De leerkracht

De PO-Raad is een brancheorganisatie voor schoolbesturen in het primair onderwijs. Logisch dat veel aandacht uitgaat naar zaken die des bestuurs zijn: beleid, financiën, strategische vergezichten, etc. In ons landje waar overal een hekje omheen staat past dit ook. Bestuurders zijn bestuurders en dat blijkt een keur aan landelijke organisaties te legitimeren, variërend van profielorganisaties tot en met brancheverenigingen. Bundeling van krachten blijkt daarin moeilijk te zijn. Natuurlijk, voor de bühne dienen we allen dezelfde zaak, lijkt het er zelfs soms op dat we met z'n allen voor hetzelfde doel gaan, maar o wee wanneer de kans zich voordoet om je te kunnen profileren.

Dan rollen de meningen en standpunten over elkaar heen, waarbij het eigen belang lijkt te prevaleren. Lachende derden zijn dan vaak juist de politici, die dit gebrek aan eenheid hoofdschuddend aanzien en weer opnieuw een argument in handen lijken te hebben gekregen om besturenorganisaties met welk profiel dan ook weg te kunnen zetten als bureaucratische en geldverslindende leemlagen. Dit alles leidt de aandacht af van waar het werkelijk om gaat in het onderwijs: de mannen en vrouwen in de frontlinie, onze leerkrachten in de klas. Zij zijn de gezichtsbepalers van ons onderwijs. Alle meningen over ons onderwijs hebben te maken met deze professionals, die voor de dagelijkse taak staan leerlingen voor te bereiden op een goede toekomst. En natuurlijk, ook zij hebben hun eigen clubs, maar we zouden als besturenorganisaties wel iets vaker stil moeten staan bij deze groep. Ik vergelijk het altijd maar met de keten in de krantenwereld. Je kunt een nog zo'n deskundige redactie hebben en een prachtige krant voorstaan, wanneer de bezorger er 's morgens geen zin in heeft zul je daarop beoordeeld worden.

Ik werd nog eens met de neus op deze feiten gedrukt door de ECPO-publicatie 'Over de grenzen van de leerkracht'. De Evaluatie Commissie Passend Onderwijs blinkt al langere tijd uit door haar zeer heldere, goed leesbare en vooral kritische rapporten over de invoering van Passend onderwijs. Dat doet zij op basis van heldere analyses, waarin de tekortkomingen in de aanpak pijnlijk duidelijk worden weergegeven en in die zin is het ook niet verwonderlijk dat de verantwoordelijke minister deze rapporten categorisch negeert. In de publicatie 'Over de grenzen van de leerkracht' heeft de ECPO weer voor een verrassende benadering gekozen door onderzoeksjournalist Jelle van der Meer te laten kijken naar Passend onderwijs. Van der Meer doet dat door als buitenstaander een groot aantal scholen te bezoeken en daar te registreren hoe er op de werkvloer met Passend onderwijs wordt omgegaan. Daarbij focust hij zich vooral op de leerkrachten en docenten, degenen die het uiteindelijk allemaal moeten uitvoeren. Deze reis levert fantastisch materiaal op, bijna met verwondering door Van der Meer op zeer leesbare wijze neergeschreven. Hij is voorzichtig in zijn conclusies, hij observeert slechts. Maar dat deze observatie hem in ieder geval leert dat 'Passend onderwijs wordt ingevoerd terwijl het ontbreekt aan voorbereiding, het ontbreekt aan specifieke vaardigheden bij leerkrachten en het ontbreekt aan investeringen in factoren als klassengrootte en ondersteuning, die nodig zijn om grenzen te verleggen. Het gevolg is dat het ontbreekt aan steun bij diegenen die het moeten gaan uitvoeren' zal niemand verbazen. Ook schoolbesturen niet.

Wim Ludeke