Passende schoolgebouwen

De PO-Raad heeft de problematiek rond de onderwijshuisvesting op de politieke agenda gezet. We hebben een onderzoek naar het stelsel laten doen. De uitkomst daarvan hebben we de afgelopen week gepresenteerd en het kreeg veel aandacht. Een grote delegatie uit de Tweede Kamer kwam naar Studio Dudok in Den Haag en verschillende kranten schreven over het onderzoek. Donderdag besteedde het actualiteitenprogramma Nova uitgebreid aandacht aan het onderwerp (‘Huisvesting basisscholen vaak erbarmelijk’). En van onze leden kregen we positieve reacties.

Een fris alternatief
Het huidige stelsel van de onderwijshuisvesting sluit niet meer aan bij het onderwijs van vandaag en van morgen. Wij stellen in het rapport ‘Een fris alternatief voor de huisvesting van kinderen’ voor dat het geld rechtstreeks naar de scholen gaat op basis van het aantal leerlingen. Hiermee kunnen de scholen met dezelfde financiële middelen betere huisvesting realiseren met een beter binnenklimaat. Dit is een van de voorwaarden voor beter onderwijs voor de leerlingen.

Wat ons betreft kunnen de schoolbesturen kiezen welk systeem er in hun regio gaat gelden. Er zijn ook veel plaatsen in Nederland waar de gemeente en schoolbesturen nu al tot goede resultaten komen. Als daar geen behoefte is aan wijziging van de situatie, kan de gemeente de rol blijven spelen van huisvestingsbureau voor de scholen.

Reacties
In een reactie op ons plan sprak de Vereniging van Nederlandse Gemeenten over de versnippering van het geld. Zij houden het geld liever bij 430 gemeenten in plaats van 1200 schoolbesturen. De PO-Raad vindt het met name belangrijk dat we het geld voor onderwijshuisvesting volledig, goed en effectief aan schoolgebouwen besteden. Op dit moment blijkt dat de gemeenten 300 miljoen euro die voor de onderwijshuisvesting is bedoeld (20% van het totale budget) niet voor dit doel uitgeven.

De Algemene Onderwijsbond reageerde voor de camera op ons rapport. De schoolbesturen zouden naar hun idee de verantwoordelijkheid voor de gebouwen niet aan kunnen. De PO-Raad onderkent de grote verschillen tussen schoolbesturen in het primair onderwijs. Een nieuw systeem moet niet alle schoolbesturen over één kam scheren (zoals het huidige systeem wel doet). We houden in ons voorstel rekening met de kleine schoolbesturen. Desondanks zijn we er van overtuigd dat we een grote kwalitatieve slag kunnen maken als de middelen voor onderwijshuisvesting – waar mogelijk en waar gewenst – kunnen verbinden aan het onderwijskundig beleid van de schoolbesturen.

Passend onderwijs

Even leek het er vorige week op dat de Tweede Kamer door de val van het kabinet het hele proces rond Passend onderwijs ging stilleggen door het controversieel te verklaren. Wij hebben vervolgens met de andere sectorraden om duidelijkheid gevraagd over de ontwikkelingen die gaande zijn in het veld. Inmiddels is duidelijk geworden dat de voorbereidingen in het veld gewoon door kunnen gaan. Alleen de achterliggende wetgeving wordt doorgeschoven naar het volgende kabinet.

Het inhoudelijk werk in het veld gaat dus gewoon door en we gaan ook verder met de uitwerking van het landelijk referentiekader Passend onderwijs. Het geeft ons de kans om te tonen wat we met elkaar kunnen: alle leerlingen het onderwijs geven dat het beste bij ze past, of ze nou wat minder kunnen of juist wat meer. Kortom: passend onderwijs. Ik wil iedereen oproepen om vooral in de kracht van onze sector te geloven en er een succes van te maken. Die wetgeving volgt dan vanzelf.

Sterker
Tot slot nog even wat over de PO-Raad. De afgelopen tijd is de aansluitingsgraad van de vereniging weer flink gegroeid. In twee jaar tijd hebben meer dan 60% van de schoolbesturen zich bij ons aangesloten. Deze schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor 6.000 van de 7.500 scholen in Nederland. En het ledental groeit nog steeds. Als bestuur van de PO-Raad gaan we met plezier in gesprek met schoolbestuurders die nog geen lid zijn. We ervaren die gesprekken als zinvol en ze hebben nog resultaat ook! Het geeft de PO-Raad een luisterend oor bij onze leden, een krachtige stem en oog voor het belang van verscheidenheid binnen onze sector.

René van Harten