Hoog niveau!

"Het Nederlandse onderwijs is van hoog niveau, maar de kwaliteit daalt." Zo begint het rapport van het Centraal Planbureau van deze week over de onderwijsprestaties. Het instituut concludeert dat vooral de beste leerlingen onder hun niveau presteren en dat dit zorgelijk is voor de economische prestaties van ons land. Het rapport kreeg veel aandacht in de media en het steekt me dan dat in de beeldvorming erg naar het onderwijs wordt gewezen.

Het CPB zegt echter volgens mij niet veel meer dan dat we al wisten en het onderwijsveld is al druk bezig om de eigen ambities op dit gebied te realiseren. De PO-Raad heeft vorig jaar in het manifest 'In tien jaar naar de top' ook al aangegeven dat de Nederlandse economie voor een belangrijk deel op kennis drijft. Daarbij meldden we ook dat 10% van de slimmere leerlingen onder haar of zijn niveau presteert. Op veel scholen wordt ondertussen werk gemaakt van opbrengst gericht werken, veel scholen richten zich op de excellente leerlingen, maar zij vergeten ook vooral de leerlingen niet die extra zorg en aandacht nodig hebben, want die moeten we ook meenemen om de prestaties in het geheel te verbeteren.

Natuurlijk moeten we de zorgen van het CPB serieus nemen, maar ik constateer ook dat Nederland internationaal op 17e plaats staat als het over investeringen in het onderwijs gaat. Ik vind het dan een hele verdienste van het onderwijs als we rond de 10e plaats presteren. Verder weten we dat de verbetertrajecten tijd nodig hebben om zichtbaar resultaat in de prestaties te laten zien. De eerste resultaten zijn positief, maar over een paar jaar kunnen we pas resultaat verwachten in de internationale vergelijkingen.

In het manifest 'In tien jaar naar de top' hebben we het ook over de betrokkenheid van ouders. De ouders zijn de belangrijkste pedagogische partners van de school. Om dit concreter te maken heeft de PO-Raad recent samen met de landelijke ouderorganisaties (LOBO, NKO, OUDERS&COO en VOO) een projectplan geschreven. Het projectplan 'Partnerschap tussen ouders en school: ontwikkelings- en resultaatgericht' formuleert twee trajecten waarmee het partnerschap kan verbeteren.

Als het over de contacten met ouders gaat, hoor ik in de praktijk vaak dat scholen wel willen, maar moeite hebben om het structureel te organiseren. Veel scholen hebben leesouders, luizenouders, een jaarlijkse schoonmaakzaterdag met ouders, et cetera. Maar hoe zet je ouders in bij het pedagogische proces. Dat is niet eenvoudig, zeker niet naast de vele taken die de leraren al hebben. De PO-Raad en de landelijke ouderorganisaties willen daarom een aantal initiatieven vanuit het veld een impuls geven om de ouderbetrokkenheid echt op een hoger plan te trekken. Vervolgens kunnen deze initiatieven als voorbeeld dienen voor anderen.

Ik vind het belangrijk dat we dit plan samen hebben gemaakt met de landelijke ouderorganisaties en ook samen gaan uitvoeren. Alleen dan kunnen we echt resultaat boeken in het beter benutten van het partnerschap tussen ouders en school. We gaan het plan binnenkort aan de minister aanbieden en zullen haar vragen of ze het plan wil ondersteunen, zowel moreel als financieel. U hoort binnenkort meer over dit plan, maar mocht u al voorbeelden, ideeën of inspiratie hebben, dan horen wij dat natuurlijk graag.

Het Nederlandse onderwijs is inderdaad van hoog niveau, maar we hebben nog genoeg ambities om nog meer en betere resultaten te behalen.

René van Harten