Kater

Hoe snel kunnen stemmingen wisselen, persoonlijke stemmingen welteverstaan. Op woensdag 9 februari had ik een euforisch gevoel: "Neen tegen bezuinigingen" was het credo in Nieuwegein en ruim 10.000 collega's waren bijeen om dat visueel, maar vooral verbaal kracht bij te zetten. En dat was indrukwekkend. Indrukwekkend omdat vooral de zorg daarin doorklonk. Zorg om de leerling.

De leerling die bij ieder daar in Nieuwegein aanwezig in het hart en in alle vezels zat. Maar ook onbegrip. Onbegrip over de kortzichtigheid en het gebrek aan langetermijnvisie van een overheid, die niet lijkt te willen inzien dat de gevolgen van deze drieste voornemens tot grote ongelukken gaan leiden. En natuurlijk was er ook boosheid. Boosheid over het feit dat onze minister een aantal zaken door elkaar haalt. Wellicht onbewust, maar voorlopig. Zo moet het beeld dat iedereen natuurlijk moet inleveren wanneer de bv Nederland haar huishoudboekje niet op orde heeft, dus ook het speciaal onderwijs, eens van tafel. Het gáát hier namelijk niet om bezuinigen, het gaat over het verschuiven van geld, dus over gemaakte keuzes. In Nieuwegein werd haar klip en klaar duidelijk gemaakt dat iedereen op zich Passend Onderwijs zeker ziet zitten, inclusief de aanpassingen. Maar de 300 miljoen maakt een goede invoering onmogelijk en we hadden met ons allen het idee dat het aldaar afgegeven signaal niet onredelijk was.

Hoe anders was het een week later bij het Algemeen Overleg. Niets leek er te zijn doorgedrongen tot de minister, helemaal niets. Ondanks verwoede pogingen van de oppositie om haar op basis van steekhoudende argumenten te bevrijden uit het haar zichtbaar knellende Regeerakkoord, gaf de minister geen krimp. Er bleek geen gehoor om te schuiven in tijd, laat staan dat er op het financiële vlak werd bewogen. En natuurlijk begrijpt iedereen dat dit de lakmoesproef voor de bezuinigingsstandvastigheid van het kabinet was en er vanuit dat oogpunt dus ook niet bewogen kón worden. Alleen jammer dat de meest kwetsbare leerlingen daarvoor als proefkonijnen moesten dienen.