Rinda den Besten: Eindtoets

Het is inmiddels alweer tig jaar geleden dat ik in de zesde klas van de basisschool zat en mijn Cito-eindtoets moest maken. Erg vond ik dat niet. Ik vond het wel leuk eigenlijk, toetsen maken. En was er vrij goed in bovendien. Havo/vwo was de uitkomst van de Citotoets en dat viel me eigenlijk een beetje tegen.  Het advies van de meester van de zesde klas luidde ‘VWO’ en daardoor kwam ik, na een ‘determinatiebrugklas’, op het VWO terecht. Prima.

De komende maanden staan weer in het teken van die spannende overgang naar de middelbare school. Tienduizenden leerlingen bereiden zich op die stap voor. De komende tijd worden overal weer open dagen georganiseerd zodat zij er alvast een kijkje kunnen nemen.

Alsof dat al niet genoeg spanning is, maken zij volgende maand eerst ook nog de Cito- (of een andere) eindtoets. Hoogstwaarschijnlijk is het voor het laatst dat de eindtoets al in februari wordt afgenomen. Vanaf 2015 wordt deze namelijk in heel Nederland pas rond 15 april gemaakt, schreef staatssecretaris Sander Dekker vorige week. Die verschuiving van het afnamemoment, daar heeft de PO-Raad zich al lang hard voor gemaakt.

Schooladvies

Door de toets later in het jaar af te nemen, krijgt het schooladvies een zwaarder karakter. De school, de leerkrachten, zij hebben een leerling vaak acht jaar meegemaakt en kunnen het beste inschatten welk niveau middelbare school hij of zij aankan. Zij kijken naar veel meer dan het resultaat op één toets. Een leerkracht weet bijvoorbeeld ook in wat voor schoolomgeving een kind goed tot zijn recht komt en hoe zijn werkhouding is. Door de eindtoets naar medio april te verplaatsen, krijgt deze zijn bedoelde functie: een objectieve tweede gegeven waaraan de school haar advies kan staven. Zo nodig kan ze haar advies heroverwegen.

Ik wil scholen in het primair en voortgezet onderwijs oproepen samen op te trekken en afspraken te maken over het toelatingsbeleid van leerlingen tot de brugklas. Een toelatingsbeleid waarin het brede beeld over de leerling, het schooladvies dus, centraal staat en waar primair onderwijs en voortgezet onderwijs om tafel zitten om informatie over de leerling over te dragen. Een toelatingsbeleid dus dat veel meer is dan de uitslag op een toets. Daar zijn beide bij gebaat: basisscholen omdat zij hun leerlingen op een plek kunnen helpen waar zij echt tot hun recht komen, en middelbare scholen omdat zij er zeker van zijn dat ze goed zijn geïnformeerd over wat hun nieuwe leerlingen in hun mars hebben. Door samen om tafel te gaan, wordt voorkomen dat zij de gegevens over een nieuwe leerling anders interpreteren dan een basisschool die heeft bedoeld.

Goed voorbeeld is een instrument dat in Friesland is ontwikkeld ter onderbouwing van het schooladvies, een plaatsingswijzer. Daarin is veel ruimte voor de onderbouwingen en motivaties van de school. De plaatsingswijzer weerspiegelt in wezen de film van acht jaar leerling en deze film vormt de leidraad bij de gesprekken over leerlingen tussen scholen in het primair en voortgezet onderwijs. De kieswijzer wordt door scholen in beide sectoren volledig omarmd.

Kansen

Maar de grote winnaar van een dergelijke samenwerking is natuurlijk de leerling. Door afspraken te maken, voorkomen we zoveel mogelijk dat leerlingen misschien wel de rest van hun leven onder hun niveau presteren bijvoorbeeld omdat hun toetsscores net even wat tegenvielen. We zorgen er zo voor dat echt alles uit de leerlingen kan worden gehaald en meer van hen die kans krijgen die ikzelf heb gehad. Dat gun ik ieder kind. U toch ook?

Rinda den Besten