Rinda den Besten: Het kind gaat door, de leerlijn hapert

Een leerling die op een tweetalige basisschool heeft gezeten, wil je op de middelbare school niet bij nul laten beginnen met Engels. Een basisschoolleerling die de jaarstof voor driekwart beheerst, laten we een heel jaar overdoen. Voorbeelden genoeg waaruit blijkt dat leerlingen nog vaak onnodig vertraagd of belemmerd worden tijdens de onderwijsovergangen.

Vraag tien onderwijsexperts wat ze vinden van het leerstofjaarklassensysteem en je hoort tien keer: afschaffen. Ondanks onze mooie beloften en inspanningen slagen we er nog niet in talenten optimaal te laten bloeien. Het is het systeem dat knelt. Doorlopende leerlijnen zijn niet vanzelfsprekend zolang instituten centraal staan in plaats van leerlingen.

Zowel voor kinderen die sneller door de stof heen kunnen als voor de typische ‘laatbloeiers’ schiet ons huidige systeem tekort. Voor de eerste groep komt de overstap naar het vo te laat, voor de tweede te vroeg. Leerlingen worden ‘gestreamd’.  Ik zie dat het systeem van determineren en selecteren harder is geworden, meer rigide. Opstromen is moeilijker, zo was vorige maand ook te lezen in het Onderwijsverslag 2013-2014.

Van aandachtspunt naar aandacht voor talent

In mijn droomwereld vormen talenten de basis op iedere school. Er zijn genoeg studies die laten zien dat wanneer je uitgaat van wat een kind wél kan en dat zelfs stimuleert, het kind het andere beentje vanzelf bijtrekt. Dat is effectiever dan eindeloos energie stoppen in de ‘aandachtspunten’. Dat woord zegt alles over hoe we met problemen omgaan. Het is helaas nog vaak negentig procent van de inhoud van tienminutengesprekjes, handelingsplannen en zorgoverleggen. 

Volgens mij moeten we ons in het hele onderwijs meer laten leiden door de nieuwsgierigheid van kinderen, net als we bij de kleuters doen. Het onderwijs moet zich aanpassen aan de leerling en niet andersom. Dat is niet hetzelfde als vrijheid blijheid, we moeten talenten op een slimme manier inzetten. Ook als deze niet zo duidelijk aan de oppervlakte liggen.

Hardnekkige schotten

In de Stichting van het Onderwijs (dat is het overlegorgaan van alle sectorraden en onderwijsvakbonden met het kabinet) zijn we – met diverse leraren, schooldirecteuren, bestuurders en andere professionals - aan het nadenken over doorlopende leerlijnen. Ontschotten is nodig, willen we de leerling echt centraal stellen, zowel tussen po-vo, vo-mbo als in de voorschoolse periode. Mijn teleurstelling was groot toen ik hoorde dat Asscher en Dekker geen noodzaak zien om tegenstrijdige en overbodige regelgeving bij IKC’s te schrappen, zoals wij met de brancheorganisatie kinderopvang en MOgroep hadden voorgesteld in ons tienpuntenplan ‘Geef kinderen de ruimte’. De reden die ze gaven: er zijn genoeg initiatieven van scholen die doorgaande lijnen hebben weten te realiseren met hun partners, zonder gehinderd te worden door schotten of knellende regelgeving. Flauwekul! Deze scholen hebben hun experimenteerruimte buiten de wettelijke kaders gezocht. Een domper voor de ontwikkeling van samenwerking en soepele overgangen. Dit onderwerp laten wij dan ook niet rusten.

Ieder kind een eigen leerlijn

Maar niet alleen tússen scholen, ook bínnen scholen zou ik meer doorgaande leer- en ontwikkellijnen willen. Als je de talenten van een leerling leidend laat zijn, heb je een flexibel onderwijsaanbod nodig. Differentiëren wordt dan de norm, niet de uitzondering. ICT en persoonlijke, digitale leerlijnen bieden hiervoor een uitstekend hulpmiddel. Ieder kind zijn eigen leerlijn, maar wel in de veilige sociale context van een school, met een uitstekende leerkracht, een kind is tenslotte niet alleen een cognitief maar ook een sociaal-emotioneel wezen. In het huidige systeem is het nog vaak zo dat je slechtste vak je uiteindelijke niveau bepaalt. Terwijl geen enkel kind op alle gebieden hetzelfde presteert. Intelligentie is opgebouwd uit een profiel met sterke en minder sterke kanten. Als we ons onderwijs willen laten aansluiten bij de leerling, heeft dat dus drastische gevolgen voor het onderwijsaanbod. Ik hoop dat het Platform Schnabel, dat nadenkt over #onderwijs2032, dit aspect ook meeneemt.

Doorgaande leerlijnen en curriculum-herijking zijn dan ook de focuspunten van het werkbezoek aan Noorwegen waaraan ik, op uitnodiging van staatssecretaris Sander Dekker, volgende maand meedoe. In Noorwegen ga je tot je 15e naar één en dezelfde school en kies je dan pas een type vervolgonderwijs. Een late selectie dus. Dat zijn modellen waar we ook in Nederland op studeren. Maar er moet ook ruimte zijn om vervroegd vakken uit het vervolgonderwijs te volgen, als een leerling daar eerder aan toe is. Andersom betekenen doorgaande leerlijnen ook dat je kinderen niet een jaar laat doubleren als ze nog niet alle stof beheersen. Ook hier is maatwerk nodig. Vorige week meldde De Correspondent dat vroege leerlingen, die geboren zijn in de zomer, dertig procent meer kans hebben op een vmbo-advies dan hun oudere, rijpere klasgenootjes die toevallig in het najaar geboren zijn. Voor sommige jonge leerlingen zal alle extra uitdaging een welkome stimulans zijn, anderen lopen bij een aantal vakken acht jaar lang op de tenen. Met alle schadelijke gevolgen van dien. Vergelijk de leerling daarom met zichzelf en niet met een groep waar hij op basis van toeval (leeftijd, achtergrond, school) terecht is gekomen.

Portfolio van vaardigheden

Misschien moeten we op de middelbare scholen het concept diploma wel loslaten en overgaan op een persoonlijk portfolio van vaardigheden, en dat doortrekken naar de basisschool. Of het stelsel daarvoor op de schop moet? Net als de VO-Raad, ga ook ik de discussie niet uit de weg. Als we bijvoorbeeld geld willen koppelen aan de leerling, in plaats van aan de school, of als we de ‘knipmomenten’ willen afschaffen en één voorziening willen van 0-18 jaar, dan heb je het echt over een fundamentele stelselherziening. Belangrijk is dat zo’n verandering vanuit de sector zelf komt. Iets opleggen heeft geen zin. Een brede dialoog voeren wel.

Ondertussen kan al heel veel in het huidige systeem, als we kritischer durven kijken naar hoe we met de kostbare schooltijd van onze leerlingen omgaan. Haperingen in de leer- en ontwikkellijn kunnen we ons niet permitteren. Want voor je het weet zijn ze groot.

Rinda den Besten