Passend onderwijs

Terwijl ik de titel opschrijf realiseer ik mij dat het woord Passend onderwijs langzamerhand de houdbaarheidsdatum begint te bereiken. En wellicht voor sommigen al overschreden heeft. Er is de laatste jaren al zó veel over gezegd en er zijn al zó veel meningen over gegeven, dat er enige moeheid rond dit onderwerp begint te ontstaan en dat is net zo jammer als begrijpelijk. Deze vermoeidheid was ook te merken in het Algemeen Overleg van de Tweede Kamer, waarin de Kamer de tussenrapportage van de minister over dit onderwerp besprak. Er zat weinig tot geen vuur in het debat en het leverde dan ook geen enkel nieuw gezichtspunt op.

Natuurlijk, opnieuw lieten de oppositiepartijen de minister weten dat de voorgestelde bezuinigingen op Passend onderwijs absoluut niet sporen met het implementeren van een nieuw stelsel, maar deze bezwaren klonken wat plichtmatig en ontbeerden de oorspronkelijke strijdbaarheid. Uiteraard is daar de stoïcijnse (en daarmee op zich consequente) houding van de minister op dit punt grotendeels debet aan, maar goed is het niet. Ook de pogingen om de uitstekende adviezen van de ECPO nu te betrekken bij de verdere ontwikkelingen, werden vakkundig gepareerd en richting wetsvoorstel geschoven. Natuurlijk, er werden nog wat moties ingediend en de epilepsiescholen lijken hun doel bereikt te hebben en mogen hun landelijke functie Ambulante Begeleiding behouden. Wat dat precies in gaat houden is nog niet helemaal duidelijk, maar dit politieke snoepje is uitgedeeld en daarmee het geweten deels gesust.

Hoe nu verder? De sectorraden, waaronder de PO-Raad, hebben inmiddels laten weten zich in te willen zetten om het abstracte begrip Passend onderwijs meer concreet te maken. Zodra de regio-indeling van de samenwerkingsverbanden definitief vastgesteld is (binnen het PO is er sprake van nog zeker twintig regio's die aangegeven hebben moeite te hebben met het voorstel), wil het veld aan de slag met de inhoud. En dat is hoognodig. Het wordt tijd dat er nu invulling gegeven wordt aan een begrip dat steeds diffuser dreigt te worden. Echter: de financiële consequenties van de bezuinigingen blijven ons onverkort aangapen. In september verwacht het ministerie met kengetallen voor en van de samenwerkingsverbanden te kunnen komen en het is voorspelbaar dat die naakte cijfers laten zien wat ook de PO-Raad al vanaf het begin heeft aangegeven: deze bezuinigingen staan een verantwoorde invoering van werkelijk Passend onderwijs vierkant in de weg.

Eerst maar eens met vakantie. Ik wens u allen een zeer verdiende rustperiode toe.

Wim Ludeke