Blog Freddy Weima: Arbeidsmarkttoelage?

Fantastisch nieuws voor het primair onderwijs: het demissionaire kabinet maakt een half miljard euro vrij voor het dichten van de loonkloof tussen po en vo. Nog niet genoeg om de salarissen helemaal gelijk te trekken, maar er kan een serieuze stap worden gezet.

Dit nieuws is zeer welkom in een schooljaar dat bepaald niet in alle rust van start ging. Natuurlijk vanwege de coronabesmettingen en quarantainemaatregelen, maar ook de zogenaamde arbeidsmarkttoelage vroeg veel aandacht. Er is 375 miljoen euro aan NPO-geld beschikbaar voor onderwijspersoneel op scholen met een uitdagende leerlingenpopulatie. Dit werd net voor de zomervakantie bekend, maar pas de afgelopen weken is de precieze uitwerking duidelijk geworden.

Ongelukkige verdeling 

Die uitwerking riep veel reacties op. De minister besloot om de extra bekostiging alleen toe te kennen aan de 15 procent scholen met de grootste risico’s op achterstanden, op basis van de indicator die ook wordt gebruikt bij het onderwijsachterstandsbeleid. Dat klinkt redelijk, maar kan in de praktijk erg ongelukkig uitpakken. Ik hoorde van twee scholen aan hetzelfde plein met bijna dezelfde leerlingenpopulatie, maar de ene hoort net wel en de andere net niet tot die 15 procent. In het gespecialiseerd onderwijs pakt het zo mogelijk nog lastiger uit, omdat daar de zogenaamde cumi-regeling is gebruikt, een verouderd criterium waar nog geen alternatief voor gevonden is. 

Het is de bedoeling dat de extra middelen worden ingezet voor de beloning van de medewerkers op deze scholen. Opvallend, omdat afspraken over arbeidsvoorwaarden voorbehouden zijn aan de sociale partners. Weliswaar heeft de minister de werkgevers en werknemers gevraagd om hierover tot een cao-afspraak te komen, maar de sociale partners kregen niet de ruimte om mee te denken over de invulling.

Voor veel scholen zijn de extra middelen welkom, zo bleek de afgelopen weken. Maar op veel andere plekken worstelen schoolleiders en -bestuurders ermee. Sowieso wordt gevreesd voor de situatie over twee jaar, als deze bekostiging weer is afgelopen. Wordt dat dan niet als een forse verslechtering ervaren? 

Principiële discussie niet gevoerd

De meer principiële discussie over extra bekostiging en arbeidsmarkttoelagen is niet echt gevoerd. Voorstanders wijzen erop dat de omstandigheden van de arbeidsmarkt vragen om aanpassing van de beloning. Uit de beschikbare analyses blijkt dat de scholen met de grootste risico’s op achterstanden ook de grootste personeelstekorten hebben. Dus is het begrijpelijk dat je juist daar het werk aantrekkelijker probeert te maken. Helaas los je er het sectorbrede leraren- en schoolleiderstekort niet mee op; je hoopt de verdeling ervan evenwichtiger te maken.

Hoe beter?

Hoe dan ook blijft de huidige invulling van het beleid erg ongelukkig. Hoe zou het beter kunnen? 

Het begint ermee dat zo’n regeling geen topdown interventie zou moeten zijn, maar dat dit soort afspraken worden gemaakt in samenspraak met de werkgevers en werknemers in het onderwijs. Het is duidelijk dat er bij de politiek behoefte is aan meer specifieke beloning. Dat blijkt ook uit het onlangs verschenen ‘document op hoofdlijnen’ van VVD en D66, ook wel bekend als ‘de aanzet tot de opzet van een regeerakkoord’, waarin wordt gesproken over ‘(gerichte) salarisverhogingen’. Maar dat ontslaat je niet van de plicht om te kijken hoe het in de praktijk uitpakt: ga daarom de dialoog aan met de sector.

In de tweede plaats: maak er geen alles of niets-regeling van. Alleen dan voorkom je grote verschillen tussen scholen die qua leerlingenpopulatie amper uiteen lopen. Zeker als de criteria verouderd zijn, zoals in het speciaal onderwijs, leidt het wel-of-niet-karakter tot onrechtvaardigheid.

Ten derde, en in het verlengde daarvan: zet in op maatwerk. De arbeidsmarktproblematiek verschilt per regio, kijk dan ook per regio wat er nodig is. Doe dat op basis van een zorgvuldige arbeidsmarktanalyse en samen met de sector. Een Haagse interventie zonder oog voor regionale verschillen en zonder draagvlak kan averechts uitpakken.

Ten vierde: doe zoiets niet voor twee jaar. Laat de duur van de extra bekostiging afhangen van de specifieke problematiek, wat in de praktijk betekent dat het een veel duurzamer voorziening zou moeten zijn. Sowieso is het verstandig om regelmatig opnieuw te beoordelen of de toelage nog nodig is of beter op een andere manier kan worden ingezet.

Een structureel probleem

Ondertussen blijft staan dat dit soort tijdelijke extra bekostiging het grote arbeidsmarktprobleem in het onderwijs niet gaat oplossen. Het leraren- en schoolleiderstekort is een structureel probleem; het lijkt zich het sterkst voor te doen in de grote steden, maar is in steeds meer regio’s voelbaar. Structurele problemen vergen een structurele aanpak. 

Werkgevers en werknemers hebben bij herhaling gepleit voor substantiële salarisverbetering: het dichten van de loonkloof tussen primair en voortgezet onderwijs. We lezen daar nog niks over terug in eerdergenoemd ‘document op hoofdlijnen’, maar bij de Algemene Beschouwingen, vorige week in de Tweede Kamer, blijkt al dat veel partijen zich daar niet bij neerleggen. De uiteindelijke coalitiedeal betekent als het goed is inderdaad een structurele verbetering, en dat is vele malen wenselijker dan incidentele maatregelen.