Rinda den Besten: Het kind als kerndoel

Er is een onderwerp dat even belangrijk als gevoelig is. Waar de meningen bij voorbaat over verdeeld zijn. Het herijken van de kerndoelen in het primair onderwijs. Door sommigen ook ‘het nieuwe curriculum in het primair onderwijs’ genoemd. Nog voordat is uitgelegd wat met dit begrip eigenlijk wordt bedoeld, schermen ‘tegenstanders’ met een andere term – onderwijsvrijheid – om de discussie de mond te snoeren. Het liefst geen curriculum is hun mantra. Sommige voorstanders op hun beurt timmeren het curriculum juist het liefst zo vol met verplichtingen voor scholen dat de stap naar staatsonderwijs nog maar een kleine is. Ik ben van beide opvattingen geen fan.   

Het is een soort loopgravenoorlog, zo omschreef Sietske Waslander hoogleraar sociologie en lid van de Onderwijsraad, het in een lezing die ze eind september gaf. Een beeld dat ik zeker herken. Een die wat mij betreft afbreuk doet aan waar het eigenlijk om zou moeten gaan. Niet de onderliggende discussie of er überhaupt een curriculum met kerndoelen bestaat of moet zijn, zou centraal moeten staan, maar het kind en zijn behoeften.

Als het onderwijs kinderen zo goed mogelijk op hun toekomst wil voorbereiden, moet steeds opnieuw gekeken worden naar wat die daarvoor nodig hebben. De toekomst is immers niet statisch. Kerndoelen helpen om dat te organiseren. In de Wet op het primair onderwijs staan kerndoelen beschreven als ‘streefdoelen’. ‘Ze geven aan wat iedere school in elk geval nastreeft bij leerlingen.’ Ze scheppen de kaders en kunnen daarmee houvast bieden aan de professionals – leraren, schoolleiders, schoolbesturen - die bepalen hoe ze die doelen bereiken. In het veld hoor ik echter vaak dat de kaders op dit moment te vaag zijn. Neem het doel dat leerlingen wiskundetaal leren gebruiken. Leg daarmee maar eens uit wat een leerling zou moeten kunnen aan het einde van groep acht. Cijfers optellen? Vermenigvuldigen? Beide? Ik snap heel goed dat dergelijke doelen niet echt in de school ‘leven’. Ik praat hier vaak over, op mijn wekelijkse werkbezoeken, met leraren, schoolleiders en bestuurders. En ik hoor nooit iets over de kerndoelen. Wel over het keurslijf van de Inspectie, de slaafsheid aan de methode, de werkdruk, de beperkte ruimte die een leerkracht ervaart om onderwijs te geven zoals hij/zij het wil, in het belang van de kinderen. De enigen die echt tussen de oren hebben wat de kerndoelen zijn, zijn de educatieve uitgeverijen.

Betekent dat dat we kerndoelen beter kunnen schrappen? Zeker niet. Kerndoelen kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan goed onderwijs, mits ze duidelijker worden verwoord én ze van deze tijd zijn. Het is dan ook nodig dat we ons steeds opnieuw afvragen, eens in de zoveel jaren, of die doelen nog wel doen wat ze moeten doen. Met de steeds groter wordende rol en toenemende mogelijkheden van ICT in de maatschappij, een groeiende aandacht voor 21 eeuwse vaardigheden als ontdekkend leren, kritisch denken en creativiteit is het niet gek dat we ons die vraag nu weer stellen. Kinderen verdienen dat, niet alleen in het primair onderwijs, maar in een doorlopende en doordachte leerlijn. We laten een belangrijke kans liggen als we dat niet doen en leerlingen klaarstomen voor de dag van gisteren.

Het is daarom ook dat de PO-Raad in het Bestuursakkoord met het ministerie van Onderwijs heeft afgesproken dat er een verkenning komt naar het herijken van de kerndoelen. Dit wordt een spannend proces waarbij we niet over een nacht ijs moeten of willen gaan. Onafhankelijke deskundigen, maar ook schoolbesturen, schoolleiders, leerkrachten, ouders en leerlingen moeten hier een belangrijke stem in krijgen. Na zo’n zorgvuldig vormgegeven proces zou er een basis moeten liggen, waar elke school mee uit de voeten kan en zijn eigen invulling aan kan geven, maar waarmee  in ieder geval een toekomstgericht en samenhangend onderwijsaanbod gewaarborgd is. Ik kan me niet voorstellen dat iemand daar tegen is.

Let wel, waar we voor moeten waken is dat de nieuwe en duidelijkere kaders vervolgens niet alsnog worden ingekleurd met wet- en regelgeving. Leraren moeten de ruimte krijgen om op hun eigen manier naar de kerndoelen te kunnen streven. Die ruimte wordt hen nu vaak niet gegeven. De kerndoelen zelf zijn dan ook niet het probleem, maar de steeds weer opduikende drang in de politiek om alles maar te willen regelen en voor te schrijven.

Ik zou willen zeggen: Niet doen. Zorg ervoor dat kaders goede kaders zijn en de leraren die op hun eigen manier kunnen invullen. Daar zijn zij voor, daar zijn zij goed in. Bovendien maakt dat het leraarsvak leuker en aantrekkelijker. En ook daar valt nog wel wat te winnen.

Laten we dit voor ogen houden wanneer we de komende tijd over het curriculum praten. Met de leerling voorop, goede kaders én vrijheid van onderwijs dus. En wel in die volgorde. Het beste van twee werelden, het beste voor de toekomstige wereld van de leerling. 

Rinda den Besten

Links for this blog post