Rinda den Besten: ‘Krachten bundelen: binnen de school én daarbuiten'

Volgende week staan we stil bij de Week van het Vergeten Kind waarin er aandacht wordt gevraagd voor kwetsbare kinderen in Nederland. Voor de honderdduizend kinderen die niet gewoon kind kunnen zijn, maar thuis opgroeien in een moeilijke situatie van bijvoorbeeld armoede, psychische problemen, verstandelijke beperkingen of verslaving.

Soms is de situatie zo complex dat kinderen beter af zijn in een opvanglocatie. In oktober was ik spreker bij een conferentie over kinderen die in armoede opgroeien. Zij kunnen vaak niet meedoen aan sport, cultuur of andere activiteiten en ervaren spanning en schaamte door de situatie waarin ze zitten. Dit leidt op jonge leeftijd vaak al tot isolement en veel verborgen ellende. Er zijn inmiddels gelukkig allerlei financiële regelingen voor deze jongens en meisjes waardoor ze toch lid kunnen worden van een sportvereniging of waardoor er thuis een computer kan komen waarop ze huiswerk kunnen maken. Maar een verjaardagsfeestje van een klasgenoot kan al een probleem zijn en vakantie zit er vaak niet in.

Dit zijn de kinderen die voor hun ontwikkeling meer afhankelijk zijn van een goede leerkracht. Op het moment dat dán de juf of meester wegvalt, heeft dit enorme impact.

 

Ik maak me zorgen dat een aantal problemen de komende tijd extra hard bij ‘vergeten’ kinderen aan gaan komen. Als eerste denk ik nu aan het lerarentekort, en de grote problemen die sommige wijken nu al ondervinden in de bezetting voor de klassen. Kinderen met een vloeiende ontwikkeling, die opgroeien in een warme, stimulerende en stabiele omgeving, daar maak ik me niet als eerste druk om. Maar wat als er thuis grote problemen zijn, waardoor er amper met het kind wordt gesproken, laat staan dat het wordt voorgelezen? Dit zijn de kinderen die voor hun ontwikkeling meer afhankelijk zijn van een goede leerkracht. Op het moment dat dán de juf of meester wegvalt, heeft dit enorme impact.

Onderwijsachterstandenbeleid

Een tweede probleem waar ik aan denk is de bezuiniging op het Onderwijsachterstandenbeleid. De PO-Raad vindt dat ieder kind recht heeft op maximale ontwikkelingskansen, ongeacht waar je wieg staat. We weten inmiddels steeds beter dat je er vroeger bij moet zijn én dat je in ongelijke situaties kinderen ongelijk moet behandelen. Dit kan met de ondersteuning die de onderwijsachterstandsmiddelen mogelijk maken, maar in plaats daarvan brokkelt het onderwijsachterstandenbeleid steeds verder af. Daardoor is er sprake van groeiende kansenongelijkheid. Het succes en dus ook het effect van het onderwijsachterstandenbeleid staat onder druk: meer kinderen dreigen tussen wal en schip te vallen. De harmonisatie van kinderopvang en peuterspeelzalen lijkt vooralsnog geen stap in de goede richting. Berichten dat ouders hun kinderen van de voorschool halen nu deze hen in sommige gevallen meer geld kost, vind ik zorgelijk. Hier hebben we ook al in een eerder stadium voor gewaarschuwd. De PO-Raad pleit voor een heel ander stelsel: alle kinderen moeten vanaf hun geboorte toegang krijgen tot een voorschoolse voorziening. Op die manier kunnen voorschoolse partners samenwerken aan een doorgaande leerlijn en gelijke kansen voor ieder kind.

Samenwerking

Welke rol kan het onderwijs spelen in het leven van deze kinderen? Het is de taak van de school om leerlingen zo goed mogelijk te ondersteunen in hun schoolcarrière. Leraren moeten deze ‘vergeten’ kinderen herkennen, signalen opvangen en thema’s zoals armoede ook bespreekbaar maken in de klas. Een leerkracht die een leerling die het thuis moeilijk heeft een aai over de bol geeft, kan het verschil maken. Maar deze situatie vraagt ook om scholen en schoolbesturen die de samenwerking zoeken met verschillende partijen die rondom het kind staan. Want samen bereik je meer.

In de Strategische agenda ‘Samen werken aan goed onderwijs’ van de PO-Raad hebben we als schoolbesturen afgesproken de samenwerking nog meer op te zoeken. Ieder schoolbestuur komt met lokale partijen als de jeugdhulp, gemeente, maar ook sportverenigingen tot een gezamenlijke agenda om voor alle kinderen optimale kansen te creëren. Uiteraard hebben we ‘Den Haag’ nodig, als het gaat om lerarentekort, onderwijsachterstandenbeleid, en het kritisch volgen van de effecten van de harmonisatie van de peuterspeelzalen. Maar we kunnen hier ook zelf meer aandacht aan besteden. Ik denk dat we onze krachten moeten bundelen: binnen de school én daarbuiten om ook ‘vergeten’ kinderen een mooie toekomst te bieden.