Blog Freddy Weima | Terug naar de gelukkigste klas

Een van de mooie boeken die ik het afgelopen jaar las is De gelukkigste klas van Jack de Boer, leraar in het speciaal basisonderwijs in Franeker. De titel van zijn boek refereert nadrukkelijk aan Theo Thijssen; De Boers betrokkenheid bij zijn leerlingen doet niet onder voor die van zijn grote voorbeeld. De gelukkigste klas wil meer zijn dan een beschrijving van het leven als leraar, de schrijver laat zijn gedachten de vrije loop. De ene keer gaat het over basketballer Michael Jordan, de andere keer over de abstract redenerende filosoof Peter Sloterdijk. 

Kapstok van het boek is een schooljaar met De Boers uit vijftien kinderen bestaande groep 8. De groep bestaat niet echt, maar is een samenballing van al die bijzondere leerlingen die hij in zijn 25 jaar in het onderwijs is tegengekomen. Zijn eigen vroegere basisschool heette It Oerset, de overzet, en dat is wat hij elk jaar weer met zijn leerlingen hoopt te doen.

Het levert prachtige portretten op. Bijvoorbeeld van Nadia, een meisje met een ongelukkige vroege jeugd, ze kwam na vele omzwervingen bij De Boer in de klas terecht. Ze leek geen aansluiting te vinden met de andere kinderen in de klas, tot er een grote ruzie tussen de verschillende kinderen ontstond. Nadia bleek op ontwapenende wijze de kinderen weer bij elkaar te kunnen brengen, een onvermoed talent dat gelukkig ontdekt werd. 
Of Carlos, een stagiair van De Boer. Prachtig wordt beschreven hoe hij zijn ruige jeugd in Angola ontworstelde en uiteindelijk in Leeuwarden belandde als basketballer en onderwijsassistent. 

De gelukkigste klas beschrijft een wereld die we missen. Een wereld met alle ruimte voor het leren en het ontwikkelen van kinderen, waar extra aandacht is voor de leerlingen die dat nodig hebben. Waar de liefde voor het onderwijs centraal staat. Hoe recent het boek ook is, het speelt voor de coronacrisis, in een regio waar op dat moment de personeelstekorten nog niet zichtbaar waren.

We hebben intensieve weken achter de rug. Er is door velen gestreden om de scholen zo lang mogelijk open te houden, omdat dat het beste is voor verreweg de meeste kinderen. Leraren, schoolleiders en bestuurders moesten permanent improviseren. Ze ondervonden waardering en begrip van de ouders, maar werden ook geconfronteerd met boze brieven, waarvan de toon in sommige gevallen onacceptabel was. 

We werden meer dan ooit geconfronteerd met de personeelstekorten: klassen en soms hele scholen werden naar huis gestuurd omdat er onvoldoende mensen over waren. Afgelopen week is ook de cijfermatige onderbouwing geleverd: in de grote steden is het lerarentekort verder gegroeid naar op meerdere plaatsen 15%, maar ook daarbuiten hebben we het inmiddels over 9%. Voor schoolleiders zien we vergelijkbare cijfers.

En dan nu toch weer een lockdown. Voor de derde keer gaan de scholen dicht. We hoopten en verwachtten lange tijd dat het niet nodig zou zijn, maar de omikron-variant blijkt de grote game changer. Het is te hopen dat de scholensluiting tot één week beperkt blijft en dat we elkaar op 10 januari allemaal weer zullen zien, maar zeker is het niet. 

We hebben ons voor de derde keer laten overvallen door een coronagolf. Voor de derde keer is er geïmproviseerd, veranderden de regels soms per dag, werden we verrast. Natuurlijk verloopt het virus grillig. Maar de afgelopen weken raakten velen – binnen en buiten het onderwijs – ervan overtuigd dat dit beter moet kunnen. Dat dit niet ook een vierde keer weer zo gaat.

Er moet nu echt werk worden gemaakt van een goede voorbereiding op een nieuwe uitbraak. We hebben scenario’s nodig. En vooral moeten we zoeken naar manieren om kinderen – en zeker de meest kwetsbare – zo lang en zoveel mogelijk veilig naar school te laten gaan. 

We hebben bijvoorbeeld structurele bekostiging nodig voor ventilatie en binnenklimaat in plaats van een tijdelijke regeling die om 70% medefinanciering van gemeenten en schoolorganisaties vraagt. En intensievere samenwerking tussen onderwijs en kinderopvang om noodopvang ruim op tijd in te regelen. In de jaarkalender kunnen we al rekening houden met seizoenen waarin er meer en minder kan. We moeten leren leven met corona.

Het is belangrijk dat de onderwijssector daarover in gesprek komt met de politiek. Het nieuwe kabinet in wording biedt hoop. Incidentele maatregelen lijken eindelijk te worden ingeruild voor structurele investeringen in kwaliteit, kansen en een beter functionerende arbeidsmarkt. De plannen zijn nog globaal en roepen vragen op over de uitvoerbaarheid, zeker als het net zo gaat als met het NPO. Maar daar valt ongetwijfeld over te praten. 

Er ligt een gouden kans om als sector in goede onderlinge samenwerking en samen met de overheid tot een duurzaam verbeterprogramma te komen. Dat lukt alleen als we over onze schaduw heen springen, elkaar accepteren als volwaardige gespreks- en samenwerkingspartners en afstand nemen van positiespel. En als we dan toch bezig zijn, kunnen we meteen tot een goede coronastrategie komen.

Het ideaal van De gelukkigste klas lijkt ver weg. Maar het is het nastreven waard.