Rinda den Besten: 'Onderwijs2032; we beginnen nu pas!'

Volgende week woensdag (18 mei) spreekt de Tweede Kamer over het vervolg van Onderwijs2032. In dit debat zal een door de Onderwijscoöperatie bepleite verdiepingsfase - bestaande uit een dialoog onder leraren en een door een regiegroep geleide inhoudelijke verdieping van het advies - centraal staan. Na een periode van kritiek op het proces om tot herziening van het curriculum te komen, zou deze verdiepingsfase volgens de Onderwijscoöperatie moeten leiden tot ,,een breed gedragen curriculum vanuit een betrokken beroepsgroep’’.

Laat ik vooropstellen dat het buiten kijf staat dat voor een herziening van het curriculum het draagvlak onder alle stakeholders – zoals leraren, ouders en voor- en buitenschoolse deskundigen - van groot belang is. Alleen dan is er sprake van een gezamenlijk proces van het onderwijsveld. Aan het advies is dan ook niet voor niets een intensieve dialoogfase met verschillende personen en organisatie in en om het onderwijs voorafgegaan.

De PO-Raad heeft hier volop aan meegewerkt door het gesprek aan te gaan met het veld. Neem bijvoorbeeld de miniconferentie en Onderwijspoort - die we samen met de VO-raad organiseerden - de ALV, kennisgroepen, netwerkbijeenkomsten en werkbezoeken. Op al die bijeenkomsten werd door de verschillende geledingen van het onderwijsveld heel positief gereageerd op het advies.

Ook ik ben enthousiast over het eindadvies van het Platform Onderwijs2032 over een herijking van de kerndoelen. Het advies biedt een aansprekend perspectief voor een toekomstgericht curriculum voor het onderwijs. Met ruimschoots aandacht voor persoonsvorming in samenhang met sociale- en maatschappelijke ontwikkeling. Wel zie ik het advies als slechts een aftrap. Het onderwijsveld kan hiermee nu verder aan de slag.

Laten we vooral stoppen met doen alsof partijen tegenover elkaar staan in deze discussie

Aan personen en organisaties die zich tot nu toe te weinig gehoord voelen in het proces, zou ik dan ook willen zeggen: we beginnen nu pas! Het advies is juist op zo’n manier opgeschreven dat er nog alle ruimte is voor dialoog en verdere uitwerking ervan.

Het traject Onderwijs2032 is in mijn ogen illustratief voor onze gezamenlijke onderwijsopdracht. De leraar heeft hierin natuurlijk de belangrijkste rol: het vormgeven en laten aansluiten van het onderwijs op de behoeften van kinderen. De schoolleider geeft hier visionair leiding aan. En de schoolbestuurder moet dit alles faciliteren en zorgen voor de juiste randvoorwaarden. Al deze taken en rollen komen terug in het advies.

Laten we daarom vooral stoppen met doen alsof deze partijen tegenover elkaar staan in deze discussie. En laten we als onderwijsveld gezamenlijk de mogelijkheden benutten die dit traject ons biedt voor het toekomstbestendiger maken van ons onderwijs.