Rinda den Besten: Stoken voor de mussen

De kou is uit de lucht, de lente staat weer voor de deur. Heerlijk. Maar zit je in een slecht geventileerd klaslokaal, dan zie je die zon liever weer achter de wolken verdwijnen. Zo’n warme, zuurstofarme ruimte vóélt niet alleen bedompt, Deens veldonderzoek toont aan dat één graad temperatuurverschil tot 3,5 procent prestatieverlies leidt. Bovendien zijn leerkrachten en leerlingen bij een slecht binnenklimaat vaker ziek.

Airco-apparatuur is scholen ingebracht met grote beloftes, maar de kosten blijken vaak harder te stijgen dan de luchtkwaliteit.

We weten dat de kwaliteit van de onderwijshuisvesting in Nederland vaak tekort schiet. Renovatie gebeurt te weinig (want wie is verantwoordelijk?), nieuwbouw nog minder. Bij de gemeenten heeft onderwijshuisvesting geen prioriteit. Maar als we heel eerlijk zijn, zijn er ook niet erg veel schoolbesturen met duurzame gebouwen bezig. Een adviseur wordt vaak pas ingeschakeld als men geconfronteerd wordt met de gevolgen van ondoordachte investeringen. Airco-apparatuur is scholen ingebracht met grote beloftes, maar de kosten blijken vaak harder te stijgen dan de luchtkwaliteit. Gevolg: airco uit, raam weer open. Stoken voor de mussen, zei mijn moeder vroeger.

Het is niet zo dat er geen positieve voorbeelden te noemen zijn. Ik heb het afgelopen jaar fantastische schoolgebouwen gezien, zoals de Brede School in Culemborg. Met de Green Deal is er meer inzicht en overzicht voor schoolbesturen in het marktaanbod gekomen. Prestatiecontracten geven scholen meer zekerheid. Die snelle airco-verkoper heeft daardoor minder kans. Gelukkig wordt duurzaam bouwen bovendien steeds goedkoper. De kosten voor een duurzaamheidsadviseur kun je tegenwoordig dankzij een overheidssubsidie deels vergoed krijgen.

Het afgelopen jaar zijn we erin geslaagd nieuwe afspraken te maken met de VNG over renovatie en nieuwbouw. Met recht: een doorbraak!

Ook bij de PO-Raad zitten we niet stil. Het afgelopen jaar zijn de leden van de PO-Raad samen met onze beleidsadviseur huisvesting – verenigd in een kleine bestuurlijke commissie- er na vele en langdurige gesprekken samen met hun collega’s uit het vo in geslaagd nieuwe afspraken te maken met de VNG over renovatie en nieuwbouw. Dit op verzoek van de staatssecretaris, die erkent dat er een verantwoordelijkheidsprobleem is in het relatief onontgonnen land van de onderwijshuisvesting. Met recht: een doorbraak! Op dit moment werken de partijen de afspraken verder uit. In de tussentijd kunnen bestuurders en bovenschoolse stafmedewerkers hun eigen kennis en kunde van huisvesting naar een hoger plan tillen in een aantal speciaal ingerichte lerende netwerken. Dit doen we samen met onze partner Bouwstenen voor sociaal. Meer informatie binnenkort op onze site!

We zijn goed op weg, maar ik vraag me af of het voldoende is. Bij de keuzes die schoolbesturen maken ontbreekt het aan een gezamenlijk kader. In de beleidsagenda van de PO-Raad 2014-2018 had onderwijshuisvesting geen heldere positie, zien we nu in. Dat moet in de volgende beleidsagenda anders. Geen paniek: de vrijheid is een groot goed en willen we bewaken. Maar de lat mag voor veel besturen best wat hoger. Ik denk dat het goed is om een gezamenlijke ambitie uit te spreken.

De uitdagingen waar we voor staan zijn niet mals: verduurzaming, inclusie van kinderen met een beperking, samenwerking met kinderopvang, innovatie, ruimte voor nieuwe scholen en nieuwe onderwijsconcepten. Allemaal ontwikkelingen die ieder hun eigen eisen stellen aan het schoolgebouw. Ik kijk er naar uit om hier dit voorjaar tijdens onze regiobijeenkomsten met onze leden over in gesprek te gaan.

Een vleugje ondernemersgeest in deze sector kan geen kwaad. Er vliegen dagelijks duizenden euro’s onze gebouwen uit.

Natuurlijk zit er ook een financiële kant aan dit verhaal, er zijn forse tekorten in onze sector en daar vraagt de PO-Raad ook continu aandacht voor. Maar daarmee is de kous niet af, want een duurzaam schoolgebouw kan juist geld besparen. Ik hoop dat we elkaar dus ook kritische vragen durven stellen. Willen we eigen baas worden en voor volledige doordecentralisatie gaan? Welke eisen stellen we aan onze gebouwen, wetende dat het binnenklimaat en de temperatuur directe invloed hebben op het leren van kinderen? Aan de andere kant: die airco draait niet op water. Wat doen we aan duurzaamheid, wetende dat de fossiele brandstoffen uiteindelijk hoe dan ook op raken?

Een vleugje ondernemersgeest in deze sector kan geen kwaad. Er vliegen dagelijks duizenden euro’s onze gebouwen uit. Bij dit soort investeringen gaan de kosten voor de baten uit, dat vraagt visie van gemeenten en schoolbesturen. Of denken we: als het écht zo erg was, zou de regering toch wel ingrijpen?

Laten we hier leiderschap op tonen, samen. Anders blijven we stoken voor de mussen.