Een nieuwe CAO PO?

De laatste CAO PO had een looptijd tot 1 januari 2010 en is stilzwijgend verlengd. Maar tot nu toe zijn we nog niet met onderhandelingen met de bonden gestart. De belangrijkste reden daarvan is de economische en politieke situatie: als wij nu een CAO sluiten en er komen bezuinigingen van een nieuwe regering overheen, dan moeten schoolbesturen dat uit eigen middelen betalen en wordt het een heel dure CAO.

De onderhandelingen over de secundaire arbeidsvoorwaarden worden door de PO-Raad met de vakbonden gevoerd. Maar de minister onderhandelt nog steeds met de vakbonden over de primaire arbeidsvoorwaarden (het salaris). Ook hier is nog geen nieuwe CAO gesloten: de regering heeft voor 2010 geen geld beschikbaar gesteld voor een loonsverhoging voor de leraren, ondersteunend personeel, schoolleiders en schoolbestuurders. De economische crisis is aanleiding voor het demissionaire kabinet om een nullijn uit te vaardigen voor alle lonen in de overheids- en onderwijssectoren. Een motie in de Tweede Kamer om de onderwijssalarissen de ontwikkeling in de marktsector te laten volgen, heeft geen meerderheid gehaald.

Als PO-Raad kunnen we veel minder van onze ambities waarmaken, zolang we niet ook kunnen onderhandelen over de primaire arbeidsvoorwaarden. Als je niet over het geld gaat, heb je ook geen wisselgeld. En een CAO is een totaalpakket, met geven en nemen van twee kanten.

De sector primair onderwijs is de laatste onderwijssector waar de primaire arbeidsvoorwaarden nog niet zijn doorgecentraliseerd. We gaan er van uit dat de nieuwe regering het wetsontwerp dat al enige tijd bij de Tweede Kamer ligt, op korte termijn verder brengt.

Een moderne CAO
Met de vakbonden zijn we wel aan het verkennen wat we met de komende CAO willen bereiken. Volgens ons moet een CAO voor het primair onderwijs méér zijn dan een juridische verankering van de relatie tussen werkgever en werknemer. Het is ook een instrument om ons gezamenlijk doel te bereiken: goed onderwijs voor elk kind. Voor goed onderwijs zijn goede leraren, goedlopende onderwijsorganisaties en goed werkgeverschap noodzakelijk. Dat is het kader waarbinnen een CAO moet functioneren als instrument voor goed personeelsbeleid, ten dienste van werkgevers en werknemers. Zo’n CAO kan de ontwikkelingen in het onderwijs faciliteren die sociale partners gezamenlijk voorstaan.

Op veel plaatsen voldoet het oude concept ‘school’ niet meer zoals we dat al decennia kennen. Er zijn vele verschillende samenwerkingsvormen ontwikkeld met andere organisaties op het gebied van opvang en onderwijs, zoals de kinderopvang, de voorschoolse opvang, de tussen- en naschoolse opvang. Een moderne CAO moet deze ontwikkelingen mogelijk maken, niet belemmeren.

Als er een nieuw regeerakkoord is en we minder in onzekerheid verkeren over wat de sector primair onderwijs te wachten staat, kunnen we de onderhandelingen met de vakbonden in gaan voor een nieuwe CAO PO. We gaan er van uit dat er op 1 januari 2011 een nieuwe CAO ligt die goed is voor de sector en voor de mensen die er werken. Dat is een voorwaarde om onze ambities waar te maken: goed personeel voor ieder kind!

Simone Walvisch