Blog Freddy Weima: Een nationaal programma

Een paar weken geleden was het zover: mijn eerste werkdag bij de PO-Raad. Ik viel met mijn neus in de boter. Zelden was er zoveel belangwekkend nieuws over het funderend onderwijs en het kwam allemaal tegelijk. Alleen al de rapporten: een commissie van de Rijksoverheid over de verouderde schoolgebouwen, de Inspectie over de zorgwekkende Staat van het Onderwijs, de Onderwijsraad over de groeiende ongelijkheid en de noodzaak om later te selecteren.

Ondertussen woedt de coronacrisis voort. Weliswaar zijn steeds meer Nederlanders gevaccineerd en zien we nu eindelijk de besmettingscijfers dalen, maar de scholen blijven de druk voelen en dat al meer dan een jaar. Nog steeds raken leerlingen en leraren besmet, worden klassen naar huis gestuurd en zijn er ook recent nog hele scholen dichtgegaan. Leraren en schoolleiders lopen op hun tandvlees. En er zijn indicaties dat kinderen in de coronatijd leervertraging hebben opgelopen en dat de kansenongelijkheid is toegenomen.

Reset nodig

Er moet dus ontzettend veel gebeuren. Inspecteur-generaal Alida Oppers pleitte voor een renovatie, mijn collega Anko van Hoepen voegde daaraan toe dat het tijd is voor een Great Reset. Om dit succesvol te laten zijn heb je iedereen nodig: allereerst de leraren, maar ook de schoolleiders, opleiders, onderzoekers, bestuurders, politici, ambtenaren en al die andere mensen die van school- tot nationaal niveau kunnen helpen om van het eind van de coronacrisis het begin van een nieuw tijdperk voor het onderwijs te maken. En je hebt tijd en structurele investeringen nodig, zo’n grote verandering red je niet in een paar jaar.

Er is veel om trots op te zijn in het primair onderwijs. Zo zagen we het afgelopen jaar hoe hard er gewerkt werd om ondanks lockdowns en schoolsluitingen onze leerlingen verder te brengen. Dat verdient een groot compliment. Maar we willen ook weer trots zijn op het onderwijssysteem, we willen dat alle kinderen hun talenten kunnen ontdekken en ontplooien en we willen er weer beter voor staan op de internationale lijstjes. Dat gaat alleen lukken met die reset: een grootscheeps, meerjarig programma waar iedereen z’n bijdrage aan levert.

NPO als impuls

Het goede nieuws is dat er een Nationaal Programma is afgekondigd. Vlak voor de verkiezingen bleek er 8,5 miljard euro beschikbaar om de covid-schade in te halen. In zo’n beetje alle gesprekken en vergaderingen die ik sinds mijn start bij de PO-Raad had ging het erover. Ook op de sociale media is er volop aandacht voor, soms in scherpe bewoordingen. Het Nationaal Programma Onderwijs, het NPO, houdt de gemoederen bezig.

Er is veel goeds te zeggen over het NPO. Allereerst is het geweldig dat de politiek zo’n groot bedrag uittrekt voor onderwijs en daarmee erkent dat er echt iets moet gebeuren. Onderwijs staat hoog op de agenda. Ook is het positief dat de verbinding tussen onderwijs en wetenschap stevig wordt gelegd. Er is heel veel kennis over wat wel en niet werkt in het onderwijs, maar die kennis bereikt de scholen nog steeds te weinig. Het NPO kan een impuls geven aan evidence informed werken.

Stress

Maar is wel iets aan de hand. Het NPO duurt veel te kort. De 8,5 miljard – nogmaals: een ongekend bedrag – is éénmalig en moet in tweeënhalf jaar tijd worden opgemaakt. Dat het zo snel moet heeft ongetwijfeld met de verkiezingen te maken. Het huidige kabinet wilde laten zien dat het de problemen in het onderwijs serieus neemt, maar niet een te groot stempel op het onderwijsbeleid van het nieuwe kabinet drukken.

Begrijpelijk, maar daardoor breng je onnodige stress in het systeem. Het geld moet te snel op, er is onvoldoende tijd om goed personeel op te leiden en aan te nemen, je komt te weinig toe aan dieperliggende knelpunten, terwijl juist daar ook veel aandacht naar uit zou moeten gaan. Breng je op deze manier de mooie ambities van het NPO wel dichterbij?

Maak de sector mede-eigenaar

Het NPO is nog niet echt een nationaal programma. Het komt bij de politiek vandaan, gerelateerd aan de verkiezingen en is nu vooral een programma van de Rijksoverheid. Om echt duurzaam succesvol te zijn, is het belangrijk dat de onderwijssector zich mede-eigenaar voelt van het NPO. Er is veel kennis over wat er nodig is om structureel uit het dal te komen, dat hoeft niet helemaal voorgeschreven te worden. Bijvoorbeeld het Onderwijs OMT heeft recentelijk waardevolle adviezen gegeven. En de sector zelf heeft goede initiatieven genomen, zoals het Impactteam Corona en Onderwijskwaliteit van de PO-Raad.

‘Den Haag’ is bang dat de middelen niet goed worden besteed. Natuurlijk is het essentieel dat we goed verantwoording afleggen en al helemaal als het om zo’n groot bedrag gaat. Maar pas op voor gedetailleerde monitor- en verantwoordingsformats die de aandacht afleiden van het werk dat nu echt nodig is.

In de vele kennismakingsgesprekken die ik voer, merk ik een enorme bereidheid om samen te werken aan de Great Reset. Uiteraard zijn er meningsverschillen, en da’s misschien maar goed ook, maar het valt me vooral op dat we het over veel eens zijn. Dat we het beste onderwijs voor alle kinderen willen. En dat daarvoor een langjarig programma nodig is, met aandacht voor lerarentekorten, kansengelijkheid, opleidingen, werkdruk, de schoolleiders, slimme ideeën, goed bestuur en betere schoolgebouwen. Daarvoor zijn tijd en middelen nodig.

Maak van het NPO een structureel verbeterprogramma.