Rinda den Besten: 'Kan dit niet effectiever?!'

Eerder deze week werd in Amsterdam de Gelijke Kansen Alliantie gelanceerd, een initiatief van minister Bussemaker en staatssecretaris Dekker om gelijke onderwijskansen voor ieder kind te garanderen. Dit netwerk van scholen, onderwijsinstellingen, gemeenten en maatschappelijke organisaties (zoals sportverenigingen en culturele instellingen) gaat - met een actieve rol van de Rijksoverheid - ‘goede voorbeelden ophalen en opschalen, succesfactoren identificeren en belemmeringen in wet- en regelgeving aanpakken’.

Uiteraard neemt de PO-Raad deel aan dit netwerk. Afgelopen voorjaar - vlak na de publicatie van de verontrustende Staat van het Onderwijs - hebben wij ons al hard gemaakt voor het zo snel mogelijk aanpakken van de kansenongelijkheid in het onderwijs. Zo stelden we een vijf-punten-plan met oplossingen voor: een brede basisvoorziening van kinderen van 0-4 jaar, het kritisch bekijken van de kwaliteit van het schooladvies, weg met de vroegselectie, brede scholengemeenschappen en brugklassen en betere doorstroommogelijkheden. Ook pleitten we voor een Onderwijs Kansen Check die moet toetsen of toekomstig beleid niet toch onbedoeld kansenongelijkheid bevordert.

Wil de overheid écht gelijke kansen in het onderwijs bevorderen, dan moet het ook daadwerkelijk investeren in het wegwerken van onderwijsachterstanden.

Een Gelijke Kansen Alliantie is een eerste stap in de goede richting. Maar wil de overheid écht gelijke kansen in het onderwijs bevorderden, dan moet het ook daadwerkelijk investeren in het wegwerken van onderwijsachterstanden. Het budget hiervoor neemt voor zowel onderwijs als gemeenten al jaren met miljoen euro’s af. De Tweede Kamer behandelt deze week de onderwijsbegroting. Mijn eerste verzoek aan hen: maak deze bezuinigingen ongedaan! Zie ook de oproep die het héle onderwijsveld eerder al deed.

Mijn tweede punt waar ik bij wil stilstaan, is de vraag: wat vraagt de politiek allemaal van het onderwijs? Een makkelijke gedachte voor het oplossen van bepaalde maatschappelijke problemen is: laat kinderen ermee aan de slag gaan op de basisschool. Daar zit op zich veel in, het primair onderwijs speelt een ongelooflijk belangrijke rol in de ontwikkeling van jonge kinderen. Maar kinderen zitten ongeveer 1000 uur per jaar op school en zijn 3000 uur per jaar wakker; hun en tijd en (leer)capaciteit - en die van hun leraren - is dus beperkt. Een blik op wat er in de rijksbegroting allemaal bij het primair onderwijs wordt neergelegd door andere ministeries dan OCW, doet anders vermoeden. Een aantal voorbeelden:

Ministerie (exclusief OCW)

Voorbeelden programma's/regelingen
Volksgezondheid, Welzijn en Sport
  • Gewoon Bijzonder
  • Aanpak kindermishandeling
  • Sport en Bewegen in de buurt
  • Gezonde School
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
  • Gemeentefonds (uitname voor schoolgebouwen)

 

Sociale Zaken en Werkgelegenheid
  • Kansrijk opgroeien (schoolzwemmen, - kleding en -reisjes)
  • Inburgering en integratie (radicalisering)
  • Participatiewet
Economische Zaken
  • Natuur- en milieueducatie
  • Jong Leren Eten
  • Schoolfruit-/schoolmelkregeling
Infrastructuur en Milieu
  • Watereducatie
Financiën
  • Wijzer in geldzaken

We moeten ons afvragen of het reëel is om dit allemaal van onze sector te vragen. Laat staan om nóg meer thema’s op te nemen in het curriculum, zoals vele belangenorganisaties - en sommige politieke partijen in hun verkiezingsprogramma’s - voorstellen.

Kan het ministerie van OCW nog wel regie voeren over het onderwijsbeleid als al die programma’s zijn ondergebracht bij ten minste zes (!) andere ministeries?

Daarnaast roept dit overzicht de vraag op of het aanbod van programma’s, subsidies etc. gericht op het primair onderwijs niet te versnipperd is. Kan het ministerie van OCW nog wel regie voeren over het onderwijsbeleid als al die programma’s zijn ondergebracht bij ten minste zes (!) andere ministeries? Zou een concentratie van de middelen niet veel effectiever zijn? Zodat we – zoals we hebben afgesproken met het traject Onderwijs2032 – het onderwijs integraal kunnen vormgeven, waarbij de invulling hiervan de keuze van de school is. En niet die van de overheid als veelkoppig monster!