Onderwijsbegroting 2010: meer werkdruk en minder kwaliteit

Met verbazing hebben wij kennis genomen van de plannen van het kabinet in de Onderwijsbegroting 2010. Minister Plasterk schrijft me trots dat er geen concessies worden gedaan aan de kwaliteit van het onderwijs. De schoolbesturen worden echter wel gekort in hun bekostiging. Dat heeft direct gevolgen voor de werkdruk voor schoolleiders en leraren en dus voor de onderwijskwaliteit voor de leerlingen.

In het primair onderwijs zegt het kabinet te bezuinigen op de posten ‘bestuur en management’ en op de groeiregeling. Bij de post bestuur en management gaat het om 90 miljoen korting op de lumpsum. Deze 90 miljoen euro is 4 jaar geleden beschikbaar gesteld bij de invoering van het lumpsumstelsel. De nieuwe verantwoordelijkheid die de schoolbesturen kregen door de lumpsum, kostte geld: er was tijd en kwaliteit nodig voor de inrichting van de financiële functie. Het ging om beleidsrijke begrotingen maken, zorgvuldig verantwoording afleggen.

Het kabinet geeft in de toelichting op deze bezuiniging aan dat anno 2009 de professionalisering van de schoolbesturen in het primair onderwijs wel klaar is. Deze redenering kunnen we niet begrijpen. Het waren toch structurele middelen, geen incidentele?

De wettelijke verantwoordelijkheid van de schoolbesturen om doelmatig met de financiën om te gaan, om verantwoording af te leggen over resultaten en de inzet van de middelen, blijft. Dat betekent: als op de middelen voor bestuur en management wordt bezuinigd, terwijl het werk gedaan moet worden, moeten de schoolbesturen kiezen hoe ze deze bezuiniging gaan opvangen. En er zit weinig ruimte in de posten voor bestuur en beheer. De bezuiniging bedreigt dus wel degelijk de kwaliteit van het onderwijs.

Wat we ook niet begrijpen, is dat de minister een begrotingspost aanwijst voor de bezuiniging: bestuur en management is onderdeel van de lumpsum! De minister kan helemaal niet ingrijpen in vrij besteedbare budgetten! Wij krijgen dan ook ernstig het gevoel dat de noemer van bestuur en management alleen maar is gekozen om tegemoet te komen aan het politiek klimaat. Inspelen op de onderbuikgevoelens.

Een andere ingrijpende bezuiniging is dat per 1 augustus 2010 de groeiregeling in het basisonderwijs niet meer op school- maar op bestuursniveau wordt berekend. Als een school te maken heeft met groei, dan wordt dit niet meer bekostigd als een andere school binnen het bestuur te maken heeft met een daling van het aantal leerlingen. Een buitenstaander zal denken dat het schoolbestuur gewoon het geld van de ‘krimpende school’ kan gebruiken voor de groeiende school. Zo makkelijk is het helaas meestal niet. Op beide scholen zal les gegeven moeten worden.

Ook deze maatregel snappen we niet. Heeft deze minister niet zelf een wetsvoorstel ‘fusietoets’ ingediend? Een ode aan de kleine scholen en de menselijke maat? Door deze bezuiniging, die zo’n 46 miljoen euro moet opleveren, worden de scholen in de groeikernen onevenredig getroffen.

Ook op de lange termijn dreigen bezuinigingen. Een werkgroep gaat kijken naar de productiviteit van het onderwijs en moet met voorstellen komen waardoor minimaal 20 procent op de onderwijsbegroting wordt bezuinigd. Natuurlijk betreft dit nog een opdracht voor een onderzoek, maar het belooft niet veel goeds.

Laat het kabinet niet met drogredenen komen, alsof de kwaliteit van het primair proces niet wordt aangetast. De plannen leiden in het primair onderwijs onherroepelijk tot verslechtering van de kwaliteit van het onderwijs voor de leerlingen en een toename van de werkdruk voor de leraren. Was onderwijs niet een investering in de toekomst?

__________________________________________  

Meer nieuws over de bezuinigingen, klik hier >>