Rinda den Besten: ‘Peuterschool’

Een kijkje nemen over de landsgrenzen heen kan verfrissend werken en zorgen voor een flinke dosis inspiratie. Mijn werkbezoek, vorige week naar België, was zo’n inspirerend bezoek.

Met een groep Nederlandse afgevaardigden uit de onderwijs- en kinderopvangsector en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) bezocht ik Gent. We leerden er over het Vlaamse onderwijs en vooral hoe dat is geregeld voor peuters en kleuters. Een onderwerp dat de laatste maanden in Nederland veel besproken is. Een onderwerp dat in Nederland ook nogal gevoelig ligt.

Ik let er zelf bijvoorbeeld al op dat ik niet te vaak praat over een ‘doorgaande leerlijn’ als ik het heb over de ontwikkeling van jonge kinderen. Dat kleine stukje woord, ‘leer’, probeer ik te vermijden. Omdat ik weet dat anders al snel wordt gedacht dat ik het heb over tweejarigen die in de schoolbankjes zitten en taal en rekenen moeten leren.

In België begrepen ze niets van die angst. Vanaf 1 april volgend jaar kennen ze daar een leerrecht voor alle kinderen vanaf 2,5 jaar. De kinderen hoeven niet, maar mogen al wel op die jonge leeftijd naar school. En ieder kind krijgt daarbij dezelfde kansen.

Spiegel

Naar school gaan, betekent voor de peuters dat ze weliswaar in een schoolse omgeving zitten maar afgezien daarvan gewoon bezig zijn met sport en spel of kunnen slapen als dat nodig is. Op geen van de scholen die ik bezocht, zag ik een peuter of kleuter rekensommen of een taallesje maken. Wat ik wel zag, waren herfsttafels, knuffelprojecten, waterbakken. Uit observaties was gebleken dat kinderen die al vroeg op die manier aan de slag gaan, het makkelijker hebben in het kleuteronderwijs. ,,We moeten educatie niet verengen tot leren’’, zeiden de Vlamingen.

Die uitspraak en de reis door Vlaanderen in het algemeen, hield ons een spiegel voor. Ik realiseerde me des te meer dat wij in Nederland soms wel erg snel in de kramp schieten als we het hebben over peuters, hun ontwikkeling en onderwijs. Laten we vooral kijken naar hóe we de opvang en het onderwijs organiseren. Kijken naar wat het beste is voor al die jonge kinderen. Kwaliteit voorop. Daar gaat het tenslotte om.

De eerste stappen zijn daarvoor al gezet. De PO-Raad, MOgroep en Branchevereniging Kinderopvang hebben eerder dit jaar samen een position paper geschreven. Deze partijen en de VNG hebben onlangs in een brief aan Lodewijk Asscher, minister van Sociale Zaken, aangegeven samen te willen werken aan de integratie van voorschoolse voorzieningen. De minister noemde die brief een ‘goede basis’ voor een gesprek erover. Erover praten, dat zullen we de komende tijd zeker doen. Ook met ouders. Zij mogen daarbij niet ontbreken. 

Pedagogiek

Op nog een punt was mijn bezoek aan België inspirerend. Mij viel op hoeveel visie de leraren en leidsters hebben op de ontwikkeling van al hun kinderen. Ze weten feilloos te doorzien wat een peuter nu maar ook in de toekomst nodig heeft. Ze kijken verder vooruit dan wij doen. Ook in Nederland zouden we ons eens moeten afvragen of we onze mensen in de kinderopvang en het onderwijs nog meer pedagogisch kunnen toerusten en over hun eigen grenzen heen kunnen laten kijken.

We zouden het eens vaker moeten doen, bij elkaar kijken hoe de ander omgaat met onderwijs. Zonder dat te romantiseren. Ik weet zeker dat we daar nog veel van kunnen leren. En dat gaat de ontwikkeling van onze allerjongsten en van ons onderwijs nog veel verder brengen.

Rinda den Besten