Naar een bestuursakkoord

Morgen (11 januari) vindt de extra ALV plaats waar de leden van de PO-Raad zich zullen uitspreken over het concept- bestuursakkoord met de minister en de staatssecretaris. Dit is het sluitstuk van een proces dat in de zomer van 2011 op verzoek van de leden startte. Het was een proces van lange adem.

Als bestuur van de PO-Raad hebben we tussentijds verschillende keren in ledenbijeenkomsten gesproken over wat we beogen en wat we hopen te realiseren met zo'n bestuursakkoord. De agenda's van de minister en de staatssecretaris waren duidelijk: zij willen graag afspraken maken met de PO-Raad over hun actieplannen Basis voor presteren en Leraar 2010. Wij moesten er onze sectoragenda tegenover stellen. Het centrale punt waar de PO-Raad sinds zijn oprichting op hamert, is 'ruimte voor de schoolbesturen': de overheid geeft verantwoordelijkheid en vertrouwen en de schoolbesturen leggen verantwoording af. Willen de schoolbesturen hun verantwoordelijkheid kunnen waarmaken, dan moeten ze ook verantwoordelijkheid krijgen. Dit punt is, ook wat onze leden betreft, een toetssteen voor elk bestuursakkoord.

De agenda die wij gemeen hebben met de minister en staatssecretaris, is het streven naar het verhogen van de opbrengsten van het onderwijs. In het bestuursakkoord staan thema's waar we zelf nu al intensief mee bezig zijn. Prestaties die we nu al willen leveren voor de 9,6 miljard die omgaat in het primair onderwijs. Wij denken dat het daarnaast goed is om als sector heldere ambities te formuleren, zowel naar de eigen achterban als naar de samenleving en de politiek toe. Het verbeteren van de onderwijsresultaten en vooral ook het zichtbaar maken daarvan maakt onze sector sterker en maakt ook de beeldvorming van het primair onderwijs sterker. Dat is een tweede gesprekspunt op de ALV: zijn deze ambities op sectorniveau reëel en haalbaar?

De huidige context waarin een bestuursakkoord gesloten wordt, is erg gecompliceerd. De schoolbesturen, de scholen, de leraren moeten de kwaliteit van het onderwijs verbeteren, terwijl de financiële situatie van het primair onderwijs verslechtert. Het speciaal onderwijs moet de opbrengsten verhogen, terwijl er minimaal 10% op het primair proces wordt bezuinigd. Door het regulier en het speciaal onderwijs moet passend onderwijs worden ingericht, tegen de achtergrond van bezuinigingen op de expertise die zo noodzakelijk is.

Deze financiële randvoorwaarden vormden een belangrijk gespreksonderwerp op de laatste ALV van 1 december. De leden hebben ons als bestuur gevraagd om alle mogelijke creativiteit aan te wenden om voorstellen te doen voor het verminderen van de bezuinigingen, met name op het primair proces van het speciaal onderwijs. Dit was een hele zware opgave, gegeven de huidige politieke verhoudingen.

Biedt het voorliggende akkoord voldoende perspectief om de sector verder te ontwikkelen? Morgen, 11 januari kunnen de schoolbesturen hun stem laten horen. We hopen op een grote opkomst en een constructieve discussie waar de sector sterker van wordt. Het zijn spannende tijden.

Simone Walvisch