Rinda den Besten: Het Nationaal Onderwijsakkoord

We kennen allemaal wel dat prettige en bijzondere effect van een zomervakantie. Een poosje vrij zijn, doet wonderen. Die berg administratie waar je in juni nog zo tegenop keek, werk je in september in mum van tijd weg. Was je voor de zomervakantie gewoon moe, na een aantal weken rust kan je er weer tegenaan en stort je je weer met frisse moed op een nieuw schooljaar.

Ook voor het Nationaal Onderwijsakkoord was de zomervakantie een welkome onderbreking. Eind juni verliepen de gesprekken erover nog moeizaam en werden ze zelfs opgeschort. Op de dag dat alle basisscholen in het midden van het land begonnen aan een nieuw schooljaar en ik zelf goed en wel een halve dag terug was van vakantie, zette ik een handtekening onder het akkoord. En met mij de meeste andere werkgevers-en werknemersorganisaties in de Stichting van het Onderwijs.

Werkgelegenheid

Tientallen uren hebben we het afgelopen jaar met elkaar en de minister en staatssecretaris van Onderwijs onderhandeld om afspraken te maken over moderne arbeidsvoorwaarden. Met negen partijen aan een grote tafel. Met allemaal een eigen wensenlijstje. Maar we deden het ergens voor, dat wisten we, en het hield ons gemotiveerd toch door te zetten.

In het regeerakkoord staat dat het primair en voortgezet onderwijs samen 344 miljoen euro krijgen wanneer daarover een akkoord wordt gesloten, een Nationaal Onderwijsakkoord. Dankzij het akkoord kan in de professionaliteit van onderwijspersoneel worden geïnvesteerd en blijft werkgelegenheid in het onderwijs behouden. Drieduizend jonge leerkrachten in het primair en voortgezet onderwijs blijven daarmee beschikbaar voor het onderwijs en komen niet op straat te staan. Dat is mooi voor de sector en de leerlingen.

Goede stap

Al pratend aan die grote tafel hebben ongetwijfeld alle collega’s van de Stichting wel eens gedacht dat het nooit ging lukken om een akkoord te sluiten. Dat het een heilloze missie was. Sommigen vroegen zich hardop af hoe erg dat zou zijn.

Best erg, zou ik willen antwoorden. Die 344 miljoen euro is weliswaar niet voldoende om alle financiële zorgen weg te nemen, het is wel alvast een stap in de goede richting. Mooie bijkomstigheid is dat alle betrokken partijen dankzij het sluiten van het akkoord beter inzicht hebben gekregen in elkaars problemen en in elkaars achterban. We weten beter hoe de ander denkt en waarom hij tegen of voor een bepaalde maatregel is. De PO-Raad en VO-raad zijn bij alle gesprekken gebroederlijk opgetrokken. Ik weet zeker dat toekomstige onderhandelingen – en die gaan er nog genoeg komen - daardoor makkelijker zullen verlopen.

Ik ben blij dat de strubbelingen ons uiteindelijk niet hebben verlamd. Blij omdat het akkoord het onderwijs weer een stapje vooruit brengt en het geld oplevert dat keihard nodig is nu onze scholen het financieel zwaar hebben. Omdat het hoop biedt dat we er de komende maanden ook met de gesprekken over bijvoorbeeld een nieuwe cao wel uit gaan komen met zijn allen. Toch hebben we geen champagne open getrokken. (Na)zomer of niet, daar is de tijd niet naar.

Rinda den Besten