Een rechte rug en kromme tenen

Ik denk dat de PO-Raad en haar leden de afgelopen weken weer een stap verder zijn in de richting van een krachtige sectororganisatie met een rechte rug en één duidelijke stem. We zien steeds meer resultaten van de sectorbrede samenwerking. Dat zag ik bijvoorbeeld op maandag 14 maart tijdens onze extra ledenbijeenkomst. De bijeenkomst verliep zeer constructief, waarbij leden uit het reguliere en uit het speciaal onderwijs duidelijk begrip hadden voor elkaars positie. Dat is een winstpunt voor iedereen.

Cumulatie
De opkomst bij de ledenbijeenkomst was geweldig. Bijna 200 schoolbestuurders waren naar Utrecht gekomen om te praten over de bezuinigingen en het protest daartegen. Van zo'n grote opkomst gaat een duidelijk signaal uit. Dat blijft niet onopgemerkt, ook niet voor de buitenwereld. De schoolbestuurders willen hun bestuurlijke rol innemen, maar moeten daarvoor in positie worden gebracht en dat lukt niet met de cumulatie van bezuinigingen, die hen nu aankijkt. Dat maakt onder andere de invoering van Passend onderwijs en de onmogelijke tijdsdruk volgens mij onuitvoerbaar.

Resultaten
Tijdens de bijeenkomst was er een breed draagvlak voor de voorstellen van het bestuur van de PO-Raad over het verdere protest tegen de bezuinigingen: een bestuurlijke lijn en een actielijn. In de actielijn houden we de druk op het belang van voldoende investeringen in het onderwijs. De bestuurlijke lijn betekent dat we in gesprek gaan met de minister en Tweede Kamerleden om te laten zien waar het volgens ons mis gaat als deze bezuinigingen doorgaan. In deze lijn hadden we meteen twee concrete resultaten: op het eind van de dag kwam de minister naar Utrecht om met een delegatie van de leden te praten en de minister laat 80 gesprekken met de mensen in en om het primair onderwijs (en 80 in het voortgezet onderwijs) voeren. In deze gesprekken kunnen onze leden nogmaals duidelijk maken dat de invoering van Passend onderwijs op een breed draagvlak kan rekenen, maar tevens zullen zij beargumenteren dat dit onder de huidige condities niet mogelijk is.

In gesprek
Tijdens het gesprek op het eind van de dag hebben de aanwezige leden hun punten met sterke argumenten naar voren weten te brengen. De minister was bereid om te luisteren en ging vanuit haar betrokkenheid het gesprek aan. Ze gaf wel helder aan dat ze handelt binnen de kaders van het regeerakkoord. Dat betekent dat zij niet de prestatiebeloning zomaar mag inruilen voor Passend onderwijs.

Ambitieus
Op woensdag 16 maart was ik bij het debat in de Tweede Kamer over de lumpsumbekostiging in het primair onderwijs. Tijdens het debat kwam naar voren dat de PO-Raad een duidelijke rol speelt in de professionalisering van de financiële expertise in onze sector. Hoewel iedereen zag dat we hard bezig zijn, was de Tweede Kamer ook kritisch over de voortgang. Ik vind het onbegrijpelijk dat de Tweede Kamer nu kritisch is over het tempo in de cultuurverandering, maar vorig jaar nog instemde met een bezuiniging op bestuur en management onder het mom dat de professionalisering nu wel voltooid zou zijn. De minister had meer oog voor de realiteit en voor hetgeen al is bereikt. Ze vindt dat het traject naar meer professionalisering nog twee jaar mag duren. Ik vind dat een stevige opdracht en ervaar het als een ambitieuze uitdaging.

Scholen zijn scholen gebleven
Bij het volgen van het debat in de Tweede Kamer zat ik af en toe met kromme tenen te luisteren. Er kwamen beelden voorbij, die niets te maken hebben met de werkelijkheid, zoals uitdijende bestuurskantoren en een voortgaande schaalvergroting in het primair onderwijs. Allebei niet waar. In onze sector zijn de scholen gewoon de scholen gebleven. Er is in onze sector wel sprake geweest van bestuurlijke schaalvergroting ten dienste van het primair proces. Bovendien een logisch gevolg van een terugtredende overheid. Die schaalgrootte biedt besturen de gelegenheid om de gewenste expertise in huis te halen, zoals de aanstelling van controllers of personeelsfunctionarissen. Deze medewerkers nemen directeuren veel werk uit handen, waardoor zij weer toekomen aan hun kerntaken op school en dat is waar de Kamer in het debat ook op wees. Daarbij komt dat de overhead in onze sector ongelofelijk laag is (minder dan 5%).Wanneer ik mensen van buiten de sector over dat percentage vertel kijken ze mij vol onbegrip aan en merken fijntjes op dat dit binnen een professionele organisatie ongehoord laag is.

De afgelopen weken merk ik duidelijk de invloed van de PO-Raad. We krijgen echt niet alles voor elkaar, maar zowel de minister als de Tweede Kamer houden rekening met de PO-Raad. De inspiratie voor dat werk halen wij uit de contacten met onze leden. De eensgezindheid tijdens de bijeenkomst op 14 maart zorgt dat wij de politiek die rechte rug kunnen tonen. En die kromme tenen nemen we dan op de koop toe.

René van Harten