

Dat is besturen

Dat wringt. Want aan de lat moet je in staat zijn om afhankelijk van jouw context af te remmen of extra gas te geven. Jij weet immers of er op jouw traject een bocht aankomt, je meer vaart kunt zetten, de remise in moet of voluit rechtdoor kunt. Dat is besturen.

Dan doet het zeer als, telkens wanneer er geld naar het onderwijs gaat, die bestuurder dichtgeregelde, zeer gedetailleerde opdrachten krijgt en zelf soms gekarakteriseerd wordt als sta-in-de-weg of strijkstok. Immers: ‘het geld moet in die klas terechtkomen’. Het is namelijk exact dát waar bestuurders op sturen: dat elke euro verschil maakt in de klas.

Kwaliteit vergt ruimte

Morgen verschijnt de Staat van het Onderwijs 2021. Zo’n jaarlijks moment waarop bestuurders zich op hun primaire verantwoordelijkheid weten aangesproken. Wild guess wat er dit jaar in staat: de professionaliteit moet versterkt en de kwaliteit omhoog.

Wie professionals en kwaliteit wil, moet ruimte en structurele middelen geven. Daar gaat de discussie rond het NPO wat mij betreft ook over: onze bestuurders hebben hun gegevens in beeld en gaan altijd voor duurzame verbetering. Een programma dat je voorschrijft vertraging in beeld te hebben en éénmalig middelen verdeelt die in tweeënhalf jaar tijd moeten worden uitgegeven is bovendien risicovol. Om die reden trapte ook de Algemene Rekenkamer onlangs op de rem in een brief aan de Tweede Kamer: incidentele middelen leiden tot ondoelmatige uitgaven, waarschuwt hij.  

De bestuurder aan de lat weet wanneer hij gas moet geven of moet inhouden. De verantwoordelijkheid voor onderwijskwaliteit pakken, overleggen met alle betrokkenen en plannen maken voor duurzame verbeteringen zijn zijn drijfveer. Structurele middelen horen daarbij. Niet iemand die probeert de lat uit je handen te trekken.