Rinda den Besten: 16 miljoen meningen

Sinds duidelijk werd dat ik voorzitter zou worden van de PO-Raad, lijkt de sector in de media en het publieke debat ‘hotter’ dan ooit. Even heb ik gedacht dat het mijn eigen subjectieve waarneming is – net als wanneer je zwanger bent, je alleen nog maar andere zwangere vrouwen ziet – maar ik geloof echt dat de afgelopen zes weken zeer turbulent zijn geweest. Het ging over grote thema’s: een rechtszaak om een kind van school af te houden, het WOB-verzoek van RTL Nieuws over de Cito-resultaten, het advies van de Onderwijsraad over de krimp en het plan van aanpak rond pesten op school. Issues die illustreerden hoeveel er speelt rondom ons primair onderwijs. En die bewezen dat onderwijs, en zeker de basisschool, iedereen ter harte gaat.

Mij viel bijvoorbeeld op dat bij het thema ‘krimp’ iedereen het erover had, dat kennis van zaken niet altijd een vereiste was voor deelname aan een panel of interview, dat vaak de emotie de boventoon voerde en de ratio en nuance ver te zoeken waren. Het openbaar maken van de resultaten van de Cito-toetsen leverde ook verhitte discussies op, begrijpelijk. De PO-Raad kwam in de media met een genuanceerd standpunt: Transparantie over de onderwijsresultaten is goed, maar de gegevens die RTL Nieuws heeft opgevraagd zijn niet geschikt voor openbaarmaking – en zeker niet voor een ranking van scholen. Maar de nuance kreeg vaak letterlijk geen plek. Een schoolleider uit Utrecht was door een journalist benaderd om daar zijn reactie op te geven. Zijn standpunt was genuanceerd. Hij was zeker bezorgd en had zijn twijfels, maar was niet van plan om moord en brand te schreeuwen. Zijn interview was niet interessant genoeg en kwam derhalve niet in de krant. Wat de krant en televisie wel haalde, waren meer eenzijdige reacties, soms rechtstreeks vanuit de onderbuik.

Aan de ene kant erger ik me aan die ongefundeerde en schreeuwerige opinies. Aan de andere kant: Die meningen en emoties zijn er wel en daar moeten we dus rekening mee houden. Sterker nog, van primair onderwijs heeft iedereen verstand, net als van voetbal. Het is bekend dat we in Nederland  16 miljoen bondscoaches hebben, maar we hebben ook 16 miljoen deskundigen als het gaat om kwaliteit van scholen, meesters en juffen, taalmethodes, Cito-toetsen of schoolgebouwen.

Ik zie het als een belangrijke taak van de PO-Raad om te midden van al deze meningen, belangen en waarnemingen een helder en herkenbaar geluid te laten horen namens de gehele sector primair onderwijs; na goede onderlinge dialoog te komen tot een genuanceerd maar wel scherp en constructief geformuleerd standpunt. Het zoeken naar verbindingen is daarbij mijn grootste opdracht; niet alleen in de sector zelf, maar vooral ook daarbuiten, ouders voorop. Het verbinden van de zorgen, en soms onzekerheid van ouders, met de zorgen en ambities van de schoolbestuurders, vind ik broodnodig. Want deze partijen drijven uit elkaar en dat is zonde, want leerlingen zijn uiteindelijk de dupe.

Mijn ambitie is dat de PO-Raad, ook in de volgende fase die ze nu ingaat, een sectororganisatie is die haar maatschappelijke verantwoordelijkheid neemt, verbindingen intern en extern legt en zo de gehele sector sterker maakt. Ik heb erg veel zin om daar mee aan de slag te gaan.