Kete Kervezee: Op reis

Ik ben een grote liefhebber van poëzie. Ithaka, heet een van mijn favoriete gedichten. Een prachtig werk over het leven. De Griekse dichter Kavafis schrijft:

Als je de tocht aanvaardt naar Ithaka
wensdat de weg dan lang mag zijn,
vol avonturen, vol ervaringen.

…Houd Ithaka wel altijd in gedachten.
Daar aan te komen is je doel.
Maar overhaast je reis in geen geval…

Het is met deze zinnen in mijn achterhoofd dat ik me de afgelopen 40 jaren heb ingezet voor het onderwijs. Mijn reis begon in het hoger onderwijs als docent en aansluitend als algemeen directeur van de sociaal-agogische faculteit, later als algemeen directeur van de faculteit Onderwijs en Opvoeding. Als algemeen directeur van de Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling van de gemeente Utrecht heb ik ervaren hoe belangrijk het is onderwijs, sociale zaken en arbeidsmarkt, jeugdzaken, welzijn, sport, cultuur te verbinden. Bij kinderen komen die domeinen namelijk allemaal samen. Als inspecteur-generaal van het onderwijs heb ik gezien hoe belangrijk onderwijs is als basis voor alles. Ook de PO-Raad sloot naadloos aan op mijn reisschema.

Toen ik hier vijf jaar geleden voorzitter werd, deed ik dat vooral om één reden: de hoop dat ik kon bijdragen aan het imago van het basisonderwijs. Ik maakte en maak me er nog altijd zorgen over. Men denkt te makkelijk dat het in het basisonderwijs gaat om kleine kinderen, kleine zorgen, klein geld. ‘If you think education is expensive, try ignorance’, zei Derek Bok, de oud-president van Harvard. Een grotere waarheid bestaat bijna niet. Want waar anders dan in dat basisonderwijs is het afbreukrisico zo groot? Waar anders volgt een kind acht jaar les? Als dát niet op orde is, dan heeft een kind pas echt de boot gemist. Dat besef mag er best eens zijn.

Zoals school meer is dan taal en rekenen, zo is werk is meer dan inkomen. Dat heb ik me altijd gerealiseerd. Je krijgt er veel voor terug. Ik word nog altijd geraakt door de ogen van kinderen. Door de teleurstelling die je erin kan aflezen wanneer ze iets niet voor elkaar krijgen, de sprankeling als het ze wel lukt. Daar werk je voor. Daar werkte ik voor. Want ieder kind telt. Dat kan ik niet vaak genoeg herhalen.

Voor menigeen die in het onderwijs werkt, zullen die liefde voor en betrokkenheid bij kinderen de belangrijkste drijfveren zijn. En ik ben ervan overtuigd dat dat zo zal blijven, als is het maar omdat dat nodig is om jongeren toe te rusten voor de democratie: Burgers opleiden, dát is de heilige plicht van het onderwijs.

Toch is dat geen doel dat scholen alleen kunnen bereiken. Zij moeten dat samen doen met kinderopvang, met bibliotheken, met sportclubs. Het moet worden geïntegreerd in cultuureducatie. Onderwijzen, doe je samen. Van de meer dan vierduizend uur die basisschoolleerlingen uit bed zijn, zitten ze er namelijk maar duizend in de klas. De rest van de tijd brengen ze elders door, bij de sportclubs en bij hun ouders. Dat bewijst nog maar eens hoe belangrijk ook vaders, moeders en ook oma’s en opa’s zijn. Zij zijn onze natuurlijke partners. Daarom moeten scholen die ouders actiever bij het onderwijs betrekken. Zij moeten hen duidelijk maken hoe belangrijk het is voor hun kinderen wanneer ze hen voorlezen of spelletjes met hen spelen. Daar is nog een flinke slag te slaan.

Mijn reis gaat nu verder. Na een verblijf van vijf jaar verlaat ik de haven van de PO-Raad. Ik dank u allen hartelijk voor uw betrokkenheid en het vertrouwen en de inspiratie die u mij hebt gegeven. 

Aan de reis van het onderwijs komt echter nooit een einde. Het onderwijs hier is goed, maar het kan altijd nog beter. Ik blijf de ontwikkelingen met belangstelling volgen en blijf rekenen op uw aller inzet. Education, education, education. Met een doel dat we nooit snel genoeg kunnen bereiken: ‘goed onderwijs voor elk kind’.