Rinda den Besten en Simone Walvisch: De balans opmaken

Het leuke van het einde van het schooljaar is niet alleen dat de zomervakantie voor de deur staat, het is ook altijd een periode van positieve energie. Waar we door het jaar heen opgaan in ons dagelijks werk en bezig zijn met wat we nog allemaal willen en moeten, maken we aan het einde de balans op en vieren we ook samen wat er gelukt is.

Alle scholen zijn in beweging en de PO-Raad werkt er hard aan om de scholen en schoolbesturen te ondersteunen waar dat in ons vermogen ligt. Dat is de teneur van Bestuursakkoord 2014 en daarin hebben we de afgelopen twee jaar vorderingen gemaakt. Dat willen we ook graag laten zien. Meer dan de helft van de scholen is inmiddels actief op Scholen op de kaart.

Scholen zijn ook aan de slag gegaan met eigen evaluaties van hun onderwijs. Als scholen zelf hun kwaliteit laten zien, ondersteund en bevraagd door hun bestuur, dan kan de inspectie het bestuur als aanspreekpunt nemen en schoolbezoeken beperken tot steekproeven. Schoolbesturen nemen deze taak serieus, zo blijkt uit het groeiend aantal deelnemers aan onze lerende netwerken, waarin zij aan de slag gaan met het verbeteren van hun systeem van kwaliteitszorg. Dat is nog oefenen. Maar vanaf volgend schooljaar, wanneer we ons eigen bestuurlijk visitatiesysteem gaan uitrollen, zal het er echt om gaan: kunnen we als sector een kwalitatief goed visitatiesysteem ontwerpen waardoor de schoolbesturen kritisch naar zichzelf en naar elkaar kijken? De resultaten van de pilot van afgelopen jaar zijn bemoedigend.

Sommige dingen kun je plannen, andere niet. Zo had niemand vorig schooljaar kunnen vermoeden dat het asielzoekersvraagstuk zo’n grote plaats zou innemen dit jaar. Gelukkig zijn onze inspanningen niet voor niets geweest. Dit voorjaar was er eindelijk een Kamermeerderheid voor het tweede jaar aanvullende bekostiging voor vluchtelingenkinderen. Het kan namelijk niet zo zijn dat ons onderwijs niet dezelfde kansen kan bieden aan ieder kind. De door de Onderwijsinspectie aangetoonde kansenongelijkheid, vinden we dan ook ronduit schokkend. We moeten als sector alles in werking stellen om deze ongelijkheid tegen te gaan. Daarom lanceerden we onlangs op ons congres al een vijf-punten-plan en Onderwijskansen Check. En hier zullen we het niet bij laten.

Dit schooljaar stond voor de sector natuurlijk ook in het teken van de aanstaande inwerkingtreding (per 1 juli) van de Wet werk en zekerheid (Wwz). De PO-Raad heeft samen met een aantal schoolbesturen de vervangingsproblematiek als gevolg van deze wet onder de aandacht van de media en de politiek kunnen brengen. Het heeft helaas niet geleid tot een uitzondering voor onze sector. De sector met het hoogste percentage vaste aanstellingen, zeggen we er dan altijd fijntjes bij. In de nieuwe cao hebben we, zo goed en zo kwaad als het ging, samen met de vakbonden de ruimte benut die de Wwz nog biedt. Dit maakt de wet echter nog steeds niet onze wet. Al is het alleen al vanwege het onderscheid tussen openbaar en bijzonder onderwijs.

Bij het opmaken van de balans, hoort ook het in ogenschouw nemen van de financiële staat van de sector. Ondanks extra geld in deze regeerperiode, gaf de Onderwijsinspectie in het najaar van 2015 nogmaals aan dat de financiële situatie van de schoolbesturen in het primair onderwijs jaarlijks verslechtert. Het gat tussen kosten en bekostiging is in 2015 opgelopen tot 754 miljoen euro, zo bleek in oktober nog uit cijfers van de PO-Raad. Deze situatie is verre van gezond te noemen, de basisbekostiging is te laag. Het is schrijnend dat het basisonderwijs een bekostiging krijgt onder het gemiddelde van de landen van de Europese Unie én onder het gemiddelde van de OESO-landen. De overheid en politiek wil dat het primair onderwijs ambitieus is en met de tijd meegaat, maar met deze krappe basisbekostiging kunnen scholen net voldoende kwaliteit leveren voor het onderwijs van nu. Dat bewijzen ze. Maar willen we echte innovatie, onderwijs van de toekomst, dan kan dat niet zonder extra investeringen. Je hoeft geen econoom te zijn om te beseffen dat dat nóóit uit de huidige middelen kan.

Met het EK voetbal en het EK atletiek net achter de rug, de Tour de France in volle gang en natuurlijk de Olympische Spelen in het verschiet, staat ons een sportieve zomer te wachten. Wanneer in augustus de balans wordt opgemaakt en duidelijk wordt hoeveel gouden plakken de Nederlandse equipe bij de Olympische Spelen heeft geoogst, staat één ding vast: aan deze momenten is jarenlange training en doorzettingsvermogen voorafgegaan. Het is een zaak van lange adem. Dit doorzettingsvermogen en deze lange adem zullen wij als sector ook nodig hebben. We zullen er alles aan blijven doen om het primair onderwijs vooruit te helpen en de meer toereikende bekostiging die daarvoor nodig is te bewerkstelligen.   

Een mooie zomer toegewenst!


Rinda den Besten & Simone Walvisch